Dinsdag, 26 september, 2017

Geschreven door: Wang, Mingfang
Artikel door: Reinewald, Chris

Tijgerkop

Hoogspanning achter het luik

In haar non-fictie debuut Tijgerkop vertelt de Nederlands-Chinese schrijfster Mingfang Wang (1974) – en geen familie van Lulu Wang – over haar tropenjaren als horeca-onderneemster in Hilversum. Lees hier hoofdstuk 1 uit het boek.

[Recensie] Ze spreken meestal beroerd tot geen Nederlands. Houden vast aan hun eigen (eet)cultuur. Zijn statusbewust en mijden politiek of geloof. Trouwen meestal binnen de eigen kring. Observeren ons, bewoners van He Lan – wat lotus en orchidee betekent – met verbazing. Kortom, geen bevolkingsgroep is zo weinig geĂŻntegreerd als de Chinese. Toch hoeft dat niet om je een onderdeel van Nederland te voelen.

Chinezen houden zich stil en afzijdig. Ook als Gordon – met zijn napalm-gevoel voor humor – bij een talentenshow op tv een Nederlandse-Chinese zanger wegzet als een in bestelnummers sprekende ober in een Chinees afhaalrestaurant. Maak zo’n rotgrap over een andere bevolkingsgroep met een kleurtje en de poppen zijn – terecht – aan het dansen.

Omdat Mingfang Fang in het mediadorp Hilversum een Chinees restaurant drijft, werd ze door de radio en tv gevraagd te reageren. Was zij niet kwaad? Nee, omdat zij met een Nederlander getrouwd is en wel goed Nederland spreekt en schrijft, kent ze Gordons ongein. Bovendien: Nederlanders moesten eens weten hoe Chinezen onderling over hĂşn praten.

Wordt Vervolgd

Wij ‘witte duivels’ kennen de restaurant-Chinezen alleen maar van de voorkant van het luikje dat opent voor bestellingen. Mingfang schrijft zoals haar restaurant runde: razendsnel en zakelijk. Doordat de Nederlandse overheden haar als ondernemer behoorlijk dwars zitten met allerlei regelgeving, is zij ook nog een bekwaam bezwaarschriftschrijfster geworden. En dat lees je hier en daar ook wel terug in van alle lyriek ontdane beschrijvingen. Over haar leven buiten het restaurant vertelt Mingfang amper iets.

Het boek leest als zo’n mooie tv-documentaire van Michiel van Erp. Oog voor schrijnende details. Absurde scènes op de werkvloer. Hoe de afhalers vrijwel alleen foe yong hai (weinig lijkend op de oerversie uit Chengdu, Szechuan) of het eigenlijk Indische babi pangang bestellen.

De trots van de koppige vader contrasteert met de bijna slaafse meegaandheid van zijn dochter. Met hem als trage kok runt zij als ‘tijgerkop’ – de cheffin – het restaurant toen de aanvankelijke eigenaar, haar broer Xiao op jonge leeftijd overleed. Zoals ook veel ver-Nederlandste Chinezen beoefent Mingfang milde staaltjes van oud-Chinees medisch (bij)geloof. Haar broer hielp het niet te genezen van zijn fatale ziekte.

Interessant zijn haar ervaringen met de scooterbezorgers: Nederlandse Marokkanen met een dubbele agenda. Maar Mingfang geeft iedereen kans en discrimineert niet. Alleen moet ze de goedwillende Nederlands-Marokkaanse aspirant-kok ontslaan als zijn bontkraagbroertje het restaurant komt inspecteren voor een overval. Er gaat het gerucht dat er veel geld in het restaurant omgaat. Dat klopt. De zaak wordt namelijk – contant – verkocht. Makkelijk gaat dat niet. Helaas blijkt de kandidaat, een Chinees met een vermogende zuster (die niet aan haar vastgezette kapitaal kan komen) onbetrouwbaar. Dan wil hij weer wel, dan weer ziet hij af van overname.

Het zal Mingfang tot razernij gedreven hebben. Maar als Chinees toon je je emoties pas als het niet anders kan. Streng en onderdrukt gekweld kijkt de schrijfster je vanaf de omslag aan. Liever een stenen gezicht dan gezichtsverlies. Mingfang heeft zich vanwege de familie-eer in twaalf jaar een slag in de rondte gewerkt. Zulke opofferingsgezindheid is onder Nederlanders hoogst zeldzaam.

Op haar twaalfde volgde ze haar vader naar Holland, He Lan, waar echter weinig lotus of orchidee-bloemen te bekennen waren. Dan had Italië, Yi Di La beter geweest: Gedachte, Groot, Winst. Haar onzekerheid over het Nederlands verbloemde ze op de middelbare school door stuurs de dopjes van haar koptelefoon in te houden. Toch studeerde ze aan de Hogeschool van Utrecht en de Universiteit van Leiden om vervolgens tijgerkop te worden. Na de verkoop van haar restaurant in 2016 heeft Mingfang een YouTube-kanaal over de Chinees-Indische restaurantkeuken.

En ze debuteerde dus als schrijfster van dit in eigen beheer uitgegeven boek. Als liefhebber van de Szechuan keuken had het voor mij hier en daar wel pittiger mogen zijn, maar toch liet ik er niks van staan.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles