Woensdag, 17 april, 2013

Geschreven door: Snijders, A.L
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Wapenbroeders

Korte zinnen met lucht

A.L. Snijders schrijft dagelijkse, korte, persoonlijke stukjes, maar het zijn geen columns. Meestal duiken ze de diepte in en ontberen ze de scoringsdrift van de immer geestige en meningen spuiende BN’ers. Voors en tegens bij Wapenbroeders, de nieuwe bundel ZKV’s van de oud-docent, oud-Parool-journalist en Constantijn Huygensprijswinnaar.

Voor: weer veel mooie zinnen en observaties. ‘In het Hilton nam ik een belangrijk besluit, ik zou een bad nemen, voor het eerst in zeventig jaar. Het duurde lang voordat er genoeg water in zat, maar wat me vooral trof was dat mijn hoofd droog bleef – dat vind ik een nadeel van het bad. Het hoofd heeft een douche nodig, het lichaam een bad.’

Dat komt uit ‘Bad’. Samen met ‘Berouw’ is dat destijds voorgepubliceerd op Athenaeum.nl. Daar vindt u ook een voorpublicatie van Vijf bijlen en een recensie van een vorige bundel, Een handige dromer, van mijn hand.

Voor: zinnen over zinnen, de milde schrijver. Tegen: die komma’s

Ik heb die twee voorgepubliceerde ZKV’s zelf uitgekozen – ik ben ook webredacteur van Athenaeum.nl – en wel hierom. In ‘Berouw’ vertelt Snijders hoe hij in een discussie verzeild raakt met de vrouw van de eerste secretaris van de Japanse ambassade (prachtig detail, het geeft het verhaal een mooie inkadering) over de kern van een verhaal van John Cheever. Hij past perfect in de metaliteraire afdeling van Snijders oeuvre: stukjes over stukjes literatuur. Zinnen over zinnen. Wat hij citeert, is zeer de moeite waard, en hij gaat de discussie op een open, bijna naïeve manier aan: uiterst subjectief, met een natuurlijke willekeur. Dat is prettig. Bovendien is ‘Berouw’ representatief voor Snijders’ oeuvre omdat het eindigt met een sisser, en dat past iemand die zichzelf altijd als de zachte, weinig daadkrachtige, oudere man neerzet.

Schrijven Magazine

Ik heb ‘Berouw’ gekozen ondanks Snijders’ kommagebruik. De besluitende woorden hadden makkelijk een losse zin kunnen zijn. Het was zelfs een krachtiger slotakkoord geweest: ‘De vrouw van de secretaris zweeg gepikeerd na deze literaire misstap. Ik hoorde niets meer van haar.’ Of: ‘Hij heeft daarover veel berouw, het is een verhaal over het berouw.’ Die zin wordt door de herhaling juist weer iets te zwaar (terwijl me juist dat een literaire misstap lijkt, een verhaal karakteriseren als ‘over’ iets). Of: ‘Ik ben het met haar eens, het is de kernzin.’ Daar had een dubbele punt ook gekund.

Smaakkwesties.

Voor: aforistische zinnen. Tegen: de gezochte grap

Bij ‘Bad’ gebeurt iets anders wat je vaker ziet bij Snijders: hij citeert zichzelf. Dat is niet erg, er zullen amper lezers zijn die alles van hem gelezen hebben, en ditmaal heeft het als bonus dat je niet één keer een mooie uitsmijter krijgt, maar tweemaal. Eerst die over bad en douche, lichaam en hoofd (‘kop’, wat hij even eerder gebruikt, is meer een Snijders-woord, je ziet hem vaak als houthakkende intellectueel), en dan die van de moeder die hetzelfde wil zien als het meisje. Het zijn aforistische zinnen, ze zijn af, uitstekend citeerbaar, maar bij Snijders zit er lucht in, je mag ze omdraaien en bewerken, ze zijn niet in steen gevat. Hij heeft oog heeft voor zulke zinnen – ook in graffiti op viaducten -, en weet er werelden omheen te scheppen.

In tegenstelling tot de columnist, die de werkelijkheid tot verhalen versimpelt, vergroot Snijders de werkelijkheid met verhalen. Toch heeft hij ook columnistentrekjes. Zoals het tegendraads willen zijn, à la Grunberg: ‘Het eten was heerlijk, hoewel ik later van andere schrijvers hoorde dat het heel slecht was. Ze legden uit waarom, maar ik bleef met terugwerkende kracht tevreden. Confrontaties en misverstanden.’ Geestig, maar het houdt het verhaal op. Ik waardeer de tevredenheid, dat is in character, maar waarom moet daar die tegenstelling aan voorafgaan?

Rijm en andere aandachtspunten

Wat ik ook erg mooi vind, is dat de verhalen soms rijmen. Snijders citeert zichzelf. In ‘Barbaren (1)’ krijgt een tweetal Concertgebouwbezoekers in 1981 ruzie in de trein. In ‘Marathon’, acht maanden later geschreven, luidt het: ‘In de trein naar huis zat ik wel met de opgewonden man in dezelfde coupé, we hebben ruzie gemaakt en ook nog even gevochten, maar dat had niet veel om het lijf, de conducteur was er snel bij.’ Ruzie gemaakt, nog even gevochten, maar dat had niet veel om het lijf – de ironie is mooi. En het rijm geeft een verhaallijn aan een verder losse aaneenschakeling van anekdotes en geschiedenissen.

Er is veel moois in Wapenbroeders te vinden, en nu ik mijn recensie van Een handige dromer herlees, realiseer ik me dat veel vergelijkbaar is, en van dezelfde kwaliteit. Puntsgewijs:

– Op momenten benadert hij de unieke, eenmalige anekdote, het verborgen verhaal dat alleen nog een kundige schrijver nodig had en een publiek.
– Nescio is stilistisch soms sterk aanwezig en op zijn beste momenten is Snijders net zo precies en sober.
– Je moet je niet laten verleiden de stukjes dicht op elkaar te lezen, maar traag en met mate, waartoe de oorspronkelijke distributievorm (een dagelijkse mail aan een besloten gezelschap) dwong.

Doen dus. Begin met die twee. En dan verder. Niet meer dan twee per dag, want als je Snijdersmoe bent, is levensmoeheid niet ver meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *