Zaterdag, 3 januari, 2015

Geschreven door: Neiman, Susan
Artikel door: Slob, Marjan

Waarom zou je volwassen worden?

Volwassen zijn = blijmoedig falen

Wie wil er nou volwassen worden? Volwassen worden betekent afstand doen van je dromen, beperkingen aanvaarden, capituleren voor de status quo, geen avontuur meer verwachten. En je vel gaat nog hangen ook.

In een cultuur die geobsedeerd is door jeugdigheid en vertier lijkt volwassen worden verschrikkelijk saai. De tijd tussen je zestiende en zesentwintigste heet de mooiste tijd van je leven te zijn; daarna sukkelt het alleen maar bergafwaarts. Welk beeld schotelen we jongeren daarmee eigenlijk voor? vraagt de Amerikaanse filosoof Susan Neiman zich af. Haar antwoord: een beeld dat niet klopt, en dat niet deugt bovendien. Het klopt niet omdat jongvolwassenen het juist behoorlijk zwaar hebben. Jonge mensen staan onder enorme druk om ‘de goede keuzes’ te maken, zonder dat zij al hebben ervaren dat keuzes zelden onherroepelijk zijn en het leven hoe dan ook zijn eigen loop neemt. Geen wonder eigenlijk dat de meeste mensen gelukkiger worden naarmate de jaren verstrijken, zoals onderzoek uitwijst.

Neiman, een sterfilosoof die eerder mooie en succesvolle boeken als Het kwaad denken en Morele helderheid schreef, wil vooral aangeven waarom dat dominante beeld van volwassenheid niet deugt. Volwassen worden is voor haar geen langzame afgang, maar juist een ideaal, een morele prestatie. Het is ‘de periode waarin de rede tot rijpheid is gekomen’. En dat is een weldadige toestand, zowel voor de persoon in kwestie als voor de maatschappij.

Echt volwassen mensen gaan, nog steeds volgens Neiman, wijs om met wat toch eigenlijk een tragedie in elk mensenleven is: het besef dat de wereld niet is zoals die eigenlijk behoort te zijn. Vroeg of laat dringt het tot je door dat onrechtvaardigheid bestaat, dat goed gedrag niet vanzelf beloond wordt en slecht gedrag vaak juist wel. Wat doe je dan? Je reactie hierop bepaalt volgens Neiman of je überhaupt volwassen bent. Onvolwasssen is het om cynisch voor eigen succes te gaan omdat goeddoen ‘toch geen zin heeft’. Om je op te sluiten in boosheid over een wereld die niet deugt, en je heil te zoeken in fundamentalistische idealen. Om je terug te trekken in een bubbel waarin je je verdooft met lekkere etentjes, gadgets en dagjes uit – en dat ‘genieten’ te noemen.

Foodlog

Echte volwassen zijn volgens Neiman in staat om dat pijnlijke verschil tussen ideaal en realiteit te dragen zonder eraan onderdoor te gaan. Zij snappen dat de wereld nooit zal worden zoals zij eigenlijk wensen, maar stellen hun wensen desondanks niet naar beneden bij. Ze blijven blijmoedig werken aan een betere wereld.

En daarmee hebben we het wel gehad. Veel dieper gaat Neiman niet in op deze spanning, en op hoe je dat dan doet, blijmoedig falen. Nee, ze verkiest de breedte, en zet de achterdeur royaal open voor haar helden Rousseau en (vooral) Kant. Dat resulteert in ellenlange, meanderende beschouwingen die beslist heel geleerd zijn, maar me ook geregeld deden verzuchten: ‘Waarom lees ik dit ook alweer? Het zou toch gaan over volwassenheid?’

Het is welkom en verfrissend dat Neiman het zo opneemt voor volwassenheid. En ze overtuigt me volkomen van haar diepe liefde voor achttiende-eeuwse denkers. De link tussen die twee is echter te dun. Zeker, Neiman kent haar klassiekers, en babbelt die aan elkaar als een doorgewinterde dagvoorzitter die gokt dat ze het op haar charme wel zal redden. Maar voor een boek zijn charme en ervaring niet genoeg. Dit boek voelt nergens brandend of dringend, het kabbelt in feite maar door. Dat maakt Neimans laatste werk helaas volwassen in de verkeerde zin van het woord – in de zin van ‘behoorlijk saai’.

Eerder verschenen in De Volkskrant