Maandag, 16 maart, 2020

Geschreven door: Pot, Aaldrik
Branderhorst, Nicolette
Artikel door: Veen, Evert van der

Terug naar Rottumerplaat

[Recensie] Na een proefweek in augustus 2018 verbleef het echtpaar, dat samen dit boek schreef, van maart tot augustus 2019 op Rottumerplaat. Aaldrik Pot was boswachter in Drenthe en is nu provinciaal adviseur voor Staatsbosbeheer.

In de inleiding vertellen Pot en Branderhorst iets over hun motieven en achtergronden. Ze zijn geboeid door wat genoemd wordt de ‘diepe ecologie’, van de Noorse filosoof Arne Naess uit de 20e eeuw: “de aarde als een levend ecosysteem is van waarde, onafhankelijk van de mens en het belang van de menselijke gemeenschap. De mens is onderdeel van de natuur en staat daar niet boven”, pag 11. Praktische uitgangspunten zijn een eenvoudige en zoveel mogelijk zelfvoorzienende manier van leven, verbinding met de natuur en respect voor het leven. Op dit kleine eiland komen die uitgangspunten volop tot hun recht.

In een korte geschiedenis wordt onder andere verteld dat Rottumerplaat één van de negen onbewoonde eilanden of zandplaten in de Waddenzee is.

Hoofdmoot van het boek is een dagboek van 122 dagen waarin de auteurs verslag doen van hun belevenissen waartoe met name het onderzoeken van vogels behoort maar ook vlinders, insecten, planten en grassoorten krijgen hun aandacht. Uit de verhalen blijkt hun grote liefde voor de natuur en betrokkenheid bij het kleine eiland waar van alles gebeurt. Ook de wisselende weersomstandigheden krijgen de nodige aandacht en met name storm en regen heeft direct invloed op hetgeen mogelijk is. Behalve de natuur schrijven de auteurs ook over hun huis, kleine tegenslagen die daar plaatsvinden en de voedselvoorziening. De schrijfstijl is levendig waardoor de lezer zich de dingen goed kan voorstellen; de sfeer van de dag komt zo goed over. Uit alles blijkt dat de auteurs genieten van hun verblijf.

Archeologie Magazine

Dit boek is voor de lezer een prachtige gelegenheid om de sfeer van dit eiland te proeven en te genieten van de vele fraaie foto’s die een mooie impressie geven van wat er valt te zien. Zo zijn er prachtige foto’s van ganzenkuikens, de westgeul bij avondlicht, een tapuit bij ochtendlicht, een meeuw die uit z’n ei komt. Bijzonder zijn de foto’s met de close-ups van de kop van een slechtvalk en het oog van een scholekster en het onweer.

Het tellen van vogels wordt uitgelegd: “Door consequent, jaar in jaar uit, eens in de veertien dagen alle vogels te tellen kun je over langere tijd iets zeggen over de veranderingen in de vogelbevolking”, pag. 23. Op dag 5 worden maar liefst 12.000 vogels geteld, verdeeld over 58 soorten en op dag 25 worden 76 soorten vogels geregistreerd. De zilvermeeuw en de mantelmeeuw zijn de meest voorkomende vogels. Over enkele vogelsoorten wordt iets meer verteld zoals over de drieteenstrandloper, de noorse stern die 90.000 kilometer per jaar vliegt en de lepelaar die zijn jongen met z’n vleugels beschermt. Zo is het boek ook leerzaam. Ook is er een kolonie van 350 zeehonden.

Toch zeggen de auteurs ook eerlijk: “Het tellen van al die vogels is niet altijd even ontspannend.” De overtuiging dat zij een bijdrage kunnen leveren aan betere bescherming van vogels is hun drijfveer om dit werk te doen. De humor ontbreekt ook niet want soms zijn de auteurs in hun medelijden met dieren die het niet redden “meer weekdier dan we al dachten.”

Het boek eindigt met deze ervaring: “Om de natuur te beschermen hoeven we niet perse meer te doen, we zouden vooral meer moeten laten,” pag. 213.

Dit rijk geïllustreerde boek is interessant voor de liefhebbers van vogels, natuur en de Waddenzee.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles