Maandag, 3 april, 2006

Geschreven door: Krielaars, Michel
Artikel door: Wersch, Juliette van

Vanillevla met frambozen

Verhalenbundel van Michel Krielaars mist overtuigingskracht

Hoewel de titel misschien anders doet vermoeden is de verhalenbundel Vanillevla met frambozen van Michel Krielaars allesbehalve zoet. Krielaars toont ons in zesentwintig verhalen mensen die ergens de grip op hun leven zijn kwijtgeraakt of die zich op hun eigen manier staande proberen te houden in hun dagelijkse omgeving. Ze hadden allemaal dromen, plannen, liefdes en kansen, maar zijn deze verloren. Zo opent de bundel met het verhaal ‘Op het land’ over de onmogelijke liefde tussen een moeder en een vriend van haar zoon. Wat er precies tussen die twee speelt blijft onduidelijk, maar uiteindelijk zien ze de jongeman na twee keer nooit meer terug en begint zij met drinken.

Dat verlies en het onmogelijke geluk is de rode draad in de bundel. Een duidelijke structuur in de opbouw is niet te vinden; de verhalen lijken in willekeurige volgorde te staan en wisselen elkaar af in lengte, onderwerp en perspectief. De sfeer in de verhalen is vaak weemoedig doordat de personages zich wel bewust zijn van hun ongeluk, maar zich er niet bij willen of kunnen neerleggen, zoals de dikke Italiaan die de dood van zijn moeder niet kan verwerken in ‘La mamma è morta’. Sommigen houden zich vast aan ogenschijnlijk kleine dingen. Mevrouw Wolff in ‘Op goudvissen passen’ bijvoorbeeld, die de liefde voor haar overleden kinderen op haar goudvissen projecteert.

Er zijn ook personages die zich berusten in hun lot, zoals Tom in het derde verhaal ‘De verborgen agenda’. Als Toms vrouw Celestine erachter komt dat er een andere vrouw in zijn leven is, beseft hij pas goed dat hij altijd bang voor haar is geweest. In plaats van te besluiten per direct bij haar te vertrekken, bedenkt hij zich dat hij nog maar acht jaar hoeft te wachten tot de kinderen van zijn minnares de deur uit zijn en hij zich bij haar kan voegen.

Soms ligt de tragiek in het feit dat de personages zelf niet door hebben dat ze afwijken. De dikke veertiger die nog bij zijn moeder woont bijvoorbeeld, en alleen een vrouw wil hebben die op zijn moeder lijkt in ‘De dokter’, of de hypochondrische man in ‘Ziek’, die opleeft wanneer hij eindelijk een serieuze aandoening heeft. Een enkele keer vindt men een oplossing voor het leed, zoals de hoofdpersoon in het titelverhaal. Voor hem is Vanillevla met frambozensiroop het wondermiddel (goedkoop en voedzaam) om zijn gehandicapte vrouw te voeren.

C2W

Hoewel de personages uit Vanillevla met frambozen allemaal vreemd en zielig moeten overkomen, worden ze niet erg geloofwaardig door de auteur neergezet. De apathie en treurnis die Krielaars beschrijft, zouden de personages herkenbaar en begrijpelijk moeten maken, maar het blijven kartonnen poppetjes die aangekleed worden door de materiële dingen om hen heen. Boterhammen uit een Tupperwarebakje als lunch voor de hypochondrische ambtenaar, een dikke auto voor de rijke zakenman, de bordeauxrode broek en blauwe blazer van een Porschebestuurder, en de afhaalmaaltijden en diepvriespizza voor de gescheiden saaie man zijn slechts enkele voorbeelden van de clichématige typeringen die hij gebruikt om de personages neer te zetten.

Ook de lichte, matte, soms een beetje ironische toon die Krielaars gebruikt, zorgt ervoor dat je je maar matig kunt inleven. Er blijft een bepaalde afstandelijkheid, waardoor de verhalen je niet echt raken. Die toon past wel bij de sfeer van gelatenheid, maar maakt het moeilijk te begrijpen wat de auteur precies wil zeggen met zijn verhalen. Moet het nu wel of niet dramatisch zijn? Hij mist een bepaalde scherpzinnigheid die zijn verhalen waarschijnlijk een stuk interessanter had gemaakt. Nu kabbelt het maar door zonder dat je ergens echt getroffen wordt door een scherp beschouwende analyse van het menselijk leed. Bovendien hanteert de auteur een weinig flatteuze stijl. Simpele, voor de hand liggende bewoordingen en korte zinnen maken zijn teksten weinig levendig.

De ideeën van Krielaars zijn zeker geschikt voor boeiende verhalen, daarom is het jammer dat zijn uitwerking ervan deze keer niet helemaal geslaagd is. In dat opzicht had zijn debuutroman Meeuw (1996) met overeenkomende thema’s meer zeggingskracht door een juist getroffen broeierigheid en spanning die Vanillevla met frambozen mist. De zwakkelingen en rare vogels hadden in deze bundel de helden van hun eigen universum kunnen zijn, maar ze zijn te slap neergezet om echt zwak of vreemd over te komen.
Het blijft allemaal plat, terwijl de levens van echte mensen die deze dingen meemaken dat allerminst zijn.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *