Maandag, 6 juli, 2009

Geschreven door: Valens, Anton
Artikel door: Louter, Marleen

Vis

Overwinning van de verwondering

Een interessant sociaal experiment: wat gebeurt er als een voormalige kunstacademiestudent, levend van een uitkering in afwachting van inspiratie en opdrachtgevers, een week meevaart op een viskotter en zich mengt tussen de ruwe bemanning die slechts één taal spreekt, en schreeuwend ook nog, die van het harde werken? De uitputting van zeven dagen en nachten lang op en af in de weer met sleepnetten en vishaken, op een eenzijdig dieet van slavinken en andijvie, brengen sociale verschillen genadeloos aan het licht en doen de irritatie uiteindelijk zegevieren. Tot een bitter eind.

De kunstenaar, hoofdpersoon en ik-verteller in Vis, de nieuwe roman van Anton Valens, komt in die situatie verzeild door zijn vroegere studievriend Fred, al is de band met hem nou ook weer niet zo warm: ‘In Amsterdam waren we niet meer dan vluchtige kennissen’. Diens vader, kapitein Warmgeffer, vaart wekelijks de haven van Amsterdam uit om in de Noordzee op platvis te vissen. Fred, zelf bemanningslid, vraagt hem een week mee te varen en uit nieuwsgierigheid stemt hij in.

Zijn verhaal wordt vervolgens verteld als een flashback op basis van aantekeningen die hij tijdens de tocht maakte, en de intense herinneringen die hij eraan overhield. Al snel blijkt dat het leven op het schip zich niet tijdens kantooruren afspeelt: het ritme van slapen en werken wordt bepaald door de aanwezigheid van vis. Het leven aan boord is in feite een monotone afwisseling van twee uur slapen, twee uur werken, op en af, dag en nacht. Het put hem uit, maar hij gaat de confrontatie met zichzelf aan en krijgt uiteindelijk het ritme te pakken. Op het schip wordt hij, als ‘stadsmens’ en, nog erger, ‘kunstenaar’ echter gewantrouwd door de andere bemanningsleden, wat tot uiting komt in de schaarse dialogen die hij met hen voert maar nog veel meer in wat onuitgesproken blijft, de ook voor de lezer voelbare spanning aan boord. Ook tussen de bemanningsleden onderling heerst allerminst kameraadschap, en gedurende de week ontwikkelt zich een spanningsboog die een rampzalige wending krijgt wanneer een vechtpartij uitmondt in een tragisch ongeval.

Het is een ogenschijnlijk simpele vertelling, die echter aan kracht wint doordat Valens de accenten steeds net op een ander aspect van het verhaal weet te leggen. Zijn stijl weerspiegelt de onbevangenheid waarmee de ik-persoon de week aan boord beleeft, en varieert met zijn gesteldheid: nuchter, dromerig, soms verward door slaapgebrek en onzekerheid maar steeds getuigend van een sterke persoonlijkheid, in contrast met de oppervlakkigheid van de bemanningsleden. Het resulteert in een kleurrijke vertelling van dialogen, bespiegelingen en beschrijvingen van indrukken en beelden.

Geschiedenis Magazine

‘Naarmate de zon daalde, veranderde de zee van kleur, van donker- naar lichtgrijs, naar blank staal, de kleur van platina bijna, en overal over de watervlakte vlamden citroengele vonken op. De golven wierpen slagschaduwen. In het licht van de ondergaande zon leken het steeds veranderende eilanden in een gouden dansend moeras.’

Valens’ hoofdpersonage is een nuchtere, betrouwbare verteller die direct sympathie oproept. Zijn geloofwaardigheid wordt versterkt door het feit dat Valens zich goed gedocumenteerd heeft: voor zijn verhaal heeft hij onder meer een proefschrift gebruikt over groepsprocessen in de visserij. Maar daarnaast toont de verteller zich ook een ware kunstenaar in het opmerken van details.

‘Met die pink had ik het krabbetje in de hoek van de striptafel gedreven, totdat hij niet verder achteruit kon. Toen, om het te klieren, had ik mijn pink dichter bij zijn ogen gebracht, steeds dichterbij, alsof ik het wilde verpletteren, en toen – en dit vervulde me met grenzeloos ontzag – was het babykrabbetje op zijn achterpoten gaan staan en met zijn schaartjes dreigend gaan zwaaien naar de reusachtige handschoen. Wat een karaktervastheid!’

Zo pakt het sociale experiment uiteindelijk alsnog uit in het voordeel van de kunstenaar; een overwinning van de verwondering op de gewenning, op het beperkte blikveld van de bemanningsleden die iedere nieuwe indruk van buitenaf wantrouwen. Vis heeft in zijn eenvoud bijna alles: een subtiele spanningsboog, interessante personages, een nonchalante, doeltreffende stijl. Geen grote pretenties, maar wel zeer zorgvuldig uitgewerkt; een geslaagde roman waarin vrijwel geen zwakke plek te ontdekken is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *