Maandag, 9 mei, 2022

Geschreven door: Greif, Niels
Recensie door: Veen, Evert van der

Treinen ontwerpen

Het traject van een trein

[Recensie] Je staat er als reiziger niet bij stil maar er gaat heel wat aan vooraf voordat je plaats kunt nemen in een trein die je van A naar B brengt. Dit mooi uitgegeven boek maakt dat uitvoerig duidelijk in tekst, tekeningen en foto’s. De afdeling NS Design ontwikkelt nieuwe treinen en in de periode die dit boek bestrijkt – van 1970 tot 2015, de tijd dat de auteur hier werkzaam was – is er een duidelijke ontwikkeling van een puur technisch treinstel naar één die er ook mooi uitziet. Het design is in de loop der jaren dan ook belangrijker geworden en dat is in dit boek duidelijk te zien.

Er worden, verspreid over de zojuist genoemde aangegeven jaren, 30 verschillende typen treinstellen gepresenteerd waarbij de reiziger die hier gebruik van maakt centraal staat. Naast het exterieur is er dan ook veel aandacht voor het interieur. Aan de hand van schetsen en ideeën krijgt een nieuwe trein geleidelijk vorm of wordt een verouderd type gerestyled.

Het bouwen van treinen was oorspronkelijk het werk van koetsenbouwer en meubelmakers en dat is aan de oudere treinen ook af te zien. Vanaf het begin van de 20e eeuw komt het industriële ontwerp meer tot ontwikkeling. Naast de treinstellen is er ook aandacht voor stations waar vroeger ook de nodige zorg aan werd besteed. Diverse foto’s laten zien hoe fraai een station eruit zag met wachtruimten in verschillende klassen. De kosten van een treinstel werden per zitplaats berekend.

In de jaren 50 kwam het onderwijs in het industriële ontwerpen van de grond. De NS begonnen toen ook meer aandacht aan marketing en hun klanten te besteden. De mening van reizigers werd belangrijker en hun waardering van het interieur en de beleving van de reis werd steeds meer meegewogen. Ook de mentaliteit van reizigers verandert en dat heeft invloed op de bouw van treinstellen. Tal van interessante tekeningen laten deze ontwikkelingen zien.

Bazarow

Zo blikt Niels Greif in dit boek terug op zijn loopbaan bij de NS en kan hij vele veranderingen  beschrijven die hij gedurende zijn leven heeft meegemaakt. Er is een hoofdstuk over kunst, die echter niet werd bewaard wanneer een treinstel wordt gesloopt. Kunst werd destijds nog niet op waarde geschat.

In de jaren 70 begonnen de NS met reizigersonderzoek en zo ontstonden stop-, snel- en intercitytreinen. Uit de 30 gepresenteerde typen blijkt steeds weer dat er een lang en intensief proces aan vooraf gaat alvorens een trein gebruiksklaar op de rails staat. Vele getekende modellen maar ook op schaal gemaakt of zelfs ten dele op ware grootte geconstrueerd – een mockup genaamd – passeren in dit boek de revue. Zelfs een armleuning is onderwerp van vele getekende studies. Een prachtige tekening over twee pagina’s is die van de upgrading van de intercity eind jaren 80. Ook wordt er buitenlands materieel aangekocht en gereviseerd. Uit alles blijkt dat hier ook veel zorg en tijd aan wordt besteed.

Interessant is ook de bouw van treinstellen waarvan diverse foto’s zijn opgenomen. Zo komt de bekende ‘hondekop’ uit 1954 voorbij maar ook de eerste dubbeldekker uit 1980 om het groeiende aantal reizigers in de spitsuren te kunnen opvangen.

Met de komst van de Thalys in 1995 is ‘de trein opnieuw uitgevonden’ maar ook de Fyra krijgt aandacht onder de kop ‘mislukt project, geslaagd design’ waarmee deze trein kernachtig wordt getypeerd. Het bleek dat de Italiaanse firma Pininfarina, die auto’s bouwde, te weinig ervaring met treinmaterieel had.

Hier lezen we iets dat door heel het boek terugkeert: “De ontwikkeling van een treinstoel is een tijdrovend proces waarbij niet alleen ontwerpers, maar ook treinformulemanagers, constructeurs, reinigingsdeskundigen, werkplaatsmedewerkers en ergonomen betrokken zijn” (p. 255).

Dit boek is uiteraard interessant voor treinliefhebbers in de breedste zin van het woord maar ook voor mensen die vakmatig met design en industriële vormgeving en ontwerp hebben te maken. Het royale formaat maakt dat alles op mooie wijze wordt gepresenteerd en dat verhoogt de aantrekkelijkheid van dit prettig leesbare boek.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles