Donderdag, 8 juli, 2021

Geschreven door: Maes, Ives
Artikel door: Dabrowski, Alek

The future of yesterday

Wereldtentoonstellingen gefotografeerd

[Recensie] Tussen 2008 en 2012 reisde de Belgische kunstenaar Ives Maes langs vele plekken in de wereld waar ooit een wereldtentoonstelling heeft plaatsgevonden. Hij fotografeerde de overblijfselen. Soms is er nog wat van de glorie te zien, zoals in Barcelona. De tentoonstelling uit 1929 heeft o.a. het prachtige Duitse paviljoen van Mies van der Rohe nagelaten.

Vaak zie je het verval. Het Nederlandse paviljoen van Expo 2000 te Hannover is bijzonder troosteloos: overwoekerd, onder geklad en kapot. Je vraagt je af waarom het niet is afgebroken. En soms is er helemaal niets meer te zien. Het kolossale Crystal Palace in Londen waar de eerste wereldtentoonstelling (1851) plaatsvond, was in 1936 afgebrand. Maes fotografeert de plek waar het gebouw stond. Hij noemt dit ‘late photography’ en beschrijft het als “turns up late, wanders through the places where things have happened, toting up the effects of world’s activity.”

Wat je te zien krijgt noemt hij ‘obsolete futures’. Wereldtentoonstellingen gaven een beeld van vooruitgang en optimisme en toonden de wereld een toekomstbeeld. Achteraf doet dit gedateerd en naïef aan. Met de beelden van Maes erbij wordt het zelfs treurig. In de drie essay voorafgaand aan de honderd foto’s wordt zowel ingegaan op de geschiedenis van wereldtentoonstellingen als op de rol van fotografie daarbij. En natuurlijk wordt het fotowerk van Maes toegelicht.

De foto’s van Maes zijn zeer afwisselend: donker, licht, je ziet mensen, gebouwen of er is juist alleen totale verlatenheid zichtbaar. Toch zie overal eenzelfde sfeer. De foto’s leggen geen hoogtepunten vast maar laten zien dat hier in een (ver) verleden iets belangrijks heeft plaatsgevonden.

Awater

In een bijna lege kantine van een kantoorgebouw in Knoxville zie je in een hoek de grootse Rubik’s cube ter wereld staan, een overblijfsel van de tentoonstelling aldaar uit 1982. Maes fotografeerde ook de slotparade van de grootste expo ooit, Shanghai 2010 met zeventig miljoen bezoekers, kosten: 44 miljard dollar. Op deze parade kwam slechts een handjevol mensen opdagen, het feest was immers al voorbij. De foto is prachtig. De Chinese televisie mixte er tijdens het ‘rechtstreekse’ televisieverslag wat beelden van de openingsparade doorheen. Zo leek het nog wat.

Los van de pracht van de foto’s kende ik de meeste tentoonstellingen en plekken wel. Wat ik niet wist is dat het megalomane Russische paviljoen uit 1937 Parijs is overgeplaatst naar Moskou. Het siert de voorkant van het boek van Maes. Ook ontdekte ik dat er in 1955 in Helsingborg een belangrijke tentoonstelling over architectuur, industrial design en woninginrichting onder de naam H55 heeft plaatsgevonden. Zelfs het standaardwerk ‘Encyclopedia of World’s fairs and Expositions’ noemt deze tentoonstelling niet. Ik heb er verder ook geen literatuur over gevonden behalve een themanummer van het tijdschrift ‘Goed Wonen’ uit 1955, meteen besteld natuurlijk!

Eerder gepubliceerd op Uitgelezen Boeken