Donderdag, 30 maart, 2006

Geschreven door: Gong, Yuhong
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Tijdloos, over een verre rivier

Het landschap is eeuwig, de rest verrot

Brede rivieren traag door oneindig laagland. Toen Marsman aan Holland dacht, was dit zijn eerste beeld. Nu Yuhong Gong in haar tweede roman Tijdloos, over een verre rivier aan China denkt, kiest ze ook voor een rivier die door haar oneindig grote land gaat. De Yangze is de achtergrond en een van de bewegende krachten in haar nieuwe roman, die speelt op het scharnierpunt van het oude en het nieuwe China: 1936. Het jaar ervoor had de Lange Mars Yanan bereikt, de Japanners hadden in Mantsoerije een vazalstaat gesticht en in de steden hadden Westerse mogendheden de touwtjes in handen. Het grote, mythische China stond op haar laatste benen.

65 jaar later, China is opnieuw een grootmacht, ontvangt de Chinees-Franse schrijfster Lize M. Gong in Parijs een brief. ‘Mon amour, […] Deze brief is verzonden met de bedoeling om wat we niet afgemaakt hebben, toen wij als geliefden over de rivier de Yangtze dobberden in die memorabele herfst van 1936, af te maken.’ De roman is het verhaal achter de brief. Samen met haar vader was de vijftienjarige Lize aan boord gegaan van riviercruiseschip de Oriënt om van Chongking naar Shanghai te varen. Zonder duidelijk doel overigens, de vier weken durende trip was eerder een vlucht van de plek waar haar moeder hen met haar stiefbroer had verlaten. Het was een avontuur.

De mysterieuze briefschrijver was niet de eerste voor Lize; al eerder had ze haar stiefbroer Lou bemind en daarna scheepsschandknaap Mon. Yoshi, de briefschrijver, was haar derde. Lou had haar verteld over het mythische China, waarin ooit een keizer hun voorvader zou zijn geweest, Mon berichtte haar over de opkomst van het communisme, Yoshi belichaamde de decadentie van het einde van het oude China. Hij had een affaire gehad met zijn tante, was met haar zelfs in het buitensporige Parijse cabaret makkelijk onderwerp van roddel en achterklap geweest en was nu, na haar dood, een dubbelspion met onduidelijke loyaliteiten.

Dat was China in 1936: deze drie mannen en dat meisje dat zich liederlijk door elk van hen liet bezitten. Maar de roman heeft nog een ander decadent gezicht, dat van Pearl, ooit de minnaar van Yoshi’s tante, nu een vrouw die met haar stem opzien baarde, maar dat nog meer zou doen met een eigenaardig geschrift, dat A Romance in the Year 2001 heet. In drie pamflettistische verhaaltjes, die elk een Lize-Yoshi-verhouding lijken te bevatten en verder elementen die bijzonder veel aan het nu doen denken – games, sms, illusies, lege gedachten over seks en liefde, virtuele werkelijkheden -, worden we uit 1936 weggevoerd. De tachtigjarige vertelster lijkt hier het spoor bijster te raken: zijn dit herinneringen die we moeten vertrouwen? Haar jongere ik werpt het manuscript in de Yangtze, voorkomt een huwelijk tussen Pearl en haar vader door die laatste te doden, en bezoekt als journaliste Shanghai en Mantsjoerije, om uiteindelijk in Parijs te belanden. Daar ontvangt ze deze brief, daar sterft ze.

Geschiedenis Magazine

Bij dit alles is er één constante: het landschap, ‘… dit landschap dat dichter bij bloed stond dan bij inkt, dichter bij pijn dan bij wijsheid, dichter bij de dood dan bij de onstuimige zielenroerselen van wijsbegeerte…’ Alleen het landschap, die verre rivier, bleef tijdloos, alles op en om haar heen raakt te water, verrot en laat zich meevoeren naar een nieuwe tijd. Want China is gecorrumpeerd, dat lijkt Gong ons te willen melden: het mythische China van Confucius, het decadente en ook het communistische, dat niet veel goeds brengt. Lize laat het maar over haar heen komen, letterlijk zelfs in de vorm van haar drie mannen, stort zich liefdeloos in hun armen, brabbelt in lege romantische frasen. Ze lijkt zowel een Chinese als een Franse ziel te missen. En haar tachtigjarige ik relativeert het jonge meisje wel, maar nergens weet ze de ernst helemaal van zich af te schoppen.

Ernstig, dat is dit boek, en serieus in alles wat het wil: het oude én het nieuwe China tonen, bekritiseren, een liefdesverhaal zijn, een pamflet, een literair werk. Daarin is het niet geslaagd. De delen – de toekomstverhalen, de beschrijvingen van de Parijse schrijfster in 2001 en het 1936-verhaal – worden geen geheel. De beelden waarin de gebeurtenissen worden gevat zijn niet allemaal even helder, niet allemaal even scherp geformuleerd, maar benemen samen in aaneenschakeling het zicht op het geheel van plot en ideeën.

Tijdloos, over een verre rivier is ernstig en ambitieus, maar ook onevenwichtig en vol. Yuhongs Gong gedachte aan China had een betere uitwerking verdiend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *