Vrijdag, 17 januari, 2020

Geschreven door: Hofland, Tom
Artikel door: Verplancke, Marnix

Vele vreemde vormen

Ongewoon irrationeel

De eerste zin:

“Tomás leunde met zijn rug tegen de muur van zijn kantoor.”

[Recensie] “Soms laat je een pen vallen,” zegt politie-inspecteur Franco in Tom Hoflands Vele vreemde vormen, “Je bukt om hem op te rapen, maar je vindt hem niet. Niet onder de tafel, niet tegen de plinten en ook niet in je broekspijp. Waar is die pen heen?” “Geen idee,” antwoordt Tomás, de hoofdrolspeler van de roman, wat de inspecteur een bevestiging vindt van zijn pleidooi. Die pen is gewoon weg, en dat moet je aanvaarden.

In Hoflands boek is er echter geen pen verdwenen, maar wel een vader, Peppino, de vader van Tomás. Toen deze nog klein was woonden ze samen op het fictieve eiland Paraqui, ergens ter hoogte van de evenaar. Peppino was een succesvol misdaadbestrijder tot hij er op zijn veertigste de brui aan gaf en besloot met zijn toen achttienjarige zoon Tomás naar Antwerpen te verhuizen, om er een privé-detectivebureau te beginnen. Na korte tijd keerde Peppino echter terug naar Paraqui en bleef zijn zoon alleen achter, tot hij een jaar of tien later het bericht krijgt dat zijn vader spoorloos verdwenen is. Dan reist hij samen met zijn nieuwe vriendin, kunstenares Camille, terug naar zijn heimat.

Geschiedenis Magazine

Twee jaar geleden debuteerde Hofland met Lyssa, een tijdloze ode aan de negentiende-eeuwse Russische, Franse en Engelse roman waarin een romantisch aangelegde officier de hoofdrol speelde. Eenzelfde levensingesteldheid stuwt zijn nieuwe boek vooruit, maar dan getransponeerd naar het exotisme. Centraal in Vele vreemde vormen staat immers de tegenstelling tussen de noordelijke, rationele en de zuidelijke, intuïtieve en aan de rationaliteit ontsnappende zienswijze op de realiteit. Een meisje verandert in een boek en de slachtoffers van een vliegtuigcrash in een school dolfijnen. De wereld is een wonderlijk oord als je ervoor open wil staan en je niet angstvallig je geest opsluit in de enge ratio van oorzaak en gevolg. Hofland schreef een vlot en origineel boek dat duidelijk maakt hoe onwennig het irrationele voor ons geworden is. Dat er misschien geen rationele verklaring is voor de verdwijning van Peppino, wil je als lezer immers niet aanvaarden. Waar Lyssa gelezen kon worden als een knipoog naar Tsjechovs De dame met het hondje zou je in het nieuwe boek van Hofland een eerbetoon aan Couperus’ De stille kracht kunnen zien.

3 vragen aan Tom Hofland

Tomás vraagt zich af of een veilig, rationeel leven de moeite wel waard is. Wat denk je zelf?

Hofland: “Ik ben superrationeel opgevoed, met het idee dat de wetenschap alles kan verklaren. Tezelfdertijd hoop ik altijd – en merk ik ook dat dit zo is – dat we geen vat hebben op heel veel dingen. Het idee dat je alles rationeel kunt verklaren geeft een vals gevoel van veiligheid. Het geeft je de illusie alles een vaste plek te kunnen geven in je leven. Zo werd ik eens midden in de nacht op straat zo maar op mijn gezicht geslagen. Daar was geen enkele aanleiding voor, pure willekeur. Ik was niet boos op degene die het deed, omdat ik ging rationaliseren dat hij wellicht een slechte jeugd had gehad en daarom zomaar begon te slaan. Maar ik kreeg toen de opmerking dat ik toch gewoon boos kon zijn zonder per se te hoeven begrijpen waarom die man tot die daad kwam?”

Tomás heeft ook het gevoel dat de wereld aan zijn rationele blik ontsnapt. Heb je dat ook?

Hofland: “Natuurlijk. Ik ben zeven maanden geleden vader geworden. Vroeger dacht ik heel erg rationeel na over kinderen. Er zijn al zoveel mensen op de wereld, dacht ik dan, en dan ging ik allemaal plussen en minnen op papier zetten. Tot het moment zich aandiende dat die vraag concreet werd en ik zag dat ik met die plussen en die minnen niets meer kon aanvangen. Ik kon daar toen helemaal niet meer rationeel over nadenken.”

Zou je je boek dan een pleidooi voor irrationaliteit durven noemen?

Hofland: “Soms moet je een beetje stelling durven innemen. Ik denk dat heel veel mensen worstelen met de vraag of het rationele denken en het nutsdenken dat eraan verbonden is wel zo positief zijn. Voor mij moet niet alles nuttig zijn. Misschien zijn de mooiste dingen dat juist niet. Ik las onlangs dat in Denemarken beslist was dat kinderen iedere dag drie kwartier naar buiten moeten omdat dit goed is voor de hersenontwikkeling. Ik denk dan dat het gewoon ook leuk kan zijn om iedere dag buiten te zijn en dat je daar geen rationele reden aan moet koppelen. Ik vind het huidige nuttigheidsdenken eerlijk gezegd nogal verontrustend. Waar stopt het? Op de totale irrationaliteit kun je natuurlijk geen samenleving bouwen, dat geef ik toe, ik pleit er alleen voor het irrationele wat meer bestaansruimte te geven.”

Eerder verschenen op Knack