Dinsdag, 8 september, 2020

Geschreven door: Siaud-Facchin, Jeanne
Artikel door: Veen, Evert van der

Te intelligent om gelukkig te zijn

De impact van hoogbegaafdheid bij volwassenen

[Recensie] De titel is intrigerend en roept wellicht vraagtekens op: hebben verstandelijke capaciteiten en je draai in het leven vinden dan niets met elkaar te maken? Het  suggereert een bijna onoverkomelijk spanningsveld. De ondertitel, Hoogbegaafdheid bij volwassenen, zet de dingen op z’n plaats en geeft aan wat de lezer in dit boek Te intelligent om gelukkig te zijn kan verwachten.

Dat is een soort ontwikkelingspschologie en psychische analyse van mensen met meer dan gemiddelde, zelfs hoge intellectuele aanleg. Dat lijkt voor wie minder bagage heeft meegekregen wellicht vreemd en het wekt misschien ook enige jaloezie. Toch kan hoogbegaafdheid een stille en onzichtbare last zijn die mensen met zich meedragen, dat maakt dit boek wel duidelijk. De auteur, Jeanne Siaud-Facchin, is een Franse specialist op dit gebied en van het Franse origineel Trop intelligent pour ĂȘtre heureux? zijn maar liefst 300.000 exemplaren verkocht. Een teken dat het boek wel in een behoefte voorziet.

Siaud-Facchin eindigt haar voorwoord heel persoonlijk: “Dit boek is voor jou. Ik deel graag met jou wat ik heb geleerd en ik ben blij dat onze paden elkaar kruisen. Dank je wel voor je vertrouwen”, pagina 12.

In een kader op pagina 16 geeft de auteur onder Wat je moet weten een heldere omschrijving van hoogbegaafdheid. Het boek is vlot en helder geschreven, ook al is er aan het begin enige informatie van neurologische aard. Wie dat minder interesseert, kan het desnoods overslaan want het is voor de praktijk minder belangrijk. Jeanne legt de functie van de hersenen uit.

Bazarow

Hoogbegaafde mensen zijn zeer gevoelig voor emoties en indrukken om hen heen, hun zintuigen registreren meer dan gebruikelijk waardoor mensen snel(ler) overprikkeld kunnen raken.

De toon van het boek is liefdevol; het is duidelijk dat Jeanne veel ervaring heeft met hoogbegaafde mensen. Zij houdt echt van hen, probeert hen uit te leggen en wil zo begrip wekken voor hun manier van doen en laten. Het zijn “bijzondere mensen”, zo is in feite haar kernachtige samenvatting. “Stiekum hebben ze de ziel van een kind” is de zin die mij het meest trof in dit boek (pagina 160).

Deze mensen hebben ook een zekere kwetsbaarheid omdat ze ten diepste ĂĄnders zijn dan ze vaak bij medemensen overkomen. Dat maakt dat ze zich soms eenzaam en onbegrepen voelen.

Siaud-Facchin geeft veel aansprekende voorbeelden van mensen waarmee ze haar betoog illustreert. Op deze manier krijgt de lezer meer zicht op wie deze mensen zijn en kan men ze in eigen omgeving ook gemakkelijker herkennen.

Er is een apart hoofdstuk over hoogbegaafde vrouwen en een ander hoofdstuk gaat over mensen met wie het goed gaat. Jeanne Siaud-Facchin wil voorkomen dat de lezer hoogbegaafde mensen alleen maar als ‘probleem’ zou zijn. Er zijn ook mensen die Ă©n intelligent Ă©n gelukkig zijn om de titel ‘Te intelligent om gelukkig te zijn’ te variĂ«ren.

Aan het slot geeft Siaud-Facchin de mensen over wie en voor wie zij dit boek heeft geschreven een soort aanmoediging om hun capaciteiten te gebruiken. Een boek over waardevolle mensen in onze samenleving!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

1 reactie op “Te intelligent om gelukkig te zijn

  1. De Leesclub van Alles volg ik van af het begin met veel interesse, vooral de activiteiten op locatie. Vandaar mijn reactie op dit boek dat ik met veel ergernis gelezen heb, verbaasd over alle positieve reacties, niet alleen op deze site.Ik begon aan mijn oordeel te twijfelen. Tot ik de reactie van Stichting Hoogbegaafd las waarin mijn bezwaren zo mooi geformuleerd zijn dat ik ze jullie niet wil onthouden.★ Recensie: Generaliserend en onsamenhangend door Anika van Stichting hoogbegaafd.
    “Van te voren heb ik via Google geprobeerd uit te vinden of de schrijfster zelf hoogbegaafd is. Na twee bladzijden is het antwoord duidelijk. Nou is het niet makkelijk een boek te schrijven voor de kritische hoogbegaafde, maar het kan wel. Dit is het slechtste boek over hoogbegaafdheid dat ik heb gelezen en doet enig begrip van hoogbegaafdheid meer slecht dan goed.
    De schrijfster geeft zelf aan dat ze ervan overtuigd is dat er algemene uitspraken kunnen worden gedaan, gebaseerd op losstaande gevallen. Ze geeft hiermee direct aan hoeveel waarde we aan haar boek moeten hechten als zij de wereldwijd erkende spelregels van wetenschappelijk onderzoek aan haar laars lapt. Ze haalt wel onderzoeksresultaten aan, maar zonder enige verwijzing naar de literatuur. Het boek bevat ook geen literatuurlijst.
    Het is een onsamenhangend geheel: de schrijfster springt van de hak op de tak, spreekt zichzelf regelmatig tegen, trekt conclusies waar die niet logischerwijs uit haar ‘argumenten’ volgen, presenteert open deuren als het ei van Columbus, geeft af op andere psychologen en maakt zichzelf schuldig aan wat ze anderen verwijt. Om anderen toch van haar gelijk te overtuigen, maakt ze veelvuldig gebruik van uitroeptekens. Ze zegt woordkeuze belangrijk te vinden, maar gaat hier m.i. onzorgvuldig mee om. Zo is haar eigen denkwijze ‘gewoon’ en zijn hoogbegaafden ‘eigenaardig’.
    Het woord hoogbegaafd vindt ze niet passend. Zij kiest ervoor om alle hoogbegaafden zebra’s te noemen, met een rijtje redenen die kant noch wal raken. Vaak kort ze dit af tot de letter z, die meerdere betekenissen kan hebben, als: van A tot Z en zorro.
    “Je ziet, achter die ene z kan nog heel wat meer schuilgaan! Dat past prima bij de zebra’s, vind je ook niet?”
    Alle zebra’s zijn bij haar hetzelfde en reageren ook allemaal hetzelfde. Het gedrag van de hoogbegaafde probeert ze te verklaren, wat tot tenenkrommende redeneringen leidt. Zo stellen hoogbegaafde kinderen volgens de auteur bijvoorbeeld veel vragen om de grenzen van hun ouders te testen. Er staan veel onwaarheden in. Bijvoorbeeld dat hoogbegaafden goed uit de voeten kunnen met multiple choice-vragen, maar uit alle literatuur en de praktijk blijkt juist het tegenovergestelde.
    Als je het boek oplettend leest, zit je constant met je hoofd te schudden, tot het bittere eind. Ze eindigt met het hoofdstukje ‘bij wijze van conclusie’:
    “Jullie bestaan echt. Behoud je kinderziel
 (je bent) een volwassene die nooit een ‘groot mens’ zal worden.”
    Anika
    Oktober 2020

Laat een reactie achter aan marja van aken Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *