Maandag, 18 augustus, 2008

Geschreven door: Mulisch, Harry
Artikel door: Winter, Karlijn de

Twee vrouwen

Niet twee, maar heel veel vrouwen

Als ze wel kinderen had kunnen krijgen was het leven van hoofdpersoon Laura ongetwijfeld helemaal anders verlopen. Dan was ze nog gelukkig getrouwd met man Alfred, en kon ze zich in de rol van echte moeder ontfermen over hun nakomelingen. Maar het lot besloot anders. Na hun scheiding heeft Alfred een gezin gesticht met een nieuwe vrouw, terwijl Laura alleen is achtergebleven in een huis in Amsterdam en nog steeds het ‘dochter-zijn’ niet van zich af heeft kunnen werpen: ‘“Als je je altijd een dochter voelt, is er maar één manier om van je moeder af te komen, en dat is door zelf moeder te worden.”’

Maar het moederschap is voor Laura zelf niet weggelegd. Daardoor is ze dus steeds met haar moeder verbonden gebleven op de manier die ze niet wil, als dochter. Hoewel de moeder-dochterrelatie in Twee vrouwen niet bijzonder op de voorgrond staat, lijkt ze toch de spil te vormen waar de hele intrige om draait. Het verhaal opent met het bericht van de moeders dood, en alles speelt zich af tegen de achtergrond van Laura’s daaropvolgende autorit naar Nice waar haar moeder zal worden begraven. Het feit alleen al dat Laura uiteindelijk niet eens Nice bereikt is al tekenend: zij wil helemaal niet (meer) met haar moeder verbonden zijn, ook al zegt ze dat zelf niet met zoveel woorden.

In dat opzicht lijkt Sylvia ook alleen maar in het leven te zijn geroepen om haar daarmee te helpen. Sylvia, de kapster uit Petten, het jonge meisje dat qua leeftijd Laura’s dochter had kunnen zijn, die in haar eentje in Amsterdam verzeild was geraakt en daar door haar ‘van straat is geplukt’. Sylvia is eigenlijk de derde vrouw uit het verhaal. Ze ontmoeten elkaar op een doodgewone zaterdag in februari. Ze gaan samen een stuk wandelen, bij Laura thuis iets drinken en belanden in bed. Het gaat allemaal zo vanzelfsprekend, alsof het van tevoren allemaal al vastgesteld was. Zelfs over het samenwonen wordt geen moment getwijfeld:

‘“Kom je bij me wonen, Sylvia?”
“Als je dat wilt.”
“Ja.”
“Goed.”’

Wordt Vervolgd

Al op de eerste dag ontwikkelt zich iets tussen hen dat je zou kunnen benoemen als een lesbische relatie, maar waar je nog vele andere interpretaties aan kunt geven. Het weergaloze aan deze roman van Mulisch ligt immers in de dubbelzinnigheden die hij oproept over de aard van hun relatie, of beter: van Sylvia. Zou zij niet in eerste instantie net zo goed het kind kunnen voorstellen dat Laura zelf nooit heeft gehad? Dat suggereert Mulisch, bijvoorbeeld wanneer ze samen naar een toneelstuk over Orfeus en Euridike zijn gaan kijken:

‘“Heb je er iets van ons in herkend?”
“Van ons?” Verbaasd keek zij mij aan. “Wie van ons zit er dan in de onderwereld?”
Ik lachte en nam zwijgend haar hand.

Jij, dacht ik. Jij zit in de onderwereld, want je bent een schim – niet van een gestorvene, maar van een ongeborene.’

Dat Sylvia een schim zou kunnen zijn hangt al vanaf het begin in de lucht, wanneer Laura de gordijnen dicht doet vlak voor de twee zich voor het eerst voor elkaar uitkleden. Ze mompelt dan de openingsverzen van Dantes Goddelijke komedie, waarin de hoofdpersoon ook tussen de schimmen belandt.

Maar net zo goed als de ‘schim van een ongeborene’, fungeert ze in het verhaal als vriendin van Laura’s nooit geboren zoon. In het toneelstuk dat de twee tegenover Sylvia’s ouders spelen – die een lesbische relatie tussen hen vast ongehoord zouden vinden – heeft Sylvia namelijk de rol van inwonende schoondochter van wie de vriend steeds toevallig net niet thuis is.

Of moeten we Sylvia voor alles zien als een ideaalbeeld van Laura, van de jonge vruchtbare vrouw die zij had kunnen worden? Die, als ze met Alfred naar bed gaat, wél zwanger raakt, en ervoor kan zorgen dat Laura alsnog moeder wordt? Als je alle mogelijke rollen van Sylvia naast elkaar legt, gaat het duizelen, want de dubbelzinnigheden in Twee vrouwen verhinderen dat je er een eenduidige interpretatie aan kunt geven. Is Sylvia behalve de liefde van Laura’s leven, ook haar denkbeeldige dochter, schoondochter, of ideale ik? In al deze gevallen vormt Sylvia hoe dan ook een fundamentele schakel in Laura’s bestaan.

Dat Laura’s moeder, toen ze nog leefde en Sylvia ontmoetten in Nice, haar zo hardhandig afwijst, heeft op deze manier bekeken waarschijnlijk dan ook met meer te maken dan met ouderwetse anti-lesbische sentimenten. Komt het niet veel meer voort uit jaloezie, omdat hun jarenlange moeder-dochterrelatie nu op het punt lijkt te staan te breken? Freud zou er een hele kluif aan hebben om deze vraag te beantwoorden. Maar zonder dit voorval per se als een psychoanalytische afrekening op te vatten – hierna is het Laura nooit meer gelukt zich weer met haar moeder te verzoenen -, kun je al zeggen dat Twee vrouwen veel meer aan de kaak stelt dan een (lesbische) liefde: het gaat om gemiste kansen, mislukte toekomstdromen en de wens een onafhankelijke vrouw te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *