Dinsdag, 26 januari, 2021

Geschreven door: Kroeger, Pieter Gerrit
Artikel door: Veen, Evert van der

Tand des tijds

Het CDA in de nieuwe eeuw

Hoe verloopt het politieke handwerk in Den Haag en in politieke partijen? Door de journalistieke verslaggeving en via praatprogramma’s krijgen we daar tegenwoordig een aardige indruk van maar ook niet meer dan dat. Hoe het wérkelijk toegaat, voltrekt zich toch grotendeels aan onze waarneming, daarvoor moet je toch ingevoerd zijn in politieke kringen.

Het boek Tand des tijds is een nauwkeurige reportage van ontwikkelingen binnen het CDA in de 21e eeuw. Het is geschreven door Pieter Gerrit Kroeger, historicus en CDA-kenner die eerder De rogge staat er dun bij schreef. Die cryptische titel zegt nog niet zoveel – en is ontleend aan een uitspraak van CDA’er Jan de Koning – maar de ondertitel geeft de inhoud van dat boek aan: Macht en verval van het CDA 1974 – 1998.

De rogge staat er dun bij gaat dus over de beginjaren van het CDA die in grote lijnen toch minder succesvol waren en anders verliepen dan verwacht. Wie het Woord vooraf van Tand des tijds leest, slaat de schrik om het hart: “Het CDA tussen 1998 en heden vertelt een verhaal van sluipmoorden, triomfen, verraad, daadkracht, suïcides en onverwachte wederopstandingen”, pag 8. “We weten hoe het verder ging” zegt Pieter Gerrit Kroeger dan ook enkele keren veelzeggend in de Proloog.

Het CDA raakt in deze jaren nu écht zijn positie als grote middenpartij kwijt. De partij heeft veel tijd nodig om daaraan te wennen. De conclusie van de commissie Frissen, die onderzoek deed naar het zetelverlies, concludeert dan ook: “Het CDA zal Nederland moeten willen herontdekken, voordat Nederland het CDA herontdekt,” p. 19). De tijd van de paarse kabinetten breekt aan en dreigt het CDA in een “afgrond van overbodigheid” te storten.

C2W

Pieter Gerrit Kroeger beschikt over een enorme kennis van zaken en schrijft van binnenuit maar toch met de nodige distantie over ontwikkelingen binnen het CDA. Dat levert een scherp tijdsbeeld op met krachtige typeringen van allerlei personen, ook buiten de partij zoals Pim Fortuyn. Subtiele humor en eigen opvatting schemert vaak in de formuleringen door maar is beslist niet hinderlijk en zorgt voor levendigheid. Veelzeggend is bijvoorbeeld het hoofdstuk Dat haar, die bril waarin Peter Jan Balkenende zijn intrede doet en de wijze waarop de volgelingen van Fortuyn over hem spreken na zijn plotselinge dood: “Met trillende stem werd gesproken over ‘het gedachtegoed van Pim’ en hoewel dat nergens was vastgelegd, werden aan die gedachten juist daarom canonieke kwaliteiten toegedicht,”(p. 132) en “Fortuyn was postuum een soort André Hazes geworden,” (p. 137). Ook de typering van Henk Bleker is schitterend: “Bij Bleker was de Uil van Minerva net zo’n geliefd dier geworden als de pony’s die hij fokte,” (p. 421).

Zo volgt de lezer aan de hand van ontwikkelingen binnen het CDA het politieke bedrijf in Den Haag en passeren kabinetten en verkiezingsuitslagen de revue. Pieter Gerrit Kroeger zoekt daarbij dieper naar achterliggende oorzaken en de indruk die de lezer aan zijn boek “Tand des tijds” overhoudt, is dat het CDA zijn glorietijd overduidelijk achter de rug heeft gedurende de jaren dat Ruud Lubbers partijleider was. Ondanks enkele tijdelijke oplevingen, waar men zich binnen de partij onterecht teveel aan vastklampt, is het CDA door allerlei ontwikkelingen in de samenleving maar ook binnen de partij zelf voorgoed in een andere positie terecht gekomen waar men moeilijk aan kan wennen.

Boeiend is het hoofdstuk met de veelzeggende titel Götterdämmerung waar het sindsdien beruchte partijcongres van 2010 in Arnhem wordt besproken. Ik herinner mij nog levendig de over-the-top reactie van Camiel Eurlings waarin hij, naar mijn mening, Maxime Verhagen pushte: “en ik weet dat jij de idealen en principes van het CDA, van de christendemocratie, nooit zult verloochenen!” Het stuitte mij geweldig tegen de borst en deed mij denken aan beelden en personages binnen ultra-rechtse partijen. De uitleg van Pieter Gerrit Kroeger dat Eurlings dit juist kritisch bedoelde om daarmee Verhagen van een samen regeren met de PVV te weerhouden, komt mij wat geforceerd over. Ik heb deze actie van Camiel Eurlings altijd opgevat als een interventie om de sluimerend kritische stemming in het congres te beïnvloeden richting het bestuur dat voor een coalitie met de PVV pleitte. De dankbare reactie van Verhagen vond ik in dat opzicht veelzeggend. Wat mij betreft een absoluut dieptepunt in het bestaan van het CDA.

Terecht is Pieter Gerrit Kroeger wél kritisch over de uiteindelijke stemming van dit congres waar ruim éénderde van de aanwezig leden tegen de beoogde coalitie stemt die er desondanks wel komt. Dat zal later enorm worden betreurd en deze keuze heeft het CDA blijvende schade berokkend.

Waar staat de partij momenteel voor? “Die leegte is waar het CDA aan lijdt. Het CDA stelt qua ideeën niet veel voor nu het intern niet meer wordt uitgedaagd,” (p. 446). Het is geen buitenstaander die dit opmerkt maar Henk van de Camp, een prominent partijlid. Als ik zelf terugdenk aan de beginperiode van het CDA, dan was er toen nog een zeker idealisme en een mate van evangelische bevlogenheid. Er was een kritische vleugel die toen ook al tegen de stroom moest oproeien maar wel zijn geluid liet horen: de groep ‘Niet bij brood alleen’. Er waren gewetensbezwaarden wat kernbewapening betreft; Aantjes hield zijn ‘bergrede’. Het gíng ergens om! Die bewogenheid – Pieter Omzigt uitgezonderd! – mis ik al tijden lang binnen het CDA en ik vermoed dat ik niet de enige ben.

De lezer van Tand des tijds ontdekt wat er achter de schermen allemaal gebeurt aan (semi)geheim overleg en beïnvloeding, de ‘mannetjes-makerij’ want dit geldt op een of andere manier voor vrouwen toch veel minder. De indruk die achterblijft is niet altijd even verheffend: het gaat te vaak om macht, leidinggevende positie, partijstrategie, imago. Er zijn teveel intriges waarin onnoemelijk veel tijd en energie gaat zitten. Politiek blijkt nogal eens anders te zijn dan partijleiders ons willen doen geloven.

Tegelijk is Tand des tijds ook uitermate boeiend omdat de lezer aan de achterkant kan kijken en veel te weten komt over wat er écht gebeurt. Pieter Gerrit Kroeger verstaat zijn vak en maakt de lezer die zich de moeite getroost om zijn boek te lezen heel wat wijzer over ‘Den Haag’.

Eerder gepubliceerd op De Leesclub van Alles