Zondag, 26 januari, 2020

Geschreven door: Kooij, Petra van der
Artikel door: Spaaij, Zoë

Waarom zou ik?

Een gesprek over hoop

De boekhandel ligt er vol mee, met boeken over het klimaatprobleem. De meeste hiervan zijn onheilspellend, zoals de Onbewoonbare aarde van David Wallace-Wells of Ons huis staat in brand over het gezin van Greta Thunberg. Andere, zoals Jelmer Mommers’ Hoe gaan wij dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde, gaan vooral over de toekomst en hoe onze toekomst eruit gaat zien. Maar de concrete vraag ‘Wat kan ik doen en waarom zou ik iets doen voor het klimaat?’ wordt door deze boeken nauwelijks besproken. Wat kunnen jij en ik doen? Een interview met Petra van der Kooij, auteur van het boek Waarom zou ik?

[Interview] Waarom zou ik? is een boek met twaalf individuele verhalen, waarvan elk laat zien wat het individu zou kunnen doen om zijn steentje bij te dragen aan het belangrijkste vraagstuk van onze eeuw, een vraagstuk dat leeftijd, geslacht en klasse overschrijdt. Of het nou het verhaal van klimaatstakers is die naast hun stakingen ook actief zelf proberen hun dagelijkse leven te verduurzamen of het verhaal van Jan van der Veen, de ombudspersoon voor toekomstige generaties, of het verhaal van Irma Abelskamp, die in Oerfloed in een joert woont. Ieder verhaal geeft op een andere manier antwoord op de vraag ‘Waarom zou ik?’

Wie is Petra van der Kooij?

Maar wie is de auteur van dit boek en wat drijft haar? Waarom besloot zij op een dag dat het klimaat belangrijk is en waarom maakte zij de overstap naar een duurzamere levensstijl? Ik zocht Petra van der Kooij, auteur van Waarom zou ik?, op in haar woning in hartje Amsterdam. Deze keer is niet zij diegene die de vragen stelt, maar wordt zij geïnterviewd. Na ons interview vertrouwt ze mij toe dat dit haar eerste interview is waarbij zij niet de interviewer is.

Boekenkrant

Het klimaatvraagstuk is voor haar meer dan alleen een trend; het is een groot deel van haar leven geworden. Niet alleen is zij vegetariër en straalt haar woning een en al groen uit, ook in haar werk is zij bezig met het klimaatvraagstuk. Voorheen op een meer theoretische basis, wat uitmondde in haar boek Waarom zou ik?, en tegenwoordig werkt zij bij de ‘Vereniging van Nederlandse gemeenten’ aan oplossingen voor het klimaatvraagstuk. Bezig zijn met het klimaat is de belangrijkste drijfveer in haar beroepskeuze. “Ik kan mij niet voorstellen om met een ander vraagstuk bezig te zijn, ik wil niet alleen in mijn dagelijkse leven hiermee bezig zijn, maar ook in mijn werk.” Daarbij is ook voor gemeentes de vraag ‘Waarom zou ik’ relevant, want veel gemeentes stellen zich diezelfde vraag: ‘Waarom zou ik als gemeente iets doen, als een grote multinational twee gemeentes verderop het milieu toch vervuilt?’ Gelukkig kan Petra hierbij altijd verwijzen naar haar boek, wat zij dan ook zo nu en dan doet.

Daarom zou ik

Maar wat heeft háár ooit gedreven om zich bezig te houden met dit inmiddels urgente vraagstuk? Het waren niet de zielige ijsberen of het smeltende ijs die haar ertoe aanzetten, maar een confrontatie met de onrechtvaardigheid, een direct gevolg van de klimaatverandering. Tijdens een stage voor haar studie culturele antropologie in Kenia zag zij de dagelijkse worsteling van mensen met waterschaarste. Het antwoord op de vraag ‘Waarom zou ik?’ was voor haar dus al duidelijk tijdens die eerste kennismaking met de klimaatcrisis. Zij zag klimaatonrechtvaardigheid om haar heen gebeuren en besloot het roer om te gooien. Daarom besloot zij bij terugkomst te kiezen voor de master ‘human ecology: culture power and sustainability’ in Lund, Zweden. Zij leefde daar in een ‘groene bubbel’, zoals zij die ook in haar boek noemt. Terug in Nederland merkte zij dat ook hier het tij aan het keren was. Was zij lange tijd de enige vegetariër in haar vriendengroep, nu aten er nauwelijks nog mensen vlees. Petra was wel nog steeds de klimaatidealist van haar vriendengroep, maar inmiddels was het klimaat ook hier een dagelijks gespreksonderwerp.

Visie: hoop

Petra’s drijfveer, het onrechtvaardigheidsgevoel toen zij de gevolgen van de klimaatverandering zag, speelt ook nu nog een rol in haar visie op de transitie naar een duurzamere samenleving. Het is voor haar minder belangrijk om haar eigen standpunt door te drukken. Haar doel is eerder om meer draagvlak voor de klimaattransitie te creëren. Haar werk en ook haar boek gaan niet alleen maar om het stimuleren van de transitie, die er onherroepelijk aan zit te komen, maar om het vertellen van verhalen die meer begrip kweken voor de noodzakelijkheid van zo’n transitie. Zij heeft niet alleen oog voor het onrechtvaardigheidsgevoel van de klimaatidealist, maar ook voor de zorgen van de boeren of van de gemiddelde burger. De boer die ineens niet meer ‘gewoon kan boeren’ of de burger die ineens van het gas af moet, ervaart een gevoel van bedreiging. Dit gevoel moeten wij volgens Petra serieus nemen en erover met elkaar in gesprek gaan. Want wat betekent de klimaatverandering voor de dagelijkse praktijk?

Haar boek is een poging om een dergelijk gesprek in gang te zetten. Het toont voorbeelden van mensen die op een dag het klimaat serieus gingen nemen en die proberen hun steentje bij te dragen. Deze verhalen ontbreken nu nog grotendeels in het gesprek over de klimaatverandering. Volgens Petra zijn er nu twee dominante verhalen over de klimaatproblematiek. Het ene verhaal is van diegenen die vast willen houden aan de huidige manier van leven; het andere verhaal is van mensen die zich bezighouden met een andere toekomst. Deze toekomstverhalen gaan of over een complete omslag in onze maatschappij, waarbij de natuur centraal komt te staan, of over een technologische omslag, waarbij de technologie ons een nieuwe klimaatneutrale toekomst biedt.

Die toekomstverhalen zijn cruciaal in de omslag naar een duurzame samenleving omdat ze ons helpen om te bepalen wat voor soort samenleving we wenselijk vinden. Toch ontbreken er ook elementen in de verhalen die we nu vertellen over klimaatverandering. Volgens Petra zijn al deze toekomstverhalen nog te weinig gericht op hoe deze toekomst vormgegeven moet worden. Als de burger zijn huis klimaatneutraal wil of moet maken, hoe moet zij dat doen? Wie ondersteunt haar in het verbouwen en het gedoe die zo’n verandering opleveren? Volgens Petra ligt hier de taak van de overheid. Deze moet de burger ondersteunen en daarbij durven vooruit te kijken. Zij pleit dus voor een langetermijn-politiek, wat enigszins een utopie is als men kijkt naar de huidige kortetermijn-politiek van veel politici.

Toch ligt de oplossing niet alleen maar bij de politiek. Iedereen kan iets bijdragen, en met Petra’s boek probeert zij een handelingsperspectief te bieden door de verschillende verhalen van mensen die al iets bijdragen. Zij wil met haar boek hoop bieden en mensen aansporen iets bij te dragen.

Tussen pessimisme en optimisme

Daarin is zij niet naïef en verwacht zij niet dat iedereen ineens nooit meer vliegt of vegetariër wordt. Maar zij hoopt op meer bewustzijn. Want alleen wanneer mensen het gevoel hebben dat zij iets kunnen bijdragen, gaan zij dit ook doen. Hierbij zet zij zich af tegen het pessimisme van een van haar geïnterviewden, René ten Bos. Zij deelt zijn opvatting dat de klimaatverandering te groot is om te bevatten voor het individu, maar zij is van mening dat dit niet betekent dat het individu vervolgens niets meer kan doen. Zelf wordt zij ook soms door pessimisme of door een gevoel van angst overvallen. “Wanneer het onweert, hard regent of stormt”, dus wanneer de natuur heel even laat zien waartoe zij in staat is, voelt zij zich soms hopeloos. Maar als je je laat leiden door dit gevoel en door de vraag “waarvoor doe ik dit allemaal, want de wereld vergaat toch wel”, stort je je direct de afgrond in, zonder te kijken naar de alternatieven die er ook nog zijn.

Als ik Petra verlaat, die ook haar jas pakt om naar Den Haag te gaan, heb ook ik ineens hoop. Misschien komt het door mensen als Petra toch nog goed.

Eerder verschenen in iFilosofie