Zondag, 18 oktober, 2020

Geschreven door: Verheyen, Leen
Artikel door: Aalders, Merel

Wat de lezer leert

Word je van lezen een beter mens?

[Recensie] In Wat de lezer leert onderzoekt filosofe en schrijfster Leen Verheyen wat filosofen over het nut van literatuur te zeggen hebben. Word je van lezen een beter mens?

De vraag naar het nut van literatuur wordt doorgaans op twee manieren beantwoord. Ten eerste kan er gezegd worden dat literatuur helemaal geen nut hoeft te hebben, of in ieder geval geen extern nut. L’art pour l’art. Aan de andere kant bestaat er het idee dat literatuur wel degelijk nut moet hebben, bijvoorbeeld voor de maatschappij, zodat ze geĂ«ngageerd is. Aristoteles is een van de eersten die constateerde dat een theaterstuk positieve effecten moest hebben: het moest zuiverend zijn voor de emoties, catharsis opwekken. Maar later vonden schrijvers als Oscar Wilde weer dat men moest ophouden dingen buiten de tekst te zoeken. Alsof literatuur enkel een middel zou zijn, en niet een doel op zi

Voorzichtig mengt ook de Vlaamse Leen Verheyen zich in de discussie. Daarbij wil ze vooral stilstaan bij de esthetische waarde van literatuur. Voor bepleiters van literaire autonomie is esthetiek het uitgangspunt: dat literatuur mooi is, is belangrijker dan dat ze nuttig is. Maar ook degenen die wĂ©l vinden dat lezen nut zou moeten hebben, en dus dat literatuur ‘ethische’ gevolgen heeft, hebben esthetiek nodig, betoogt Verheyen. Ethiek en esthetiek sluiten elkaar niet uit. De esthetische waarde van een roman zorgt er namelijk jĂșist voor dat je er iets van kunt leren.

Verbeelding
Volgens Verheyen moeten we ons eerst het volgende afvragen: “Wat voor een ‘soort’ kennis levert het lezen van een boek op?” Bij het begrip ‘kennis’ denk je al snel aan natuurwetenschappelijke zaken als objectief verkregen data en controleerbare wetten. Maar daarmee kom je, als je over de ethiek van literatuur wil praten, niet erg ver. Het wetenschappelijke concept van waarheid gaat om ‘ware proposities’, zoals “de kat zit op de mat”. Om te weten of dat waar is hoef je alleen maar waar te nemen. Maar vergelijk dat eens met een zin als: “gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier”, een zin die een beroep doet op de menselijke conditie. Hoe test je of die waar is?

Wandelmagazine

Eigenlijk verlangt literatuur een nieuwe definitie van kennis, die voorbij ware proposities gaat. Dan kunnen we zeggen dat literatuur ‘naar waarheid leidt’. Dat kan op verschillende manieren. Verheyen bespreekt kort de filosofe Martha Nussbaum en haar idee van ‘narratieve verbeelding’: door te lezen kun je je inleven in anderen. Het maakt je meer empathisch, en het zorgt ervoor dat je je perspectief op jezelf en op de wereld steeds weer bij kunt schaven. Op dezelfde manier verrijkt literatuur je conceptuele kader: je krijgt steeds nieuwe perspectieven aangereikt op bijvoorbeeld liefde, vriendschap of vrijheid.

Maar of en hoe dit precies gebeurt, ligt toch aan de lezer zelf. Iemand kan een verhaal ook zelfbevestigend interpreteren. Waarschijnlijk doen we dat allemaal tot op zekere hoogte. Je hebt dan alleen maar oog voor wat je toch al vermoedde, en je leeservaring bevestigt de denkbeelden die je al had. De meerwaarde van literatuur hangt dus af van zowel de tekst als degene die ‘m leest.

Laagjes en ruimte
Wat volgens Verheyen een essentiĂ«le eigenschap van literatuur is, is dat zij ‘open’ is, wat betekent dat ze ruimte geeft aan veel verschillende interpretaties. Dat zie je bijvoorbeeld bij het werk van Kafka, waarbij een hoofdpersoon bijvoorbeeld wakker wordt als insect, of vastzit in een proces waarbij hij niet weet waarvan hij beschuldigd wordt. De vraag wat er nou precies met zo’n verhaal bedoeld wordt, kan op vele manieren beantwoord worden. “Kafka’s werken kunnen in die zin beschouwd worden als het toonbeeld van iets wat eigen is aan literaire fictie,” zegt Verheyen. “Door de literaire conventies los te laten en te experimenteren met de vorm van de roman, komt de vraag naar de betekenis van een literair werk nog sterker opzetten. Juist omdat die betekenis niet zomaar gegeven is, kan een literair werk ons aan het denken zetten.”

