Maandag, 15 oktober, 2018

Geschreven door: Kraaijeveld, Ken
Artikel door: Heselmans, Marianne

Waarom je hond geen fruit hoeft te eten 

Huis-, tuin- en keukenverhalen over DNA

High-throughput DNA sequencing is geen gemakkelijk onderwerp voor op verjaardagen. Toch weet bio-informaticus en schrijver Ken Kraaijeveld er onderhoudende verhalen over te vertellen.

[Recensie] Hoe vertel je je tante of vriend over de eindeloze rijen DNA-bouwstenen die je dagelijks onderzoekt, zonder dat ze je glazig aankijken? Gelukkig is bio-informaticus Ken Kraaijeveld naast postdoc aan de Universiteit van Amsterdam ook evolutiebioloog en vogelaar. Hij heeft een volkstuin, een dochter die graag cupcakes bakt, een weiland met dikbilkoeien achter zijn tuin, hij kookt, heeft gereisd naar de Seychellen en parkeert zijn auto regelmatig onder een eik.

Toevallig foutje

Kraaijeveld gebruikt zijn ervaringen om in 54 korte hoofdstukken, 54 fenomenen rond DNA, RNA en eigenschappen te verhelderen. De hoofdstukken – met titels als Dikbilkoeien, Avondvliegen en Schaatsenrijders – beginnen steeds met een eigen waarneming, waarna hij uitlegt hoe je die kunt verklaren op DNA-niveau.

Foodlog

Neem bijvoorbeeld de veenwortel in zijn vijver. Die ziet er heel anders uit dan de veenwortel die de stenen in zijn tuin overwoekert. In het water drijven slappe stelen met bladeren, tussen de stenen steken de steeltjes en bladeren fier de lucht in. “Dat komt door methylering”, legt Kraaijeveld uit. Daardoor wordt het gen voor sterke stengels als ze nat zijn niet afgelezen en blijft de plant slap.

Zo weet de auteur allerlei abstracte fenomenen uit te leggen, waaronder ook mutaties. Kraaijeveld en zijn dochter eten heel veel fruit – van een perenboompje naast de schuur. Maar honden hoeven geen fruit te eten. Zij hebben namelijk een gen dat het stofje L-gulonolacton omzet naar vitamine C. Mensen hebben datzelfde gen, maar bij hen werkt het niet meer. Onze aapachtige voorouders leefden namelijk in fruitbomen, waardoor ze voldoende vitamine C binnenkregen. Een toevallig ontstaand foutje in dat gen was daar geen probleem, waarna die fouten zich bij mensapen en mensen gewoon konden ophopen.

Jargon uitgelegd

Op verjaardagen zou Kraaijeveld nog wat moeten weglaten. Jargon als meiose, RNA-polymerase en CRISPR-Cas9 schuwt hij in zijn boek namelijk niet. Maar dat maakt het juist wel weer heel geschikt voor amateurbiologen, trendwatchers, studenten en scholieren. Vaktermen legt hij namelijk goed uit, in kadertjes en met mooie illustraties. Voor biotechnologen en chemici is de koppeling aan recent onderzoek in de evolutiebiologie interessant.

 

Fijn is ook dat alle verhalen zijn te checken. Zoals van dat ‘verwaarloosde’ vitamine C-gen: als je de lettervolgorde ervan opzoekt in de openbare UCSC genome browser (zoek op ‘GULO-gen’), zie je hoe dit gen is opgebouwd in zo’n honderd zoogdieren, schrijft Kraaijeveld. Even klikken op blok 1 van 454 leert dat er inderdaad duidelijk verschillen zijn: bij de mens en chimpansee begint dit blok met ttcct, bij de hond, de kat en de dolfijn met gttct.

Een vriend of familielid tot waarnemingen verleiden, het eetgedrag van honden en mensen vergelijken, letterrijen op internet bekijken; dat alles kan zelfs high-throughput DNA sequencing boeiend maken.

Eerder verschenen op C2W