Vrijdag, 24 april, 2020

Geschreven door: Murakami, Haruki
Artikel door: Lierop, Tea van

Ten zuiden van de grens

Een onwaarschijnlijk waarachtig meesterwerkje

[Recensie] “Ik”. Hiermee opent Hajime zijn verhaal. Een krachtiger opening is bijna niet voor te stellen. Luister en lees het bovenaardse, subtiele en hartverscheurende verhaal dat Murakami zijn personage laat vertellen. De naam Hajime betekent ‘begin’, het verhaal zal uitwijzen of er behalve het begin van zijn geboorte nog meer startpunten zullen opduiken. Murakami kennende is hij meester in plotwendingen waardoor een bestaande situatie door een min of meer heftig voorval zomaar kan veranderen en niets meer is zoals het was. En vreemd genoeg lijkt zo’n transformatie heel gladjes te verlopen, net alsof het helemaal geen moeite kost om moeilijke beslissingen te nemen en de consequenties te aanvaarden. Tot zover de hooggespannen verwachtingen van dit boek, dat in 1992 voor het eerst verscheen, het is zijn zevende roman.
 
Hajime kreeg een beschermde opvoeding, hij was enig kind en z’n referentiekader reikte niet verder dan een levenswijze zoals hij en zijn ouders hadden. Een geborgen leven zonder ontberingen, hoewel het gebrek aan een broertje of zusje hem het gevoel gaf niet compleet te zijn. Groot was de verrassing toen hij lotgenote Shimamoto leerde kennen. Samen deelden ze het ‘enig-kind’ zijn en dat verbond hen veel langer dan de tijd dat ze samen op dezelfde school zaten. Het lijkt wel of zij het ontbrekende stukje is dat Hajime mist, het zou kunnen wijzen op een nieuw begin. Vanaf dit punt wordt Hajime’s leven ingrijpend beheerst door de mooie Shimamoto. De twee kinderen delen lief en leed, het maakt helemaal niets uit dat het meisje sleepte met haar linkerbeen. Samen luisterden zij naar de uitgebreide platencollectie van haar vader en die nummers zullen nog lange tijd een rol blijven spelen in Hajime’s herinnering.
 
 
“Ik luisterde meestal naar rock-’n-roll. Maar al snel begon ik ook van de lichte klassieke muziek te houden die ik bij Shimamoto hoorde. Dat was muziek ‘van een andere wereld’, en dat ik ertoe was aangetrokken had er waarschijnlijk alles mee te maken dat Shimamoto tot deze andere wereld behoorde. Een of twee keer per week brachten we een middag door op de bank met een kop thee die Shimamoto’s moeder voor ons had gezet, luisterend naar de ouvertures van Rossini, de Peer Gynt suite of de pastorale van Beethoven.”
 
 
Hier wordt het ontbrekende deel van Hajime duidelijk zichtbaar, het maakt hem gelukkig en compleet. Helaas zal dit gevoel niet van lange duur zijn. Wanneer Shimamoto naar een andere school gaat, verdwijnen alle zorgvuldig opgebouwde vertrouwelijkheden, alsof er een betovering was waarvan de ban nu ruw verbroken is. Het verlangen is nooit verdwenen, altijd wanneer er een andere liefde is, blijft de schim van Shimamoto aanwezig.
 
Het leven van Hajime verloopt eigenlijk wat grillig. Hij heeft wat relaties, soms erg onstuimig die hij typeert als ‘absorberend’. Dit zou misschien kunnen wijzen op een aanvulling van dat deel dat hij nu mist, want zonder zijn grote (jeugd-)liefde is hij weer de gespleten Hajime die maar een deel van zichzelf is, het andere deel is voorlopig onzichtbaar. Die absorberende seksuele relatie heeft nevenschade aangericht aan Izumi waarmee hij op dat moment een relatie heeft, het is haar nicht waaraan hij zich zo te buiten gaat. Wat een onverkwikkelijke toestand…, maar hij kan niet anders.
 
 
Het lijkt of Hajime zijn leven onder controle heeft, hij trouwt, krijgt via zijn schoonvader de kans wat jazzclubs te exploiteren en heeft daarnaast af en toe een vriendinnetje. De muziek is een leidmotief. Murakami maakt in z’n romans gebruik van een waaiertje motieven, altijd fijn voor de liefhebber dat er weer eentje opduikt. Hier dus de muziek, maar ook de kat, het oortje, de spiegel en ja, ook de put wordt genoemd. Dit keer is Shimamoto degene die zich op de bodem van een put voelt zitten. Want natuurlijk zien de twee elkaar ooit terug, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en de queeste die voor beiden noodzakelijk is moet ergens toe leiden. Waartoe mag de lezer zelf ontdekken, maar dat het een wonderbaarlijke, ontroerende zoektocht wordt is duidelijk. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een indringende leeservaring.
 
 
De transformatie van Hajime is een kwestie van vallen en opstaan. De comfortabele positie van een man die zakelijk gezien gearriveerd is een gezin heeft lijkt voor een tijdje bevredigend, maar is niet blijvend. Schoonvader is een raskapitalist en de schimmige manier van zakendoen begint Hajime tegen te staan. Weer dat gevoel een ander leven te leiden, weer het gevoel iets te ontberen.
De piekervaring waarnaar Hajime op zoek is, en ook Shimamoto, blijft een zoektocht. Het wordt een aantal keren erg spannend en bevreemdend tegelijk wanneer liefde en dood erg dicht bij elkaar komen te liggen. Wat wordt, is de rol van Yukiko, z’n vrouw?
 
 
“Ik twijfelde of ik de kracht in me had om voor Yukiko en de kinderen te zorgen. Mijn visioenen, die dromen voor mij alleen sponnen, hielpen niet langer. De leegte was tot in alle hoeken leegte. Ik had lang in deze leegte vertoefd en geprobeerd me eraan aan te passen. Ik was eindelijk beland op mijn bestemming en daar moest ik aan wennen. Misschien was het nu mijn beurt om een droom te spinnen voor anderen. Dat was wat me te doen stond. Ik wist niet hoeveel kracht zo’n droom had. Maar om aan mijn leven op dit moment enige zin te geven, moest ik me met alle kracht die ik in me had aan deze taak wijden. Misschien.”
 
 
Dit bijzonder mooie ragfijne boekje las ik voor de tweede keer. Deze keer met nog meer plezier vanwege het verhelderende boek van filosoof Ype de Boer – Murakami en het gespleten leven. Een toegankelijk boek waardoor de leeservaring intenser wordt.
Tenslotte wil ik dit citaat niet onvermeld laten, zo waar!
 
 
‘‘Heb je er weleens over nagedacht hoe het zou zijn om een broertje of zusje te hebben?’‘
‘Nee, nooit.’
‘Hoezo? Hoezo heb je daar nooit over nagedacht?’
[…] Het was ook een heel lang antwoord. Ik slaagde er niet in me beknopt uit te drukken. Maar wat ik wilde zeggen kwam uiteindelijk hierop neer: ‘De persoon die ik nu ben heeft nooit broers of zussen gehad en als ik ze wel had gehad dan zou ik nu een ander persoon zijn dan wie ik nu ben en daarom is het eigenlijk strijdig met de logica dat de persoon die ik nu ben nadenkt over eventuele broers en zussen.’’
 
 
 
Eerder verschenen op Met de Neus in de Boeken