Dinsdag, 23 oktober, 2007

Geschreven door: Durlacher, Jessica
Artikel door: Winter, Karlijn de

Wat gebeurde er met Cathy M.?

Wat er gebeurde met het verhaal van Mulisch

Als vijfde in de rij, na Abdelkader Benali, Doeschka Meijsing, Marcel Möring en Elsbeth Etty, publiceert Jessica Durlacher een verjaardagsnovelle voor Harry Mulisch. De boekjes, die allemaal op één of andere manier zijn werk als uitgangspunt hebben genomen, zijn gepresenteerd als hommages aan de grote auteur. De serie ruikt weliswaar enigszins naar commercieel denken, maar dat neemt niet weg dat hij een interessant inkijkje biedt in de manieren waarop Mulisch Nederlandse schrijvers als voorbeeld dient.

Jessica Durlacher heeft haar inspiratie gevonden bij de vroege magisch-realistische Mulisch. Zijn kortverhaal ‘Wat gebeurde er met sergeant Massuro?’ (Uit De versierde mens, 1957) bracht haar, vast niet toevallig precies een halve eeuw later, tot het formuleren van een hedendaags antwoord erop.

In ‘Wat gebeurde er met sergeat Massuro?’ omgeeft ons het dichte oerwoud van Nieuw-Guinea, waar in de fantasie van de stoere Nederlandse militairen die er gestationeerd zijn menseneters op de loer liggen en waar diezelfde figuren de gehuchten belachelijke namen geven als Verneukschoten of Poepjanknor. Met een onverschillige houding tegenover de lokale bevolking doortrekken ze het land om de orde en de rust te handhaven. Tijdens een avondlijk spelletje landje veroveren voltrekt zich echter een ommekeer: één van de mannen, en wel sergeant Massuro, wordt plots steeds stijver en zwaarder… tot hij uiteindelijk enkel nog als een loodzwaar granieten beeld bestaat.

Bij het lezen van Wat gebeurde er met Cathy M.? bevinden we ons in een heel andere setting, namelijk die van het door oorlog geteisterde postkoloniale Afrika. In Ivoorkust, waar hoofdpersoon Jaap als expat voor ‘Dokters op Reis’ werkzaam is, treffen we vooral goedbedoelde buitenlandse inmenging aan. De organisatie runt ziekenhuizen in afgelegen gebieden, zet alles op alles om AIDS te bestrijden, helpt om kindjes op een zo veilig mogelijke manier op de wereld te zetten. Maar het verschil tussen toen en nu, daar en hier tekent Durlacher gelukkig niet helemaal zwart-wit af. De medewerkers van de Westerse NGO’s behouden een luxe uitzonderingspositie in de samenleving van het ontwikkelingsland. Ze leven in degelijke huizen en hebben toegang tot goed voedsel en rijkeluisvermaak.

Wordt Vervolgd

Desondanks blijft de toon van de novelle grotendeels optimistisch. Dat is met name toe te schrijven aan één van de personages, namelijk de frêle blondine Cathy M. Deze dame is het hoofd van de kraamafdeling in Jaaps ziekenhuis, waar ze niet alleen moeilijke bevallingen in goede banen weet te leiden maar zelfs in staat blijkt wonderen te verrichten: meermaals wekt ze tot ieders ontzetting dode baby’tjes tot leven. En daarnaast oefent ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht op kinderen uit die in grote getale om haar heen zwermen zodra ze in hun buurt verschijnt. Cathy M. ontpopt zich voor Jaaps ogen als een heilige.

Zo donker en mysterieus als ‘Wat gebeurde er met sergeant Massuro?’ overkomt, zo licht en wonderbaarlijk is de sfeer die Wat gebeurde er met Cathy M.? oproept. Met haar novelle is Jessica Durlacher ogenschijnlijk in dialoog getreden met Harry Mulisch. Dat is gedurfd, en schetst bovendien mooie contrasten. Ze staat zwaarte tegenover lichtheid, mannelijke hardheid tegenover vrouwelijke empathie, dood tegenover leven. Ze toont dat magie ook een positieve keerzijde heeft. Niet voor niets verandert haar Cathy niet in steen, maar in een prachtige vlinder.

Qua vorm is de balans tussen de twee schrijvers echter nog niet in evenwicht. Mulisch’ verhaal grijpt je van begin tot eind vast vanwege zijn beklemmende stijl. Hij schrijft in de ‘landje veroveren’-scène bijvoorbeeld:

‘Ik amuseerde me geweldig. Eenmaal knikte Massuro in de richting van het dorp en ik zag de schim van Herr Geheimrat [het dorpshoofd]. Helemaal alleen hurkte hij aan de rivieroever en keek hoe de blanken met messen en vrolijkheid zijn grond doodstaken. Het stond me niet aan en ik riep naar Persijn dat hij er iets aan moest doen. Er daverden twee schoten en meteen was hij verdwenen.’

Je zou verwachten dat Durlachers novelle in dezelfde mate als dit fragment benauwend aandoet, elegantie uitstraalt. Dat is echter niet het geval. Haar stijl is daar te onbeholpen voor, en neigt te vaak naar het sentimentele toe:

‘Het was de grootste, mooiste vlinder die ik ooit heb gezien, dat kan ik u met zekerheid zeggen. In het echt dan. In werkelijkheid. De allermooiste. (…) Ik zag hem vertrekken, vrij, zonder pijn, en voor één keer volmaakt tevreden.’

En daarom heeft Durlacher geen ideaal tegenwicht kunnen bieden aan Mulisch. Waar zijn verhaal een indringende indruk bij je achterlaat, mist haar novelle effect. Daardoor vervliegt haar tekst, ontglipt hij je zodra het boek uit is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *