Zondag, 19 mei, 2019

Geschreven door: Boudry, Maarten
Artikel door: Deckx, Bart

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat

Wie een willekeurige krant leest of nieuwssite opent, kan er niet naast kijken: doemdenken is uiterst actueel. Overbevolking, klimaatverandering, immigratie, toenemende verruwing en racisme… een stroom van pessimisme komt op de lezer af. Onze samenleving lijkt op instorten te staan. De jonge Vlaamse filosoof Maarten Boudry (1984) durft tegen de stroom in te roeien. Hij stelt dat de wereld niét naar de knoppen gaat. Integendeel, het gaat goed en het zal in de toekomst nog beter worden.

[Recensie] Het feit dat de wereld sinds 1800 spectaculaire vooruitgang boekt, is de stelling die hij in zijn boek verdedigt. Al op de eerste bladzijde schrijft hij: “Hoeveel ellende er ook is, en welke maatstaf je ook hanteert, er is vele malen minder ellende dan er vroeger was.” Deze basisstelling wordt in vijf thema’s uitgewerkt en met een vloed aan cijfermateriaal ondersteund: racisme, ongelijkheid, neoliberalisme, islamisering en de klimaatverandering komen aan bod. We bespreken hiervan twee thema’s, namelijk racisme en ongelijkheid.

Racisme verdwijnt. In de jaren 1960 was 75% van de blanke Amerikanen gekant tegen interraciale huwelijken. Nu is dat nog slechts 16%. Nog slechts enkele procenten zou verhuizen als een zwarte naast hem kwam wonen, tegenover meer dan de helft vijftig jaar geleden. In de media, op scholen en in straten, racisme wordt niet meer aanvaard. Waarom beweren velen dan toch dat er nog veel racisme is, dat het zelfs toeneemt? Men gaat “de definitie van racisme stelselmatig oprekken”. Wat vroeger niet als racisme werd beschouwd, is dat nu wel. Er is dus sprake van racisme-inflatie, waarbij ook cultuur- of religiekritiek als racisme gebrandmerkt wordt.

Volgens prognoses zullen we in de 21e eeuw een economische groei van 1600 procent beleven. Dat betekent dat er meer rijkdom gecreëerd zal worden in één eeuw dan in alle voorgaande eeuwen samen. De levensstandaard is wereldwijd spectaculair gestegen, extreme armoede wordt langzaam maar zeker uitgeroeid, de ongelijkheid tussen landen neemt af. Toch heerst ook over dit thema veel pessimisme, omdat de ongelijkheid tussen mensen sterk stijgt. Sommigen zijn miljardair, anderen hebben het moeilijk. Wat velen vergeten: ongelijkheid is geen armoede! Dat de rijken rijker worden, betekent niet dat de armen ook armer worden. In tegendeel, we gaan er allemaal op vooruit.

Sociologie Magazine

Maar waarom gaat de wereld er dan op vooruit? Boudry is daarin zeer stellig: de Verlichting heeft hiervoor gezorgd! Wetenschappelijke vooruitgang, vrijemarkteconomie en liberale democratie konden enkel bloeien door die Verlichting, die door puur toeval in West-Europa ontstaan is. Dat is ook de reden waarom het Westen op veel vlakken sneller gaat en verder staat. Andere landen volgen slechts in die mate dat zij ook de Verlichting omarmen. Religie wordt door Boudry niet letterlijk als de vijand van de Verlichting genoemd, maar in het hele boek blijkt zijn aversie hiervan duidelijk. Over ethiek schrijft hij: “Als je in ethische discussies vertrekt van wat een paus zegt en vervolgens je moreel kompas 180 graden draait, dan zit je meestal wel goed.”

Vier groepen pessimisten negeren de vooruitgang. Er zijn de nostalgische pessimisten, voor wie het verleden beter en mooier is dan het heden. De doemdenkers gaan hiertegen in: het heden is wel degelijk beter dan het ooit was… maar wacht maar, het zal niet blijven duren. Achteruitgang is onvermijdelijk. De cyclische pessimisten stellen dat een goede periode van vooruitgang onvermijdelijk gevolgd wordt door een periode van neergang, waarna er weer verbetering volgt. De laatste groep zijn de tredmolendenkers. Zij geloven “dat we ondanks alles op een of andere manier geen vorderingen hebben gemaakt”. We zijn niet gelukkiger dan vroeger, ondanks onze verhoogde levensstandaard.

Wat brengt hen ertoe om zo pessimistisch ingesteld te zijn? Heel wat oorzaken worden onderscheiden, zoals onwetendheid. We gaan erop vooruit, maar we weten het zelf niet. De media spelen hierin een grote rol: goed nieuws is geen nieuws. Onze menselijke geest is ook meer geïnteresseerd in slecht nieuws, mede omdat pessimisme een drive is om de zaken te verbeteren. Hiernaast is er ook de “wet van behoud van gezeik” een belangrijke factor: “Hoe goed het ook gaat met de wereld, er zal altijd evenveel geklaagd worden.” Mensen hebben iets nodig om over te klagen.

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat is stevig onderbouwd met statistieken. Boudry neemt geen blad voor de mond, spreekt de lezer rechtstreeks aan (met je) en is bij wijlen erg overtuigend. De toon wordt hier en daar wat snijdend, maar helaas soms ook schamper. Zijn minachting van religie en literatuur, eigenlijk alles buiten de exacte wetenschappen, spat geregeld van de pagina’s. Als wetenschapsfilosoof leunt hij exclusief op “de echte wetenschap” (p. 167). Dat is jammer, maar het doet de waarde van het boek niet teniet.

De wereld gaat dus vooruit. De grootste uitdaging voor de toekomst is de klimaatverandering. In Vlaanderen hangt rond Boudry een imago van kimaatontkenner. Dat is hij in dit boek allerminst. Hij durft wel andere standpunten innemen en in te gaan tegen het alarmisme van de alomtegenwoordige klimaatbeweging, die hij als een religie beschouwt, ondersteund door wetenschappelijke bewijzen. Dat alleen al maakt het een verfrissend boek dat de geest opent en eens een ander perspectief toont.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles