Zondag, 14 juni, 2020

Geschreven door: Knottnerus, George
Artikel door: Nooij, Marjon

Verlos ons van het boze

Het zou beter moeten en dat kƔn

“Zonder berouw geen verzoening”

[Recensie] Naast auteur is George Knottnerus ook jurist en heeft mede daardoor een kritische kijk op het strafrechtelijke systeem, zoals dat in ons land wordt gebezigd. Vele strafzaken die de afgelopen tien jaar de media hebben gehaald, trokken zijn aandacht en hij nam de justitiĆ«le rechtsgang onder de loep. Door middel van dit boekje (pamflet) wil hij voorstellen doen voor verbeterpunten ten aanzien van de manco’s die hij signaleert.

Zo waren er zware verkeersdelicten, waarbij doden vielen en waarbij het opviel dat de daders relatief licht werden gestraft. Let wel: hierbij heeft het woord ‘delict’ ook daadwerkelijk de lading van een delict. Er is in dit geval sprake van een ongeval als gevolg van roekeloosheid van de chauffeur. Hierbij kunnen we denken aan de gevolgen door mobiel telefoongebruik tijdens het rijden, drank- en drugsgebruik, snelheidsovertredingen, roekeloos rijgedrag en dergelijke.

“In het strafrecht spelen de begrippen opzet en schuld een cruciale rol. Als een verdachte schuld draagt aan de dood van een medemens spreekt men van dood door schuld. Maar als de rechter oordeelt dat de verdachte schuldig is en opzettelijk handelt, is er sprake van doodslag.”

Kookboeken Nieuws

Knottnerus vraagt zich af waarom voor een verkeersdelict met dodelijke slachtoffers een andere strafmaat geldt, dan daarbuiten. Te hard rijden is sowieso een misdrijf, of dit nu leidt tot een ongeval of niet. De chauffeur neemt moedwillig het risico om een ongeluk te veroorzaken. De stelling is:

“Achter het stuur van een auto met een vaart van 90 door de bebouwde kom razen verschilt qua gevaarzetting nauwelijks van het rondzwaaien met een geladen pistool in een winkel.”

Een ander punt waar hij voor pleit is om aandachtig naar het strafrecht te kijken. Voorbeeld: Iemand heeft zijn vrouw vermoord, maar tijdens de rechtszitting ontkent hij in alle staten. Zijn slimme advocaat weet dat er onvoldoende bewijs is om de moord aan te tonen. Het OM is zich hier ook van bewust en vraagt de rechter de man te veroordelen voor doodslag. Na het requisitoir raadt de advocaat de man aan om de moord met voorbedachte rade op zijn vrouw te bekennen. Onthutsing alom bij het OM en de rechter. Doodslag was geĆ«ist – nu bleek dit de verkeerde eis te zijn – en omdat een verdachte nooit tweemaal gedaagd mag worden voor hetzelfde feit… ging de man vrijuit.

In een ingezonden stuk in Trouw (april 2000) bracht Knottnerus de maatschappelijke verantwoordelijkheid van strafpleiters ter sprake. Hij stelde dat het menig advocaat niet om de wetenschappelijke waarheid van een delict gaat.

“Dergelijke advocaten hangen de volgende redenering aan: of mijn cliĆ«nt het wel of niet gedaan heeft, interesseert me niet. Ik wil zijn proces winnen.”

Wat is voor hen in dergelijke gevallen het belangrijkste? Het aanzien van een gewonnen zaak en een cliƫnt die vrijuit gaat, ongeacht zijn delict of misdaad? Mag een advocaat pleiten voor onschuld wanneer de cliƫnt al aanwijzingen heeft gegeven dat hij schuldig is?

Dat de regelgeving een politieagent in functie kan frustreren blijkt wel uit het volgende. Een wijkagent houdt de bestuurder van een auto aan die de snelheidslimiet overschrijdt. Hij treft in de auto een pistool aan en een partijtje drugs, maar mag hem alleen bekeuren voor te hard rijden omdat hij geen brede bevoegdheid heeft. De enige mogelijkheid is om tijd te rekken en een collega op te roepen die wel de benodigde bevoegdheid heeft. Hierbij speelt de bureaucratie in betreffend politiekorps helaas ook een grote rol. Het moge duidelijk zijn dat dergelijke omslachtige handelingen het politiewerk bemoeilijken.

Voorgaande en legio andere voorbeelden zijn te lezen in dit pamflet en bij elke paragraaf heeft Knottnerus de vraagtekens die hij heeft, omgezet in voorstellen. De ondertitel van dit boekje luidt: Strafrecht op de schop. De auteur heeft een aantal strafzaken tegen het licht gehouden en bespeurt weeffoutjes in het strafrechtelijk systeem. Aan de hand van flagrante voorbeelden en zaken die ons allen nog vers in het geheugen liggen, maakt hij duidelijk waar voor hem de crux ligt.

Met dit schrijven wil hij een breed publiek bereiken dat geĆÆnteresseerd is in zaken van misdaad en straf, en hen prikkelen de discussie op te starten over de beschreven materie. Of dit idealistisch is of vechten tegen de bierkaai? 

Wie dit helder geschreven boekje leest zal zelf ook ondervinden dat de dingen die we lezen in de media over strafzaken, behoorlijk wat vraagtekens en verontwaardiging kunnen oproepen. Net als dat andere belangrijke beleidsthemaā€™s regelmatig geĆ«valueerd dienen te worden, is het wenselijk om ook het Nederlandse rechtssysteem periodiek tegen het licht te houden. Dit pamflet zou Den Haag moeten prikkelen om de discussie te voeren, te debatteren en kamervragen te stellen, ter bevordering van de multidisciplinaire samenwerking, minimalisering van de bureaucratie en het vertrouwen in de rechtspraak te vergroten en/of te herstellen.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken