Dinsdag, 9 februari, 2021

Geschreven door: Nijenhuis, Corine
Artikel door: Goedgezelschap, Guido

Waddenwolf

WADDEN-PIET

“Mijn leven is veelal geweest een leven vol teleurstelling.
Ik hoop dat mijne nagedachtenis niet te zeer zal benadelen.
In deze heb ik slechts het goede gewild.”

Uit het testament van Pieter Jan Willem Teding van Berkhout.
Deventer, januari 1889.

“Wat mij verbaasde, (en nog steeds verbaast) is de onbekendheid van dit waterbouwkundige project.”

Kookboeken Nieuws

[Recensie] Dit lees ik in de verantwoording en het dankwoord van de auteur. Die verbazing heeft een zeer grote rol gespeeld in de motivatie van de auteur om dit boek te schrijven. Corine Nijenhuis (°1965) volgde een opleiding aan de Rietveldacademie waarna ze werkte als ruimtelijk vormgever. De avondopleiding aan de Amsterdamse Schrijversvakschool sloot ze cum laude af en in 2011 debuteerde zij met Luchtcowboy, een non-fictie roman. In 2015 volgde Een vrouw van staal, een opgemerkte biografie van een binnenvaartschip, honderd jaar Nederlandse geschiedenis door de ogen van vijf generaties binnenschippers. In augustus 2020 verscheen Waddenwolf een historische roman die ondertussen al aan de tweede druk toe is.

Pieter, het hoofdpersonage, is de oudste zoon van Jan Willem en Maria Teding van Berkhout, een gezin van adel, aanzien en standing, …Jonkheren. Merkwaardig genoeg is Pieter, als oudste zoon niet de meest geliefde telg bij zijn ouders. Die eer krijgt Hendrik: zijn prestaties in Nederlands-Indië worden alom geprezen en overdreven. Pieter is advocaat, maar zijn interesse ligt elders: hij wil dammen bouwen om de Waddenzee droog te leggen. Hij richt daarvoor de Maatschappij tot Landaanwinning op de Friesche Wadden N.V. op, waarvan hij directeur wordt. Er wordt een concessie aangevraagd om de bouwwerken van een dam tussen Ameland en Friesland te starten. Het enthousiasme is groot, ook al wordt de goedkeuring, voor wat de technische constructie van de dam betreft, aangepast. Dat de regering niet voldoende subsidies op tafel brengt lost Pieter op door het uitschrijven van aandelen. De strijd tegen de natuurelementen kan beginnen en Pieter laat de luxe van hun huis in Deventer achter voor, in eerste instantie, een verblijf in Holwerd, daarna op het Waddeneiland Ameland: hij wil dicht bij de werken in uitvoering zijn, ondanks alle ontberingen. Maar vanaf het prille begin is het duidelijk: Pieter moet niet alleen een strijd voeren tegen de zee: de regering, Waterstaat, de provinciebesturen, Gedeputeerde Staten, de plaatselijke besturen, zijn eigen vennoten en commissarissen, de geestelijkheid, de autochtonen ( vissers en schippers), de publieke opinie, zijn vooraanstaande familieleden, … het blijken in grote of mindere mate allemaal vijanden te worden. Behalve één iemand: Hiltje, de waardin van Jagtweide, een herberg op Ameland. Zij lijkt hem steeds in zijn ondernemingen te steunen, … Kan Pieter deze haast onmogelijke strijd winnen om zijn levensdoel te voltooien of is de overmacht té groot om zijn ultieme droom waar te maken? Opmerkelijk is toch wel de grote terughoudendheid van het kerkelijk gezag. De grote invloed die priesters uitoefenden op de godvrezende bevolking was in die tijd (negentiende eeuw) vele malen groter dan nu en dat had ontegensprekelijk een zeer grote invloed op de kritiek die de autochtonen hadden op de uitgevoerde werken.

“Het scheppen van land is het werk van God, vinden gelovigen. Wanneer een van de onderdanen meent zich met Hem te kunnen meten, dan maakt die zich, op zijn minst, schuldig aan hoogmoed,” (p.168).

Wat kan je verwachten van een historische roman? Geschiedenis over een interessant onderwerp? Een familiekroniek? Wel, Corine Nijenhuis is er in geslaagd om die twee facetten te bundelen tot een zeer mooi verhaal over een eigenwijze advocaat, de strijd die hij voert om zijn droom te verwezenlijken om bevestiging te vinden in zichzelf. Bevestiging en steun die zijn eigen entourage hem niet gunde. Een grote verdienste van de auteur die een dikke pluim verdient voor haar research en de manier waarop zij dit boek geschreven heeft. Switchend tussen de verschillende locaties die een realistisch beeld oproepen, gebruik makend van flash-backs om gebeurtenissen te verantwoorden en te plaatsen in de tijd, komen de zeer nauwkeurig getypeerde personages tot leven in een maatschappij waarin de afstand tussen de bevolkingslagen onmetelijk groot was.

“Vriendschap. Dat vriendschap gaat over vertrouwen, dat begrijpt hij best, het is de belangeloosheid die hem verwart. In zijn milieu vindt hij er geen voorbeelden van. […] Zijn geslacht stamt uit een verleden waarin de heerschappij in handen was van de ‘aanzienlijksten’ in de samenleving. De geslachtsnaam Teding van Berkhout verwijst naar een traditie waarin hun vooraanstaande positie binnen een hecht stand- en staatsverband van generatie op generatie werd overgedragen. Een tijd waarin verwantschap belangrijker was dan vriendschap, waarin huwelijken allianties waren, gesloten om de machtsposities te beheersen én te behouden,” (p.293).

De auteur is zeer sterk in de technische aspecten die onvermijdelijk aan bod komen in haar boek. Ongetwijfeld heeft zij zich hierover goed laten documenteren want evidente kennis is dat niet. Het is best aan te nemen dat dit voor sommige lezers wel wat afstotend zou kunnen zijn, maar het is onvermijdelijk om aan te tonen in welke mensonwaardige omstandigheden, zonder technische snufjes, de arbeiders aan de slag moesten in de nooit ophoudende strijd van de Nederlanders tegen het eeuwigdurende gebeuk van de golven. In deze context kun je spreken van een leerrijke, historische roman.

Nijenhuis schrijft eenvoudig, etaleert haar talent als verhalenverteller en hanteert een smetteloos taalgebruik wat dan weer resulteert in mooie quotes en metaforen.

“Hij voelt zijn hart kloppen, harder ineens. Sneller, de cadans resoneert in zijn borstkas, trilt in zijn maag, zakt omlaag en stoomt weer omhoog. Op weg naar de plek in zijn lichaam waar de hunkering naar erkenning huist als een hongerige zwerfhond,” (p.80).

En af en toe kan de lezer ook kennismaken met het gebruik van herhalingen. Deze passages geven dan meestal de ernst, de belangrijkheid of de dramatische impact van een gebeurtenis weer.

“Het is vreemd hoe alles zich kan herhalen. Vreemder nog is het dat de geest niet direct de tekenen van rampspoed herkent terwijl alles hetzelfde is,” (p.300).

Waddenwolf is een boek dat zijn plaats verdient tussen de betere Nederlandstalige historische romans. Geschiedenis is erfgoed, of zoals ik als twaalfjarige van mijn leraar geschiedenis (Dhr. Y.Waltherus) leerde: “Geschiedenis is de kennis van de beschaving het verleden, gebaseerd op geschiedkundige bronnen.” En dat past helemaal bij de geschiedenis van Pieter Jan Willem Teding van Berkhout, een man die een droom nastreefde en ondanks alles koppig bleef doorwerken tot, …

Een aanrader voor de liefhebbers van dit genre.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles