Vrijdag, 15 september, 2017

Geschreven door: Sedaris, David
Artikel door: Voskamp, Nico

Van je familie moet je het hebben

Hilarisch tot op het bot

[Recensie] David Sedaris werd in Nederland na 2010 bekend door zijn bundel Van je familie moet je het hebben. In Amerika was hij al eerder doorgebroken en wereldwijd verkocht hij tot nu toe ruim tien miljoen boeken. In de bundel staan hilarische verhalen over het leven in Amerika met Sedaris zelf als hoofdpersoon. De verhalen variëren nogal in kwaliteit, van heel scherp tot botweg flauw.

Eerst even terug in de tijd: in 2017 kwam Gestolen Voorwerpen uit, een eerste selectie uit de dagboeken van Sedaris. Dit boek werpt een interessant licht op de verhalen in Van je familie moet je het hebben; die zijn namelijk een soort uitwerking van de dagboeken. De schrijver noteert sinds jaar en dag opmerkelijke gebeurtenissen in een ouderwets notitieboekje, dat hij in zijn borstzak met zich meedraagt. Als je die korte notities leest, herken je de kiem van sommige verhalen in Van je familie moet je het hebben.

Met het dagboek in je achterhoofd komen bepaalde zaken in Van je familie moet je het hebben onverdund terug. De messcherpe observaties, de nietsontziende humor, de worsteling met het gay zijn (en de frustratie over de reactie van de buitenwereld daarop), het veelvuldige druggebruik en de kleurrijke figuren die hij ontmoet. Ook in Nederland.

In Zes tot acht zwarte mannen beschrijft hij de Nederlandse Sinterklaastraditie, die qua bizar-gehalte koren op zijn molen moet zijn geweest. “Een Nederlandse ouder heeft beslist een hachelijker boodschap voor zijn kinderen… ’De voormalige bisschop van Turkije komt vanavond langs met zes tot acht zwarte mannen. Het kan zijn dat ze snoep in je schoen doen, het kan zijn dat ze je in een zak stoppen en meenemen naar Spanje, en het kan ook nog dat ze doen alsof ze je schoppen. Wat het wordt weten we niet, maar we willen in elk geval dat je erop voorbereid bent.’”

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

De verhalen gaan over gebeurtenissen op buitenlandse reizen zoals in Nederland, curieuze scenes binnen zijn eigen familie, een uitstapje naar een Amerikaanse nudistenkamp, pardon nudistencaravanpark. In dat laatste verhaal (het beste naar mijn bescheiden mening) verblijft hij een week in een nudistenkamp. Geweldig geschreven door de constante naïeve verwondering die Sedaris aanhoudt bij elke confrontatie met een wereld wezensvreemd aan die van hem. Het begin zet de toon, als hij belt met de eigenaar. “Zelfs zijn stem klonk gebruind.” Een paar alinea’s verderop: “’Wacht, ik zal even uw gegevens noteren.’ Waar zou hij zijn pen bewaren, vroeg ik me af.”

Een genot om te lezen, deze ontluisterende inkijkjes in het leven van gewone mensen. Zijn familie blijft trouwens zeker niet buiten schot. Over elk van zijn gezinsleden vertelt hij wel een typisch verhaal. Dat is een probleem, onderkent Sedaris zelf ook. Ze willen hem niets meer vertellen over hun privéleven, omdat ze de gênantste momenten onbekommerd uitvergroot terugvinden in zijn verhalen. Dat realiseert hij zich ook, maar de drang om te schrijven is groter dan de schaamte. Niet zo fijn misschien voor de mensen die hij portretteert, maar voor ons lezers is het de grondstof voor een piekfijne bundel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles