Zaterdag, 15 augustus, 2020

Geschreven door: Roemaat, Bianca
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Wat maak je me nu?!

Vrolijk boekje met tips over communicatie voor horecaondernemers

[Signalering] Je zult maar net voor de coronacrisis een leuk boekje voor de horeca uitbrengen, met tips hoe de menukaart tot een feest te maken. Het overkwam freelance journalist Bianca Roemaat van Roux Communicatie met haar boekje Wat maak je me nu?!, verschenen eind 2019. Nu de horeca na vijf maanden crisis weer voorzichtig aan het opkrabbelen is, een goed moment om het boek even wat aandacht te geven.

Roemaat is al 25 jaar horecajournalist en tekstschrijver. Ze interviewde de afgelopen jaren tientallen chefs, horecaondernemers en foodproducenten voor tal van tijdschriften (ze schrijft ook voor een van onze uitgeverijen, ik zeg het er altijd maar even bij als ik schrijver persooonlijk ken). Ze kreeg ook in haar loopbaan zowel privé als professioneel honderden menukaarten onder ogen. “In mijn ogen zijn menukaarten het ultieme communicatiemiddel,” schrijft ze. “De menukaart is voor mij tot een stokpaardje uitgegroeid. Alles wat ik de afgelopen 25 jaar heb geleerd en gedaan komt in dit onderwerp samen. Zo heb ik verschillende blogs geschreven, kaarten gecorrigeerd en teksten geschreven voor menukaarten en krijtborden.” En nu heeft ze al haar kennis en tips samengevoegd in een vrolijk handzaam boekje met de titel Wat maak je me nu?!.

In het boek vinden horecaondernemers inspiratie om hun communicatie te verbeteren, zowel online als offline. “Maak van je website geen zoekplaatje,” adviseert Roemaat, en zorg dat je goed vindbaar bent. Meteen geeft ze dan handige tips om dit te verbeteren. Zorg ook dat je menukaart goed online staat, naast het adres is dat waar mensen naar zoeken op je website.

En dan de menukaart zelf. Roemaat geeft tientallen tips van welke termen wel of juist niet te gebruiken. Enkele voorbeelden.

Trouw

Niet:
“Een bedje van sla”
Dit is echt slaapverwekkend, vindt Roemaat

“Lamellen van prei.”
“Kun je zonwering eten,” vraagt ze zich af.

“Uit eigen keuken.”
“Dat kan van alles betekenen,” zegt Roemaat, “ook dat het alleen opgewarmd is.”

Vermijd te lange opsommingen met onbekende termen, adviseert ze. Voorbeeld: “Roodbaars, pasta, nomu, rode ui, bospeen.”
“Eh… wat is nomu?”, vraagt ze zich af. “Is dat Nederlands? Tot op heden weet ik nog steeds niet wat het is.”

En let op spelfouten: “Ze zijn er weer: aspergers.” Commentaar van Roemaat: “Kun je je hier als liefhebber van de lentegroente ziek aan eten. Verwar asperges niet met het syndroom van Asperger.” Chocolademoes is ook fout: “Is dit een combi van chocolade en appelmoes? Of toch gewoon de klassieke chocolademousse?”

Wel:
“Huisgemaakt, klinkt al meer ambachtelijk”

“Kraakvers, als het groente betreft”

Voeg een omschrijving van de smaak toe: “Romige tomatensoep met knisperende croutons en versgeplukte kervel” klinkt beter dan “tomatensoep met croutons en kervel”.

Gebruik kleuren om wijnen meer smaak te geven: “zonnegeel, goudgeel, frisgroen, dieprood…”

En zo gaat het boekje door, na de algemene hoofdstukken volgt Roemaat dan de menukaart en krijgen we tips voor de amuse, het voorgerecht, het hoofdgerecht, de wijnkaart, het nagerecht en de koffie/thee. Allemaal uiterst praktisch, meteen toepasbaar. Voor de horecaondernemer die niet handig is met taal en wel wat hulp kan gebruiken biedt Wat maak je me nu een?! een uitkomst.

Ander bijkomstig effect van dit boek. Je krijgt er ook enorme trek van. Leuk!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles.

Het boek is te verkrijgen bij de auteur