Vrijdag, 14 december, 2018

Geschreven door: Heijden, A.F.Th. van der
Artikel door: Voskamp, Nico

Tonio

Onbeschrijflijk verdriet

[Recensie] Als er een verdriets-top-tien zou bestaan (vast wel, maar ik heb niet de moed hem op te zoeken) dan staat het overlijden van je kind daar absoluut bovenin. Voor ouders is het ondenkbaar dat je je zoon of dochter moet gaan begraven, in plaats van de natuurlijke gang van zaken – als ouder sterft men het eerste. Zulk ondenkbaar verdriet overkwam Adri van der Heijden en Mirjam Rotenstreich toen hun zoon Tonio overleed.

Van der Heijden zou van der Heijden niet zijn als hij daar geen boek van maakte, door innerlijke noodzaak gedreven. Hij begon te schrijven vanaf het moment van het ongeluk (Tonio werd in 2010 na een avondje uitgaan in Amsterdam op de fiets geschept door een automobilist en overleed in het ziekenhuis aan zijn verwondingen) en toen hij stopte, was daar deze ‘requiemroman’.

Het moet een Sisyphusarbeid zijn geweest, jezelf aan je haren door de inktzwarte poel van ellendige herinneringen of erger nog, vreugdevolle herinneringen, te slepen. Van der Heijden doet dat grondig. Hij begint op het punt waarop hij en zijn zwangere vrouw de naam ‘Tonio’ geven aan het nog ongeboren kind. Daarna springt hij vooruit in de tijd naar het doordringende gesnerp van de deurbel, jaren later. Er staan agenten voor de deur met het verzoek mee te gaan naar het ziekenhuis, waarin hun zoon op de intensive care ligt. In kritieke toestand.

Nauwkeurig als van der Heijden te werk gaat, houdt hij die uitdrukking ‘in kritieke toestand’ aan alle kanten tegen het licht. Wat betekent het eigenlijk? Kritieke toestand, maar nog niet dood dus? Of zo kritiek dat er geen sprake meer is van een levenskans? Of iets ertussenin? Onderweg naar het ziekenhuis blijft hij daarmee tobben, tot andere, somberdere gedachten het overnemen.

Archeologie Magazine

Op verschillende sporen gaat het verhaal verder. Enerzijds vader en moeder, wachtend aan het bed in slopende spanning van het wel of niet overlijden van Tonio. Anderzijds de geschiedenis van hun zoon vanaf zijn geboorte tot aan de laatste dag in zijn ouders huis. Die lijnen raken elkaar prachtig als het ontstaansproces van het kind gespiegeld wordt aan het afbraakproces dat zijn dood uiteindelijk is.

Gebruikmakend van de licht archaïsche en ja, ook bombastische volzinnen die we van hem gewoon zijn, besteedt de schrijver meer dan de helft van het boek aan herinneringen. Elke flard, elk spoor, elke geur, elke kleur, elke situatie, elke anekdote, elke invalshoek, hoe zijdelings ook, wordt benut om op Tonio terug blikken. Het beeld van hoe hij was, in deze of gene situatie, wat hij deed, hoe hij reageerde, hoe mooi hij was, hoeveel hij voor de ouders betekende. Het is alsof een beeld herschapen moet worden van de zoon, hun mooie zoon, zo meedogenloos uit hun leven gerukt.

Het meest tragisch is dat ondanks al die inspanningen, alle opgediepte stukjes leven, alle korrels opgeraapte geheugenstof, elk afgestoft beeld van Tonio, het verdriet toch niet te vatten is. Dat gevoel van de achterblijvers is niet te beschrijven, behalve misschien met deze zin: “Het verdriet hield zich koest – maar wel met elke vezel gespannen, klaar om toe te springen.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles