Dinsdag, 15 augustus, 2017

Geschreven door: Daniƫls, Wim
Artikel door: Jansen, Mathilde

Verhalen over taal

Tagrijn, welie, zwalp – 150 jaar Van Dale

Wie kent niet het woordenboekspel, een spel dat je op een warme winteravond speelt met een groep vrienden. Het liefst met een bisschopswijntje bij de open haard. Het enige wat je ervoor nodig hebt is een woordenboek. Een van de aanwezigen slaat het woordenboek open, en kiest een woord waar zeer waarschijnlijk nog nooit iemand van gehoord heeft: tagrijn, welie, zwalp. Vervolgens schrijven de andere aanwezigen hun eigen definitie van het woord op een papiertje. Alle papiertjes gaan samen in een pot en worden een voor een voorgelezen. Hilariteit alom: tagrijn, een chagrijnig persoon met een tabberd. Vervolgens kiest iedereen de definitie waarvan hij denkt dat het de juiste is. Een punt voor een goed antwoord maar ook als iemand jouw omschrijving heeft gekozen.

Voor wie nu al staat te trappelen om een spelletje woordenboek te spelen, is Verhalen over taal, 150 jaar Van Dale een must (waarin als tussendoortje onderaan de paginaā€™s al tientallen lemmaā€™s vermeld staan). Dit jaar [2014/red] was het precies 150 jaar geleden dat de eerste Dikke Van Dale verscheen. Speciaal ter gelegenheid van dit jubileum stelde Wim DaniĆ«ls dit boek samen. Het harde omslag ziet er vrij degelijk uit, maar daar moet je even doorheen prikken. De binnenkant is juist erg mooi vormgegeven, en bevat verhalen van zeer diverse auteurs: schrijvers, journalisten, redacteuren en Dikke van Dale-fans. Die gevarieerdheid maakt het heel aangenaam om te lezen.

Allereerst lees je de bijdrage van Ewoud Sanders over de schoolmeester Van Dale, die in zijn vrije uurtjes aan het woordenboek werkte. Een klus waar hij bijna aan onderdoor ging, zoals blijkt uit de briefwisseling met zijn dominee. Tot op de letter Z na was het boekwerk af, toen Van Dale op 44-jarige leeftijd overleed aan de pokken. Hij werd herdacht als een zeer bescheiden man, een voorbeeld voor allen.

In de stukjes van Wim DaniĆ«ls lees je over de etymologie van ā€˜normaleā€™ woorden als fiets en voetbal, maar ook over spookwoorden (die woordenboeken opnemen om plagiaat tegen te gaan) als honduree en zandzeepsodemineraalwatersteenstralen (leuk voor galgje). Schrijvers als Kristien Hemmerechts en Ronald Giphart vertellen hoe ze tijdens het schrijven het woordenboek hanteren. Vincent Bijlo legt uit dat hij de kans nooit kreeg, omdat ā€œniemand ooit de moeite nam de Dikke te braillerenā€. Het Prisma Zakwoordenboek wel, maar dat was 1 meter 43 dik.

Geschiedenis Magazine

RenĆ© Appel geeft een mooie toevoeging op de Van Dale met straattaalwoorden die vooralsnog ontbreken, zoals fa waka ā€˜hoe gaat het?ā€™ en loesoe ā€˜weg, verdwenenā€™. Een woord als doekoe ā€˜geldā€™ is al wel opgenomen. Jos Swanenberg vraagt zich af waarom het woord frietje ontbreekt, en patat wel voorkomt. Is friet dan een Brabants woord? In ieder geval is het regionaal gekleurd. En Vivien Waszink gaat in op Van Dales definitie van rappen: ā€˜teksten zingzeggen op een muzikaal ritmeā€™. Vervolgens laat ze een aantal rappers hun eigen definitie geven. Dat geeft mooie resultaten, want rappers zijn natuurlijk ontzettend creatief met taal. Samen met Marianne Boogaard schreef ik zelf ook nog een stuk over de definitie van ā€˜taalā€™.

Al die bijdragen laten weer eens zien hoe dynamisch taal is. Net als het woordenboekspel. Want het blijft leuk om oude vergeten woorden op te rakelen, of juist nieuwe vette woorden te verzinnen.

Eerder verschenen op Kennislink