Dinsdag, 12 mei, 2009

Geschreven door: Meijer, Henk Romijn
Artikel door: Louter, Marleen

Vanuit mijn raam gezien

Het authentieke Franse dorpsleven

Een groot deel van zijn leven bracht de in 2008 overleden auteur Henk Romijn Meijer door in zijn vakantiehuis in de Dordogne, in een dorp genaamd Le Roc. Daar verbleef hij vanaf 1964 elk jaar een paar maanden, waarin hij de tijd nam zich onder te dompelen in het Franse dorpsleven en de bewoners te observeren; hun curieuze lotgevallen kon hij haast vanuit zijn achtertuin volgen. Dat daaruit verhalen voortvloeiden, was dan ook bijna onvermijdelijk. Ze zijn opgetekend in Vanuit mijn raam gezien.

Het voornaamste talent dat Romijn Meijer in zijn postuum verschenen verhalenbundel Vanuit mijn raam gezien, dat voornamelijk reeds eerder gepubliceerde verhalen bevat, etaleert, is dat van de observatie. In vrijwel elke vertelling slaagt hij erin zichzelf als verteller buiten het blikveld te stellen en zijn personages door zijn beschrijving levensecht in beeld te brengen. Dat levert regelmatig zeer merkwaardige portretten en taferelen op, die een rijkgekleurde indruk geven van de volksaard op het Franse platteland. Romijn Meijer weet ze te vangen in treffende en ontwapenende beelden, zoals wanneer hij in ‘Hollandse sigaren’ een bezoek brengt aan de oude Vernet en zijn vrouw, om afscheid te nemen voor ze weer naar Nederland afreizen.

‘We nemen een slok en doen ons best om het proeven buiten te sluiten. Het lukt niet helemaal. Het vocht is een lauw anijswater dat ze van blokjes bereidt waaraan ze een wijnkleurige stof toegevoegd heeft, want vorig jaar zijn alle druiven door de hagel vernield.

In elk glas drijven twee of drie vliegen die in de fles zijn verdronken.

Bazarow

“We komen afscheid nemen!”

“Wat zegt u?”

“Afscheid!”

“Godverdomme!”

We zijn hier op een van de stilste plekken in een stille omgeving. De haan kraait nu en dan en heel ver weg gonst een brommer. Hij komt dichterbij en ploft zich met moeite tegen de heuvel op. Op het erf geeft hij een knal en slaat af.’

In een fragment uit het verhaal ‘Nazomer in La Coutonnade’, in wezen een dagboek, toont Romijn Meijer zich ook stilistisch van zijn sterkste kant. Daarin beschrijft hij de vondst van een dode rat in zijn kelder, gestorven door toedoen van zijn eigen rattenkorrels. Het brengt schuldgevoel bij hem teweeg, en de associatie met een gedicht van Emily Dickinson, ‘A Rat surrendered here’. Nuchtere observatie verweeft hij knap met zijn eigen sentimentaliteit en de metafoor van Dickinson: ‘De dichteres ziet helemaal geen rat, geen dode en geen levende. Ze heeft een idee in haar val laten lopen, een geleend idee, een heersend clichĂ©. In het laatste couplet staat de rat afgeschilderd als in slechtheid gelijk aan de mens die hem verdelgt.’
Dat fragment vormt het hoogtepunt van de bundel, die als geheel echter toch niet overtuigt. Vrijwel elk verhaal kent min of meer dezelfde opbouw, waar ook het enige verhaal dat nog nooit eerder in boekvorm werd gepubliceerd, ‘Hout’, geen uitzondering op is; Romijn Meijer beschrijft een voorval, vertelt het bijbehorende levensverhaal van de betreffende dorpsgenoot en verbindt daar dan bij wijze van uitsmijter vaak ook nog een bepaalde levenswijsheid aan. Die irriteert vaker dan dat hij ontroert, zoals de afsluiting van het verhaal over madame Gorse, de eigenzinnige nieuwe buurvrouw die hen heeft uitgenodigd voor een borrel:

‘Hoewel menselijk gedrag zich niet laat voorspellen, geloven we wel dat het gevaar van de uitnodiging afgewend is en we trekken de lering dat je een oplossing niet moet forceren en de dingen op hun beloop moet laten.’

Hoewel Romijn Meijer zich steeds een opmerkzame waarnemer betoont, kenmerkt dit gebrek aan variatie de bundel en maakt die op een bepaalde manier ook oppervlakkig. Hoewel er namelijk in alle verhalen een ondertoon van ironie en tragiek schuilt, ontstijgen de ze nooit het niveau van Romijn Meijers beschrijving . Dat is de charme, maar tegelijkertijd ook de zwakte van de bundel: de lading zit hem in de beelden zelf, meer dan in wat de auteur met die beelden doet, de manier waarop hij ze beschrijft.

Het grootste bezwaar tegen Vanuit mijn raam gezien is echter de gebrekkige opbouw van sommige verhalen. Er zou niets mis mee zijn je tijdens het lezen op te laten gaan in het authentieke Franse dorpsleven dat Romijn Meijer schetst, ze lijken er zelfs voor geschreven, maar hoewel ze allemaal met dezelfde elementen volgens een voorspelbaar patroon zijn opgebouwd, worden binnen de verhalen juist vaak merkwaardige, onaangekondigde tijdssprongen gemaakt. Romijn Meijer keert weliswaar altijd terug bij het verhaal dat hij aan het vertellen was, maar dan is de opbouw al hinderlijk onderbroken en is het te laat om je nog echt midden in de Dordogne te wanen, op het kerkplein van een verstild dorpje. Enkele ontroerende fragmenten en de kennismaking met een aantal markante Franse dorpsbewoners, dat is wat van deze bundel slechts beklijft. Waardevol, maar helaas te weinig om hem met een voldaan gevoel opzij te leggen.