Ethiek en esthetiek raken zo met elkaar verstrengeld, zegt Verheyen: de esthetische ervaring waarbij we onze verbeelding aan het werk zetten en ons best doen om tot een interpretatie te komen, zorgt ervoor dat we gaan reflecteren op het ethisch handelen van onszelf en anderen. Het idee dat ethiek en esthetiek met elkaar verstrengeld zijn, komt van Paul Ricoeur, de belangrijkste filosoof in dit essay. Volgens Ricoeur geeft literatuur geen directe verwijzingen naar de werkelijkheid, maar kan ze wel degelijk indirect iets zeggen. Dit noemt hij ‘metaforische referentie’: hetgeen “ons in staat stelt over onze existentiĂ«le ervaringen te praten op een manier die onmogelijk is binnen de beperkingen van rationeel-wetenschappelijke beschrijvingen”. We hebben het dus over een uniek soort kennis, dat tot stand komt door middel van de verbeelding. Het geeft, meer dan de ware propositie, aanzet tot het nadenken over onszelf en de wereld waartoe we ons verhouden.

Roman Ingarden is hierbij een andere belangrijke naam. Deze fenomenoloog constateerde dat literatuur uit vele verschillende laagjes bestaat. “Zo spelen bijvoorbeeld zowel de klank van de woorden, als de betekenissen die de woorden en de combinaties daarvan oproepen, allemaal een rol”, zegt Verheyen. Een lezer krijgt als het ware alleen een ‘schema’ van personages en gebeurtenissen, en moet met de verbeelding veel zelf invullen. Niet alleen weglatingen van het plot, maar ook metaforen en ideeĂ«n vervolledigt de lezer zelf.

Behoefte aan betekenis
Als lezer moet je dus wel een beetje moeite doen. Onze verbeelding krijg te maken met allerlei verschillende laagjes, en we moeten zelf een interpretatie vormen. Dat cognitieve effect van literatuur heeft volgens Verheyen ethische gevolgen: door te reflecteren op onszelf en de wereld heroverwegen we bijvoorbeeld misschien wel bepaalde keuzes. Op die manier lost Verheyen de autonomie/engagement-tweedeling op: juist de esthetische aspecten van literatuur die haar autonoom maken, zorgen voor verandering in de werkelijkheid.

Een belangrijk verschil dat Verheyen nog wil aankaarten, is dat tussen waarheid en betekenis. Zo kan het interpreteren van een literair werk gezien worden zoals Hannah Arendt denken zag. Volgens haar is ‘denken’ namelijk niet uit op waarheid: “Waarheid is het resultaat van onze drang om te ‘weten’. Die drang om te weten moet je onderscheiden van de behoefte om te denken. Wat het denken doet, is het stichten van betekenis. Onze behoefte om te denken komt voort uit het feit dat de loutere ervaring van de werkelijkheid geen betekenis of samenhang kan bieden. Het is pas door te denken dat je betekenis kunt geven aan wat je ervaart.” Literatuur interpreteren is een vergelijkbaar proces dat geen platte, onomwonden waarheid genereert, maar wel beantwoordt aan onze onuitputtelijke behoefte aan betekenis.

Verheyens essay is zeer beknopt en toegankelijk. Toch ontstijgt ze op dat kleine aantal pagina’s de vastgeroeste discussie van autonomie versus engagement (of elitarisme versus activisme). Een verademing vergeleken bij het ‘literaire klimaat’ anno nu, zou je bijna zeggen. Wel rest mij de vraag of het effect van literatuur lezen nou zozeer ‘ethisch’ genoemd moet worden. Worden we betere mensen van lezen? Dat zou ik nog steeds niet willen beweren. Dat we door literatuur te lezen een beetje ‘andere’ mensen worden, met een rijker conceptueel kader en beter ontwikkeld talig vermogen bijvoorbeeld, lijkt me al heel wat.

Door aan te duiden dat literatuur de behoefte aan betekenis beantwoordt en dat de esthetische ervaring daarbij onmisbaar is, maakt dit essay voor mij twee andere belangrijke punten. Ten eerste dat er zich onder onze neuzen een fantastisch medicijn bevindt tegen de betekenisloosheid die we allen zo krampachtig bevechten: al die prachtige boeken die al geschreven zijn. Ten tweede dat wie wil dat dit medicijn gemaakt blijft worden, de essentiële kwaliteiten ervan (de laagjes en de ruimte) moet erkennen. Maar dat is maar hoe ik het interpreteer.

Eerder verschenen op iFilosofie