Dinsdag, 20 augustus, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Borst, Piet

Uneasy street: the anxieties of affluence

Geboren winnaars

[Recensie] Bent u rijk? En vindt u dat ongemakkelijk? Die vragen worden zelden zo bruut gesteld, en ook Rachel Sherman doet dat niet. Maar ze stelt ze wel, tactvoller, en de antwoorden die ze krijgt, zijn  interessant. Sherman heeft in New York een vijftigtal mensen geïnterviewd met inkomens boven een kwart miljoen dollar per jaar, de meeste zaten zelfs boven het half miljoen. Hoe weten deze rijken die overvloed voor zichzelf te rechtvaardigen? Ze hebben allemaal personeel, onderbetaalde  huishoudsters, koks, kindermeisjes die het moeilijk hebben in New York. Lange reistijden, tweede baantjes. Hoe houd je dan als rijke New Yorker je zelfbeeld als goed mens overeind?

Ik las het boek, Uneasy street: the anxieties of affluence, mede om te zien of die rijke mensen enig benul hebben van de genetische loterij die verantwoordelijk is voor hun succes. Weten ze dat succes sterk gerelateerd is aan intellect, karakter en doorzettingsvermogen, allemaal eigenschappen die in hoge mate erfelijk bepaald zijn? Dat succes wordt uiteraard mede bepaald door de opvoeding, maar wie zijn goede genen heeft gekregen van slimme ouders wordt door die ouders ook prima opgevoed en gaat naar de beste scholen. Genen en opvoeding versterken elkaar in Het Gooi en in Bilthoven. (1) Zo ontstaat de disruptieve segregatie tussen slimmerds en dom – oren, nog versterkt door de neiging van slimmerds om in eigen kring te trouwen.

Een deel van de rijke New Yorkers is zich bewust van hun bevoorrechte positie. Dat zijn de klimmers die het minder breed hebben gehad in hun jeugd en die vaak nog familieleden hebben die weinig verdienen. De mensen die rijk zijn geboren, worstelen minder. Hun rijkdom is even vanzelfsprekend als de rijkdom van de Britse adel: “Wij hebben het, en terecht; wij zijn ermee geboren. Wij hoeven niets te bewijzen.”

Klimmers

Schrijven Magazine

Interessanter zijn die klimmers, die pogen hun privileges te rechtvaardigen. Zij gebruiken een aantal copingstrategieën: hard werken staat op de eerste plaats. “Ik heb iedere cent zelf verdiend.” “Het komt me toe.” Zij geloven heilig in de American Dream — ieder krijgt wat hem toekomt; wie wil, die kan. Het idee dat het vermogen om hard te kunnen werken in een goedbetaalde baan iets is dat je toevallig bij de geboorte hebt meegekregen, komt bij niemand op. De eigen verdiensten worden sterker aangezet door af te geven op al die klaplopers die profiteren van de ruimhartige sociale voorzieningen van Obama.

De privileges worden mede gerechtvaardigd door het sobere, fatsoenlijke leven dat de rijke New Yorkers zeggen te leiden. Dat excuus wordt vooral aangevoerd door de echtgenotes van de New Yorkse bankiers, die thuis zitten met de kinderen. Dat er ook een kinderjuf is, is logisch: de sociale verplichtingen zijn nu eenmaal klemmend in New York. Die sobere levensstijl vergaat overigens met de jaren: luxe went. Luxury creep heet dat, in rijk New York.

Die vijf ton is eigenlijk helemaal niet zoveel in Manhattan. Veel kennissen van de ondervraagden verdienen meer. En de uitgaven rijzen ook de pan uit. De kinderen moeten naar een particuliere school, naar muziekles, naar de sportschool. Ook wonen is duur en je kunt dat appartement toch niet in deze armoedige staat laten? Een verbouwing kost zo 200 000 dollar. En dan die onzekerheid over dik betaalde banen. Lukt het volgend jaar weer om genoeg verdienen? Kortom, zorgen genoeg om je niet echt bevoorrecht te voelen, zelfs in een tijd dat de bovenste vijf procent in Manhattan achtentachtig keer zoveel krijgt als de onderste twintig procent.

Het is maar een greep uit een boek van 258 pagina’s, dat zelf ook weer een sterk geselecteerde groep rijken presenteert. Sherman had grote moeite mensen over te halen om haar te woord te staan over geld en die mensen waren ook nog terughoudend met privégegevens. Het staat voor mij buiten kijf dat de ondervraagden een positieve selectie zijn uit de bovenlaag in New York. Dit waren mensen die nog bereid waren om over hun bevoorrechte positie te praten. Sommige ondervraagden stemden zelfs op de Democratische Partij, zij het niet van harte. Ik vrees dat voor het gros van de rijken geldt dat ze hun rijkdom vanzelfsprekend vinden en dat ze geen behoefte hebben aan pottenkijkers.

Als socioloog windt Sherman zich uiteraard op over de extreme inkomensverschillen in de Amerikaanse samenleving. Zij vraagt daarover wel eens omzichtig iets aan de rijken, maar die weten zich te weren. Obama deugt niet want hij zaait verdeeldheid, hij hitst bevolkingsgroepen tegen elkaar op. En meer belasting? Spaar me, we betalen ons al blauw! Zeker nog meer geld naar mensen die te beroerd zijn om de handen uit de mouwen te steken? Deernis voor de armen mits die hard werken, maar een staat die herverdeelt, daar moeten de rijken niets van hebben. Je moet je personeel goed behandelen, zelfs empathisch meeleven met hun (geld-)zorgen, maar herverdelen, nee dank u.

Loterij

Dat rijkdom het gevolg is van geluk in de genetische loterij komt niet op bij al die mensen met hun mooie uitzicht op Central Park. Sherman brengt het ook niet ter sprake — genetica is nu eenmaal niet zo’n preoccupatie in de sociologie.

In onze maatschappij geldt de meritocratie nog steeds als een mooie verworvenheid zonder schaduwkanten. Gelijke kansen voor iedereen, belemmeringen voor nieuwkomers wegnemen, Marokkaantjes opvoeden, remedial teaching, zo wordt de maatschappij rechtvaardiger. Dat die ontplooiing intrinsiek beperkt zal blijven voor mensen die het moeten stellen met een IQ van 90, lijken zelfs politici ter linkerzijde niet te beseffen. Die domoren mogen in een digitaliserende, robotiserende wereld klaar staan om de genetische boffers op hun wenken te bedienen. Post op zondag, ook als het regent. Mooi toch? De mager verdienende flexwerker bezorgt voor Bol.com alles wat mijn hartje begeert. En ik ben nooit de bezorger, omdat ik toevallig zo’n mooi lot uit de genetische loterij heb getrokken.

Hoe zou het ervoor staan bij de lezers van dit blad [Skepter/red.]? (2) In meerderheid bovenmodaal verdienend, schat ik, dus rijk. En knelt dat? Ik wed van niet. U werkt hard, u leeft eigenlijk vrij sober, en het leven in Uw wijk is natuurlijk behoorlijk duur. Geen vetpot. En nu ook nog meer vermogensbelasting moeten betalen, en de aftrek voor afgeloste hypotheek vervalt! Echt afzien.

Ik voel met u mee, maar het lijkt me toch tijd voor meer aandacht voor het biologisch perspectief. Het wordt tijd om de maakbare mens, als relikwie uit de jaren zeventig, bij de vuilnisbak te zetten. Niet iedereen heeft de maarschalksstaf in zijn ransel. Met een IQ van 90 word je geen professor of bankier en dat ligt niet aan een gebrek een ijver, inzet, vasthoudendheid, of opleiding. De maakbare mens is niet alleen biologische onzin, maar ook politiek contraproductief, omdat beleidsmakers blijven steken bij gelijke kansen voor iedereen en geen oog hebben voor de grote verschillen in startkapitaal.

Uiteraard hoort een fatsoenlijke maatschappij gelijke kansen te bevorderen, maar het kan daar niet bij blijven. Een directeur van een groot bedrijf is zijn vijf miljoen vast wel waard, economisch gezien, maar die man heeft alles mee — zijn genen, zijn opvoeding, zijn leuke baan. Moet daar ook nog vijf miljoen bij? Enige ongelijkheid is onvermijdelijk, maar in die omvang? Er zijn uiteraard andere onrechtvaardigheden, naast intellect en opvoeding. Uiterlijk is ook nogal ongelijk verdeeld en schoonheid helpt op de weg naar succes. Talent voor muziek of sport ook. Dat neemt niet weg dat de grootste onrechtvaardigheid in een volstrekt meritocratische maatschappij ligt bij de start, de genenloterij. Daar zouden de hardwerkende Nederlanders en hun politici wel wat meer van doordrongen mogen worden, zodat de roep om meer ongelijkheid verstomt.

Noten

  1. De mate van erfelijkheid van menselijke eigenschappen kennen we voornamelijk door tweelingenonderzoek, onder meer van Dorret Boomsma van de VU. Onlangs heeft zij een bloemlezing van haar werk op de KNAW-website gezet: www.knaw.nl/shared/resources/ prijzen/bestanden/NTR30jaar2017bevindingendorretboomsma20180122.pd
  2. De mate van inkomensongelijkheid in Nederland is omstreden, maar volgens de Macroeconomische verkenningen 2018 (p. 61) valt die mee, zeker vergeleken met de VS.

Eerder verschenen in Skepter