Vrijdag, 18 augustus, 2017

Geschreven door: Modiano, Patrick
Artikel door: Leppers, Ger

Trilogie van een beginnend schrijverschap

De jeugd van de Nobelprijswinnaar

Citaat

“Onlangs bladerde ik bij een tweedehandsboekwinkel in een oud nummer van De Week in Parijs, dat van juli 1939 dateerde en waarin vermeld was wat er in de bioscopen, de theaters, de musichalls en de cabarets op het programma stond. Tot mijn verbazing viel mijn oog op een piepkleine foto van Frede: op haar twintigste trad zij al in een nachtclub op. Ik heb dat programmaboekje gekocht, min of meer zoals je de hand legt op een corpus delicti, een tastbaar bewijs dat je niet gedroomd hebt.

Er staat:
HET SILHOUET
58, rue Notre-Dame-de-Lorette
Montmartre. TRI 64-72
FREDE presenteert van 22 u tot de ochtendstond
Haar vrouwen-Cabaret-Dancing.
Terug uit Zwitserland
Het beroemde orkest DON MARYO
De gitarist Isidore Langlois
Betty and the Nice Boys

En het beeld dat wij, mijn broer en ik, van Frede kregen wanneer wij haar in de tuin van het huis zagen als wij uit school kwamen, doemt weer even vluchtig voor mij op: een vrouw die net als de kleine Hélène tot de wereld van het circus behoorde en door die wereld met een mysterieus aureool omgeven werd.”

Hereditas Nexus

Patrick Modiano, één van de vijftien Franse winnaars van de Nobelprijs voor literatuur, is van juli 1945. “Net als iedereen die in 1945 is geboren, ben ik een kind van de oorlog,” zei Modiano in de toespraak bij de aanvaarding van zijn Zweedse prijs [2014/red], “en om nog nauwkeuriger te zijn, omdat ik in Parijs geboren ben, een kind dat zijn geboorte dankt aan het Parijs van tijdens de bezetting. Wie in dat Parijs geleefd heeft, wilde dat liefst snel vergeten, of zich enkel de kleine dingen van het dagelijkse leven herinneren.”

Onder de titel Trilogie van een beginnend schrijverschap heeft Querido nu de vertalingen gebundeld van de romans die de schrijver niet bij zijn vaste uitgever Gallimard heeft gepubliceerd, maar bij de Editions du Seuil. Het zijn drie autobiografische boeken, waarin Modiano zijn nogal ordeloos verlopen jeugd onderzoekt, maar zeer vrij omgaat met de historische werkelijkheid. De ouders van de schrijver waren doorgaans afwezig. Zijn uit Antwerpen afkomstige moeder speelde kleine film- en toneelrollen, en was regelmatig op tournee langs de Franse provinciesteden. Modiano en zijn vroeg overleden jongere broer Rudy werden samen met kinderen uit alle windstreken ondergebracht in internaten of toevertrouwd aan de zorg van wisselende familieleden of van bevriende stellen aan de zelfkant van het leven, die bezoek ontvingen van vaak wat buitenissige mensen – vlinders van de nacht, kunstluizen en penoze. Het was een jeugd die de schrijver achterliet met vele vragen. Was zijn Joodse vader, altijd op reis en levenslang verwikkeld in louche of op zijn minst onduidelijke handeltjes, in de oorlog een collaborateur? En zo ja, een kleine of een grote? En wie waren al die mensen wier leven hij korte of langere tijd deelde?

Om antwoord te krijgen, of misschien eerder nog om te weten te komen welke vragen hij zou moeten stellen om in dat alles samenhang te brengen en er een betekenis aan te geven, gaat de schrijver te rade bij telefoonboeken van jaren her, bladert hij in oude tijdschriften en programmaboekjes, bekijkt hij vergeelde foto’s en advertenties en besteedt hij vele jaren aan de reconstructie van de schaarse sporen van wat voorgoed verdwenen is. “Annie, de kleine Hélène en Roger Vincent waren vast en zeker in de gevangenis terechtgekomen… Ik had mijn broer verloren. De draad was geknapt. Een herfstdraad. Er was niets meer van al die dingen over…” Uren kan hij dwalen door de straten van Parijs, terugdenkend aan wat verdween: “Dat hele onbekende gebied waarvan je niet wist of het nog Parijs was, al  die straten zijn met hun garages en hun geheimen tijdens de bouw van de ringweg van de kaart geveegd.”

Zijn het geduld en de schroom waarmee Modiano’s vertellers te werk gaan nog wel van deze tijd? Vandaag kun je in enkele muisklikken checken wat er geworden is van oude vrienden, vriendinnen, jeugdliefdes en dienstmaatjes. Facebook toont de wereld genadeloos de ontluisterende onbenulligheid van hun huidige beslommeringen. Het mysterie dat de personages omhult en dat zo karakteristiek is voor de boeken van Modiano, lijkt verdampt onder de digitale druk. De nostalgie die in deze drie boeken van de Franse schrijver heerst, is inmiddels, enkele tientallen jaren na hun publicatie, een dubbele nostalgie geworden: voor de verteller van de boeken was er een nostalgie naar het verleden, en voor de lezer van nu is daar de nostalgie bijgekomen naar de  middelen waarmee dat verleden werd onderzocht. In zijn Stockholmse toespraak liet Modiano overigens weten nieuwsgierig uit te zien naar de manier waarop de literatuur op deze nieuwe technologische ontwikkelingen zal reageren.

Het is mooi dat we deze boeken, die samen een goed beeld geven van de inzet van Modiano’s schrijverschap, nu bij elkaar hebben – een luxe die de Franse lezers niet gegeven is. Verdaagd verdriet en Hondenlente waren eerder in het Nederlands verschenen, en werden vertaald door Edu Borger, de vertaling van Bloemen en puin is nieuw, en van de hand van Paul Gellings. De vertaling van Hondenlente haalt naar mijn gevoel net niet het niveau van die van de andere romans. Zo staat er: “Terwijl ik de bladzijden omdraaide, voelde ik steeds beter wat Jansen had willen overbrengen.” Een blad papier kun je omdraaien, maar een bladzijde sla je om. Ook is er, een beetje onbeholpen, sprake van “papieren die hij met het oog op zijn vertrek nodig had te verkrijgen.” Voor de wat oppervlakkiger of milde lezer gaat het hier vermoedelijk om spijkers op laag water, maar precisie en glasheldere formuleringen vormen een belangrijke kant van Modiano’s schrijverschap, en dergelijke ongerechtigheden, al zijn ze zo klein dat menigeen eroverheen zal lezen, doen toch een beetje afbreuk aan het proza van een grootmeester die elk woord op een goudschaaltje weegt.

Eerder verschenen in Trouw