Dinsdag, 20 juli, 2021

Geschreven door: Orwell, George
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Tegen totalitarisme

“De fascistische octopus heeft zijn zwanenzang gezongen”

75 jaar oud zijn de essays over politiek, literatuur en taal van George Orwell. Ze hebben nog niets aan zeggingskracht en actualiteit ingeboet.

[Recensie] Het boek van George Orwell dat blijvend de meeste indruk op mij maakte, is Homage to Catalonia (Saluut aan CataloniĂ«). Ik las het als student en heb het sindsdien vaak herlezen of weer eens doorgebladerd. In dit ooggetuige-verslag schrijft Orwell over zijn betrokkenheid bij de Spaanse Burgeroorlog. Orwell was in de periode 1936-1937 in Spanje. Hij vocht met de troepen van de Trotskistische POUM aan de kant van de republiek, raakte gewond en zag hoe in Barcelona het arbeiderszelfbestuur gaandeweg door een verstikkende communistische dictatuur werd vervangen. Terwijl aan het front anarchisten, trotskisten en communisten gezamenlijk streden tegen Franco, was de Spaanse Communistische Partij in de gebieden waar niet werd gevochten, bezig met een machtsgreep ten koste van de andere revolutionaire bewegingen. Orwell zag het in Barcelona met lede ogen aan en dreigde op een gegeven moment zelf slachtoffer te worden van de Stalinistische terreur. Door alle propaganda van met name de communisten – wij zouden het tegenwoordig ‘fake news’ noemen – was het lastig een helder beeld van de situatie te krijgen. Orwell:

“Het is moeilijk zakelijk juist over de Spaanse oorlog te schrijven vanwege het gebrek aan niet propagandistische documenten. Ik waarschuw iedereen voor mijn partijdigheid, ik waarschuw iedereen voor mijn vergissingen. Ik heb mijn best gedaan om eerlijk te zijn.”

In Barcelona zag Orwell hoe totalitarisme werkt, hoe het stalinisme werkt, de Spaanse communisten werden namelijk gesteund  door Moskou. Hoe de communisten telkens via de pers, via demonstraties, via arrestaties van en moord op tegenstanders werkten aan een atmosfeer waarin ze de macht konden grijpen. Hier werd de kiem gelegd voor Orwells anti-Stalin boeken Animal farm en 1984, die beide tien jaar later, kort na de Tweede Wereldoorlog, verschenen.

TijdvoorTijdschriften

Links fanatisme

Voor mij als jongeman bracht Orwells Spaanse boek me bij zinnen. Na een aantal jaren als radikalinski te hebben rondgelopen, leerde Orwell me met dit boek dat ideologie nooit het belang van individuele mensen te boven mag gaan. Meer nog dan in zijn boeken Animal farm en 1984, zag ik in Hommage to Catalonia, juist omdat het zo’n oprecht ooggetuigenverslag is, hoe links fanatisme en opportunisme de rechten van de mens kunnen smoren. Ik was voorgoed genezen van radicale dromen.

Orwell wist ternauwernood te ontsnappen uit Barcelona en wijdde zich bij terugkomst in Engeland definitief aan zijn schrijverscarrière. In de periode na de Spaanse Burgeroorlog en ten tijde van de Tweede wereldoorlog schreef Orwell een groot aantal essays en teksten en hield hij lezingen en radiopraatjes over politiek. In het recent vertaalde Tegen Totalitarisme, essays over politiek en literatuur zijn veel van deze teksten gebundeld. Je zou deze teksten de theoretische achtergrond kunnen noemen van zijn anti-Stalin romans van na de oorlog.

Vertaler Thomas Heij noemt in zijn uitstekende inleiding dat Orwell bij thuiskomst in Engeland onder intellectuelen dezelfde tendensen ontdekte die hij in Barcelona had leren kennen. “Hij zag in dat totalitaire trekken niet alleen onder fascisten maar ook onder linkse intellectuelen te vinden waren.”

In de prachtig helder geformuleerde essays keert Orwell zich consequent tegen elke vorm van “kritiekloze volgzaamheid en aanbidding (Thomas Heij)” van totalitaire ideeën en regimes. Hij ontleedt hoe deze regimes werken en doorziet hun inconsequenties:

“Het eigenaardige aan de totalitaire staat is dat hij, hoewel hij gedachten voorschrijft, ze niet vastzet. De totalitaire staat stelt dogma’s op waaraan niet mag worden getwijfeld, maar verandert ze van dag tot dag. Die dogma’s zijn nodig om de absolute gehoorzaamheid van de onderdanen te behouden, maar veranderingen kunnen niet worden voorkomen, vanwege de eisen van machtspolitiek.”

Natuurlijk keert hij zich tegen Hitler en Mussolini. Zijn analyse van Mein Kampf is meesterlijk. Maar ook bekritiseert hij het foutief en te veel gebruiken van het woord fascist. “Want als je kijkt naar de pers, zul je zien dat er bijna geen enkele groep mensen is – zeker geen politieke partij of wat voor georganiseerde groep dan ook – die de afgelopen tien jaar niet is weggezet als ‘fascistisch’.” (Hoe herkenbaar in deze huidige tijd!).

Maar Orwells grootste verdienste blijft toch dat hij waarschuwde voor de linkse totalitaire staat. Terwijl tientallen, zo niet honderden, linkse intellectuelen zich wereldwijd schaarden achter Stalin, voerde Orwell als haast in zijn eentje oppositie. Hij had de grootste moeite om zijn teksten en boeken gepubliceerd te krijgen. Niemand in het linkse kamp wilde zich eraan branden. Als je nu zijn teksten leest, denk je al snel: “Ja logisch, Stalin c.s. waren fout.” Maar in die tijd was je een roepende in de woestijn.

Europa

Orwell bleef zijn hele leven de goede zaak trouw. Hij weigerde cynisch te worden of op te schuiven naar rechts. Vertaler Hey citeert Orwell in zijn inleiding, die ooit over zijn eigen politieke ideeën zei dat hij “tegen totalitarisme en voor een democratisch socialisme” was. Geen geweld, geen terreur, geen onderdrukking, maar “vrijheid, gelijkheid en internationalisme”. Zo zou je zijn politieke programma kunnen samenvatten. Én dien de waarheid, schrijf altijd waarheid. Daarom is de eerlijkheid die hij in Hommage betracht ook zo mooi. Opvallend ook is dat Orwell in de nu vertaalde essays, nog voor er sprake was van enige vorm van Europese samenwerking, pleit voor een Europese eenheid, wel van een democratische socialistische signatuur. Het was volgens Orwell het enige mogelijke antwoord op het kapitalistische Amerika en de totalitaire Sovjet-Unie.

Misschien had Orwell wel een vooruitziende blik. Het Rijnlandse model, met daarin een milde vorm van kapitalisme, door sommigen als sociaaldemocratisch gezien, lijkt toch het meest houdbaar te zijn, nu 75 jaar nadat Orwell zijn essays schreef.

Taal

Orwell staat ook uitgebreid stil bij literatuur en taal. De stukken over Jonathan Swift boeien wat minder. Voor Orwell een groot schrijver, bij ons toch wat vergeten lectuur. In zijn artikel over taalgebruik, Politiek en de Engelse taal, geeft Orwell een snelcursus schrijven. Hij behandelt wat je wel en vooral niet moet doen. Hij keert zich tegen pretentieus woordgebruik, betekenisloze woorden, stervende metaforen. Bij elk geeft hij diverse voorbeelden. Dat levert pareltjes op als “De fascistische octopus heeft zijn zwanenzang gezongen”. Maar ook hier zit een politiek motief achter bij Orwell. “De taal wordt lelijker en minder accuraat door onze dwaze gedachten, maar ons onzorgvuldig taalgebruik maakt het ook makkelijker om dwaze gedachten te hebben.” Wie zich van slecht taalgebruik weet te ontdoen “is in staat om scherp te denken, en scherp denken is de eerste noodzakelijk stap naar politiek herstel.”

In een tijd waarin fake news en de terreur van de sociale media steeds meer het politieke debat bepalen, zijn deze woorden van Orwell meer dan actueel. Net zoals zijn aanklacht tegen totalitair denken. Zijn zorgvuldig gekozen en geschreven woorden zijn een verademing om te lezen, zijn engagement is ontroerend. Jeugdige heethoofden kan ik een extra Orwell boek adviseren.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles