Vrijdag, 10 december, 2021

Geschreven door: Bove, Emmanuel
Recensie door: Dabrowski, Alek

Vrouwelijk karakter

De kracht van een karakteristiek Bove-verhaal

[Recensie] Emmanuel Bove (1898-1945) schreef bijna dertig korte romans, waarvan er een aantal pas na zijn dood zijn uitgegeven. Onder het bed van zijn tweede vrouw werd na haar dood in 1979 een koffer met materiaal gevonden: foto’s, notitieboekjes, zijden hemden met de initiatie E.B. en drie onuitgegeven manuscripten. Een daarvan was Un caractùre de femme / Vrouwelijk karakter. Bove had het boek in 1936 aangeboden aan uitgeverij Fayard, maar kreeg te horen dat het verhaal moest worden herschreven. Daar had hij geen zin in en het manuscript bleef liggen. In 1999 verscheen het alsnog in boekvorm, bij uitgeverij Flammarion.

Vertaler Mirjam de Veth geeft in het nawoord aan dat in deze roman, net als in andere romans van Bove, de Eerste Wereldoorlog weer aanwezig is, vrij prominent zelfs. Het verhaal draait om Colette, die haar leven heeft opgegeven om haar geliefde te volgen naar Zwitserland. Deze geliefde heet Jacques en is een slachtoffer van de oorlog. Een granaatscherf trof hem in het hoofd. Hij werd afgekeurd. Zijn broer kwam in de loopgraven om het leven. Jacques voelt zich schuldig omdat hij is afgekeurd en wil zich wreken op de vijand. Het verhaal wordt vanuit het perspectief van Colette verteld. Dit is opmerkelijk, want bijna altijd is de hoofdpersoon bij Bove een man. Het tweede dat opvalt is dat het verhaal zich afspeelt in verschillende plaatsen en zelfs in het buitenland. Meestal dolen de hoofdpersonen bij Bove in een klein cirkeltje in Parijs rond.

Jacques is eigenlijk een vervelend type. Uit frustratie heeft hij een arts doodgeschoten. In Zwitserland zit hij min of meer ondergedoken. Het stel leeft er in armoede, maar doen er ook weinig aan om hun situatie te verbeteren. Jacques is een soort Dostojevskiaanse figuur die zich voortdurend wentelt in schuldbesef. Nachtenlang loopt hij heen en weer in zijn kamer, onbereikbaar voor Colette. Dan overweegt hij weer zich aan te geven of helemaal een einde aan alles te maken. Colette verdraagt het. Bove schrijft tijdens weer een uitbarsting dat Jacques bewust onuitstaanbaar wilde zijn. Als zij volledig aan de grond zitten gaat Colette in Parijs om geld bedelen bij haar vader, waar zij mee gebroken heeft. Later bezoekt zij nog haar moeder in Nice.

Het verhaal is aardig, maar heeft naar mijn smaak te veel onrust en herhaling in zich. Bove beschrijft de vele bezoeken die Colette en later ook Jacques brengen aan hun familieleden erg uitgebreid. Hij beschrijft de deur, de gang, de inrichting van de kamers. Bij enkele bezoeken let je hier niet zo op, maar als de personages steeds weer op visite gaan, dan begint deze overdaad op te vallen. Leuk is wel het voortdurende gekonkel en gebedel. Bijna alle personages zijn onaardig en iedereen liegt tegen elkaar, inclusief de twee geliefden. 

Bazarow

Een ander punt van kritiek is dat er nogal veel fouten in de tekst staan. De redacteur die adviseerde het verhaal te herschrijven had wel een punt. Plaatsen, tijden en leeftijden worden geregeld door elkaar gegooid. Het is de vraag hoe je hier als vertaler mee om moet gaan. Moet je alles verbeteren of voetnoten plaatsen? Mirjam de Veth koos ervoor er in het nawoord iets over te zeggen, maar ik zou een waarschuwing vooraf wel aardig hebben gevonden.

De kracht van dit toch wel karakteristieke Bove-verhaal zit in de vraag wanneer Colette haar vriend zal verlaten en of een van hen of beiden aan hun einde zullen komen, door moord of zelfdoding. Op een gegeven moment begin je echt een bloedhekel aan de jongeman te krijgen. Je wacht op het moment dat Colette ook eindelijk inziet dat ze moet kappen met die jongen. Of blijft ze toch bij hem? Ik besluit met een citaat om de sfeer van het boek te laten zien. Colette vraagt weer eens of Jacques echt van haar houdt. Hij bevestigt dit natuurlijk. En nadat zij vraagt waarom hij haar ontloopt volgt er een sterk staaltje getergde mannenlogica.

“‘Ik ontloop je niet. Als het kon, zou ik met je samen willen leven en je nooit verlaten. Als het kon
 maar het kan niet.’ Jacques had zijn hoed afgezet. Hij maakte woeste gebaren. Colette werd bang. ‘Waarom kan het niet?’ vroeg zij desondanks. ‘Waarom? Waarom? Dat weet ik niet. Wat moet ik daarop antwoorden? Ik weet het niet. Als je van mij houdt, stel me dan ook geen vragen. Ik weet niet wat ik moet antwoorden. Kijk me aan. Denk je dat ik binnenkort doodga? Ik zeg je dat alles voor mij afgelopen is, ik zal nooit meer gelukkig worden.”

Eerder verschenen op Uitgelezen Boeken