Donderdag, 4 maart, 2021

Geschreven door: Reinewald, Chris
Artikel door: Stoel, Jan

The Dutch adventures of Keith Haring

Skateboards in de garderobe

[Recensie] Bij de naam Keith Haring (1958-1990) denk je meteen aan sterke lijnen, vibrerende kleuren, actieve figuren, de ‘radiant baby’, de blaffende hond, zijn engagement. In 1986 duikt Haring overal in Amsterdam op. Over zijn Nederlandse avonturen is een uniek boekwerk – in het Engels – verschenen van de hand van kunstenaar, journalist Chris Reinewald (1955); The Dutch adventures of Keith Haring, Amsterdam notes. Het is een ‘inside story’ geworden over Haring, net voor hij wereldwijd doorbrak. Het boek geeft de tijdgeest van de tachtiger jaren van de vorige eeuw mooi weer en bevat veel nog nooit gepubliceerd fotomateriaal. Voor de echte liefhebbers is er een luxe editie met twee fotoprints beschikbaar. Reinewald was er destijds als journalist bij. Daardoor komt Haring heel dichtbij, maar Reinewald slaagt er in ook ‘afstand’ tot zijn ‘onderwerp’ te houden. Dat doet hij onder meer door beschouwend te schrijven over zijn werk, bijvoorbeeld over zijn vroege tekeningen die hangen op de openingsexpositie in het Stedelijk Museum. “Voor Harings doen is de serie nog weinig swingend getekend.”

De internationale carrière van Haring begint in Rotterdam waar Galerie Black Cat in 1979 al werk van hem toont. In 1982 nodigt Gosse Oosterhof van de Rotterdamse Kunststichting Haring uit voor zijn eerste Europese eenmansshow in Galerie ’t Venster. Fluxus-kunstenaar Bob Lens ontmoet bij een andere expositie in ’t Venster de New Yorkse galeriehoudster Barabara Gladstone. Hij vraagt of ze de man kent die in de underground van New York die krijttekeningen maakt op de lege zwarte advertentieborden: Haring. Gladstone ziet kansen voor Haring in Europa en vraagt Lens later om Haring te begeleiden. Keith logeert bij hem thuis in Den Haag, en troont hem mee door Den Haag en bezoekt het Stedelijk in Amsterdam. Twee maanden later doet Haring mee aan de Documenta in Kassel. De nog jonge Haring zegt tegen Lens bang te zijn om als kunstenaar zijn onbevangenheid te verliezen. “Ik wil leven van mijn werk, maar de kunsthandel drijft de prijzen op.” Dit soort citaten toont ons een andere Haring. Enerzijds is er het zelfbewuste, anderzijds het sociale. Dat laatste blijkt onder meer uit het feit dat Haring ervan geniet om met schoolklassen te werken en de contacten die hij heeft met Amsterdam graffitikunstenaars.

Zo komt hij in december 1985 in contact met graffitikunstenaars Shoe (Niels Meulman, 1967) en Yan (Jan Rothuizen, 1968). Hij staat naar een ‘piece’ van hen te kijken met de tekst ‘Better times’. Ze praten met hem, nemen hem mee de stad in. Hij komt bij hen thuis, tekent wat voor ze. Heel ongedwongen allemaal. Hij zegt in Amsterdam te zijn voor een ‘show’. Hij is echter in Amsterdam om met Wim Beeren te praten over een solotentoonstelling in het Stedelijk. Shoe en Yan hebben de tijd van hun leven.

Het is niet alleen de ontdekkingstocht van Haring in Amsterdam die de moeite waard is, maar ook het kijkje dat Reinewald ons gunt op de museumwereld, op de opvattingen over of straatkunst museumkunst zou zijn, en op de kunstwereld van die dagen. Het is zo levendig beschreven dat het voelt alsof je erbij bent. Geert van Beijeren, conservator bij Museum Boijmans-van Beuningen moet in 1982 zijn directeur Willem Beeren overtuigen van de graffiti-kunst. Hij wordt enthousiast en als Beeren in 1985 directeur van het Stedelijk wordt plant hij een solo-expositie van Haring. Het merendeel van de collega-museumdirecteuren vindt graffiti niets. “Beeren wil de straat heroveren en die het museum binnenhalen.” Binnen de kunstensector is er veel gedoe rondom de op handen zijnde afschaffing van de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling) en minister Eelco Brinkman bezuinigt fors op de cultuursector. Jonge kunstenaars voelen zich in hun kunstenaarschap bedreigd, krijgen geen kans binnen het kunstcircuit. En nu krijgt Keith Haring, een man van de straatkunst, een expositie in het Stedelijk. Meerdere malen komt naar voren dat Haring geen graffiti maakt. “Echte graffiti zit vol letters en characters.” En Haring werkt zelden met spuitbussen, maar met krijt en Japanse inkt.

Boekenkrant

Uitgebreid aan de orde komt het maken van het velum (het heeft er in 2017 tijdelijk opnieuw gehangen) dat boven de marmeren trap van de entree hangt. Dat velum is eigenlijk bedoeld om het licht dat door de glazen koepel erboven komt te dempen. Haring beschildert (en nu wel met spuitbussen, zo’n vijfhonderd in totaal), zonder schets, het doek van 20 x 12 meter. Reinewald beschrijft zijn verwondering over de compositie, de werkwijze, het materiaalgebruik. Hij is erbij als journalist voor het jeugdblad Plug. “Keith hiphopt letterlijk op witte kousenvoeten over het uitgelegde velum. (…) Uit de boombox (…) klinken stevige hiphop-beats.(….) Onder Harings handen transformeert de hiphop-dynamiek tot ritmisch bewegende poppetjes op het velum.” Het is eigenlijk een performance. In een paar uur tijd is het klaar. De opening van de expositie in het Stedelijk wordt enorm goed bezocht. “Jongeren geven hun skateboards af bij de garderobe. Verder kunstenaars uit de harde krakersscene.” Overigens zijn de recensies over de tentoonstelling vernietigend en is er verontwaardiging uit de gevestigde orde van de kunstwereld. Hoe de tijden kunnen veranderen.

Aan de orde komen het maken van de gigantische muurschildering aan de Markthal (die later achter grote platen verborgen werd en in 2018 weer het daglicht zag), de manier waarop hij workshops geeft aan kinderen en probleemjongeren, zijn enorme passie om te creëren en allerlei smeuïge anekdotes die het lezen van het boek tot een ‘avonturenboek’ maken. Zoals de ‘onthoofde Haring’ op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Daar bespuit hij een liftdeur met twee gespiegelde figuren. De conciërge wil dat kladderwerk niet in ‘zijn’ gebouw en besluit het te verwijderen, maar verder dan het afkrabben van het hoofd komt het niet. De liftdeur is later gerestaureerd.

Reinewald laat ook andere aspecten van Haring aan de orde komen: zijn homoseksualiteit, zijn angst voor AIDS (waaraan hij ook zal overlijden), zijn politiek bewustzijn. Prachtig is de interpretatie die Reinewald geeft van de betekenis van het velum: iedereen is verwikkeld in een rituele dans, een nieuw soort ‘Sacre de Printemps’ van Strawinsky. Maar hier horen we de trage, zuigende hiphop-beats van Infinite Cipher.” (Een cipher is een soort van magische kring waar je beurtelings in- en uitstapt; JS)

Reinewald schrijft op de manier waarop Haring werkte: helder, krachtige lijnen, toegankelijk, trefzeker, ‘dansend’ door de historie, in een pompend ritme, maar altijd met aandacht voor de diepere betekenis. Dat maakt dit bijzonder mooi vormgegeven boek tot een kleinood dat iedere fijnproever eigenlijk zou moeten bezitten.

Het boek kan men bij de Dutch Graffiti Library bestellen: www.dutch-graffiti-library.nl Een gesigneerd boek plus twee fotoprints zijn voor € 175 rechtstreeks te bestellen bij de auteur: info@rchrisreinewald.nl

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles