Zaterdag, 21 maart, 2020

Geschreven door: Westera, Bette
Weve, Sylvia
Artikel door: Friso, Jaap

Uit elkaar

Papa zoent met juf Ans

“Als ik later groot ben, ga ik met mijn moeder trouwen,
zodat ze altijd bij me blijft, in voor- en tegenspoed.
Er zijn op deze wereld vast geen lievere mevrouwen.
Ik moet het haar nog vragen, maar mijn vader vindt het goed.”

[Recensie] Onbevangen zijn ze soms, de kinderen in Uit elkaar. Maar ook heel serieus of vol zorgen. Bijvoorbeeld het jongetje dat heeft gezien dat zijn vader met juf Ans zoende. Moet hij dat aan mama vertellen? Zijn papa vindt van niet: “Hij zei dat ik het beter niet kan zeggen – dat hij het zelf aan mama uit zou leggen”. 

Bette Westera en Sylvia Weven maakten een boek over de liefde, die niet altijd oneindig duurt. Dat klinkt als een zwaar thema, maar dat is het eigenlijk nooit bij dit duo. Daar is hun klassieker Doodgewoon een schoolvoorbeeld van. Van hoe over ogenschijnlijke thema’s, ook lichtvoetig en humoristisch valt te vertellen, zonder het verdriet en de pijn uit de weg te gaan. Daar slagen ze in Uit elkaar opnieuw in.

Heel veel soorten vormen van liefde en relatie komen voorbij, tot in de dierenwereld aan toe. Want zwanen en gieren blijven bijvoorbeeld altijd bij elkaar maar er is ook een vrouwtjesspin die het mannetje opeet na de daad. Er is de kwestie van meerdere huizen, al die vershillende opa’s en oma’s en de namen van de vrouwen waar papa iets mee heeft. Anja, Irene, Chantal en dan weer Joyce die door Weve op een fabuleuze manier in letters in een prent zijn verwerkt.

Sociologie Magazine

Maar er is ook het gemis, verdriet en schuldgevoel. In een schrijnend vers vraagt een jongen zich af of het anders zou zijn gegaan, als hij liever had gedaan. Of een jongetje dat op de gang een gesprek afluistert en in het gedicht Te goeie oren. Het eindigt met de pijnlijke zin: “Nu denkt hij dat het beter was gegaan als hij niet was geboren”.

Beeldend en heel direct beschrijft Westera al die gevoelens en observaties van kinderen die te maken hebben met ouders die het samen niet langer rooien. Een vader die bijna letterlijk is weggekrast uit huis, zelfs zijn naam op de kalender. Maar ook de constatering dat het een onmogelijke combinatie was. “Ze hebben niets gemeen behalve mij”. Het woordje mij staat op de volgende pagina, want net als in Doodgewoon is er op papier en vormgeving niet bezuinigd. De bladzijden hangen op een speciale manier aan elkaar (‘Japans gevouwen’) waardoor er grafisch veel mogelijk is en er een organische verbinding door het hele boek ontstaat. Kersverse Max Velthuijsprijs-winnares Sylvia Weve is weer eens in bloedvorm door van iedere prent een commentaar bij het vers te maken. Soms subtiel en soms rauw en hard. Een groot kruis komt meerdere malen terug, dat wordt door de relaties gezet want zo voelt dat voor kinderen.

Wat een topduo is dit, echt de som der delen. Vooruit nog een versje dan:

“‘We zijn zo al met al nog best een tijd getrouwd geweest,’/ zei oma. ‘Nee, je opa was geen gemakkelijke man / en ik geen gemakkelijke vrouw. De scheiding was een feest, / voor allebei. Er is alleen geen fotoalbum van.’”

Luister ook naar het gesprek met Bette Westera en Sylvia Weve in deze aflevering van De Grote Vriendelijke Podcast.

Eerder gepubliceerd op Jaapleest