Woensdag, 12 februari, 2020

Geschreven door: Stoter, Marlies
Spiekhout, Diana
Artikel door: Overmeer, Marjolein

Wij Vikingen. Friezen en Vikingen in het kustgebied van de Lage Landen

Bij Vikingen denken we aan woeste Scandinaviërs die plunderend door West-Europa voeren. Dit klopt, maar toch ook weer niet. Het boek Wij Vikingen geeft de laatste inzichten over de Vikingen en wat hun relatie was met Nederland.

[Recensie] Wie waren de Vikingen? Het is een misverstand dat dit plunderende Denen of Noren waren, volgens het boek Wij Vikingen. In de bronnen uit de Vikingtijd (800-1000) betekent het woord Viking letterlijk piraat. Je werd dus niet als Viking geboren, het was een manier van leven. Je kon prima zomers boeren en in de winter ‘op Viking gaan’. Het waren ook niet alleen Scandinaviërs die deze plundertochten ondernamen. Ook inwoners van Frisia, het hele kustgebied van Brugge tot Bremen, hebben als piraat deelgenomen aan deze plundertochten.

Dit is een mooi voorbeeld van één van de recente inzichten die een plek hebben gekregen in het boek. Friezen waren niet alleen slachtoffers van de Vikingen, maar ook onderdeel van een gedeelde cultuur. De dertien auteurs van Wij Vikingen zijn wetenschappers en conservatoren, en experts binnen verschillende vakgebieden zoals het vroeg-middeleeuwse landschap, schepen uit de tijd van de Vikingen, de botsing tussen de christelijke Franken en de heidense Vikingen, mode uit die tijd en de belangrijkste handelsplaats Dorestad. Ze hebben bestaande ideeën gekoppeld aan de meest recente onderzoeken en vondsten, of de veranderde interpretaties hiervan, en geven zo een nieuw beeld van de Vikingen.

Dat de Friezen mee plunderden is ook zo’n veranderde interpretatie en wel van wetteksten uit de Lex Frisionum. Dit is het door de Franken opgestelde wetboek uit circa 800 voor de onderworpen Friezen. Hierin staat dat Friezen strafbaar waren als ze binnen het Frankische rijk “op Viking gingen”, behalve wanneer ze waren gedwongen. Dit impliceert dat ze zich ook ongedwongen aansloten bij de Vikingen om te plunderen. Op zich dus prima, maar niet binnen de Frankische grens.

Dans Magazine

De auteurs van Wij Vikingen schetsen samen een ander beeld van Frisia in de negende en de tiende eeuw, het tijdperk waarin de Friezen regelmatig geplunderd werden door de Vikingen. Dat hun onderlinge contact echter verder ging dan enkel slachtofferschap, maakt dit boek inzichtelijk.

Culturele overeenkomsten

Een belangrijke verandering in de manier van het kijken naar Frisia in de Vikingtijd is de gedeelde Noordzeecultuur. Wetenschappers zijn het er steeds meer over eens dat het gebied sinds de vijfde eeuw onderdeel was van deze cultuur, samen met Engeland en Scandinavische landen. De mensen spraken bijna dezelfde taal, vereerden dezelfde goden zoals Odin en Thor, droegen gelijksoortige kleding en verhandelden onderling allerlei goederen. Ze bereikten elkaar met boten over de Noordzee, of zoals het boek mooi zegt: de toenmalige snelweg van Europa. Reizen over water was voor de inwoners van Frisia makkelijker reizen dan door het binnenland, wat uit woeste veenlanden bestond.

In 695 veroverden de christelijke Franken Dorestad, de belangrijkste handelsstad van Frisia, en in de loop van de achtste eeuw volgde geleidelijk de rest van het gebied. Dit ging niet zonder slag of stoot en in dezelfde periode is de beroemde missionaris Bonifatius door opstandige Friezen bij Dokkum vermoord (754). De Denen waren niet blij met de oprukkende Franken en het steeds dichterbij komen van de noordgrens van het Frankische rijk. Als antwoord begonnen ze in 810 met het plunderen van Frisia. Middeleeuwse bronnen geven aan dat een Deense koning Frisia had veroverd en er belasting inde, zo rond 800. Hoe dat geïnterpreteerd moet worden, daar is nog discussie over. De Denen zagen Frisia als hun machtsgebied, maar was deze belastinginning historisch correct of symbolisch, in de vorm van een afkoopsom na een aanval?

Dat de machtsstrijd tussen de Denen en de Franken de reden was voor de plunderende Vikingen in Frisia, is ook een vrij recent beeld. Totdat de Franken de macht hadden overgenomen, had de heidense Noordzeecultuur namelijk helemaal geen baat bij plunderingen in het eigen handelsgebied. Vervolgens beschermden de Frankische keizers de kusten van Frisia zo goed en zo kwaad als het ging, maar bij interne problemen – en dus andere prioriteiten dan hun noordgrens – namen het aantal Vikingaanvallen op Frisia toe.

De Vikingen toonden geen enkel ontzag voor de recent gestichte kerken en hun rijkdommen, zoals priestergewaden, misboeken, zilveren kandelaars en dito wierookvaten. Uit archeologische vondsten blijkt dat de eerste kerkjes van hout en leem waren en dus makkelijk te veroveren. Daarnaast brachten ze de Franken een flinke slag toe door deze kerken te vernietigen, haar missionarissen om het leven te brengen en de rijkdommen mee te nemen. Aangezien de geestelijken de schrijvers waren in die tijd, is er veel melding gemaakt over deze plunderingen en de gruwelijkheden eromheen. Ze geven alleen wel een vertekenend beeld.

In naam van de Franken

Het boek zet de Vikingtijd in een ander, realistischer, licht. De periode waarin Frisia actief geplunderd werd, duurde eigenlijk niet zo heel lang. Daarnaast waren de Denen hier zelfs decennia de vazallen van de Franken. Zoals gezegd begonnen de aanvallen in 810 als reactie op de naderende Frankische grens. Tweehonderd Deense schepen verwoestten de Friese eilanden en werden afgekocht met heel veel zilverstukken. Er volgde een aanloopperiode en vanaf de jaren dertig hadden de Vikingen het met name op handelssteden gemunt, met Dorestad als absolute topper. Deze rijke stad kreeg tussen 834 en 863 minimaal zestien aanvallen voor zijn kiezen.

Vervolgens gooiden de Franken het op een akkoordje met Deense prinsen en beleenden ze Frisia, met de bedoeling plundertochten door andere Vikingen te stoppen. Het is onduidelijk of dit de Denen niet lukte of niet boeide, maar hierna volgde de meest gewelddadige en ontwrichtende aanvalsgolf. Tussen 879 en 892 bleven de Vikingen namelijk ook overwinteren en trokken ze al plunderend het Frankische rijk in, tot aan Keulen toe. Na een rustige eeuw vond er tussen 990 en 1010 een nieuwe aanvalsgolf plaats op noordelijke kustplaatsen.

Terug bij af

Rond 800 was het hele gebied niet alleen Frankisch maar ook gekerstend. Dit betekende echter niet dat alle Friezen het christelijk geloof beleden, daarvoor waren de eeuwenoude banden binnen de heidense Noordzeecultuur te sterk. De kerstening was een geleidelijk proces, dat niet zonder Frankische hulp van de grond kon komen. Zij staken geld in de stichting en inrichting van kerken. De missionarissen, die vanuit de centrale kerkelijke stad Utrecht het terpengebied introkken, werden beschermd door Frankische soldaten.

Om het nieuwe geloof te promoten en de verbeelding van de heidense Friezen te prikkelen, namen de missionarissen kostbare reisaltaren, zilveren rekwisieten en religieuze boeken mee. De eerste missiekerkjes werden niet alleen door recente bekeerlingen bezocht, maar ook door heidenen die er hun offergaven brachten. Kinderen werden er gedoopt en doden begraven. De Vikingaanvallen, met de bijbehorende plunderingen van deze kerkjes, zorgden echter voor een enorme terugval in het kersteningsproces.

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de kerstening in Frisia vervolgens planmatig werd aangepakt. Vanaf 950 kreeg Frisia parochies met elk een stenen parochiekerk die van de inwoners automatisch christelijke parochianen maakten. Het geloof was geen keuze meer. Dit masterplan werd binnen vijftig jaar vanuit Utrecht over de rest van Frisia uitgerold. Zo werden er in de eerste kersteningsperiode zo’n twintig missiekerkjes gebouwd in het huidige Friesland en Groningen, tegen tachtig parochiekerken in het jaar 1000. Toen lukte het de Vikingen niet meer om dit kersteningsproces te keren en de kerk zou zich alleen maar verder uitbreiden.

Geen natte voeten

Hoe zag Frisia eruit in de Vikingtijd? Ook daar gaat Wij Vikingen op in, maar wel vanuit huidig Fries oogpunt. Het boek begint met het landschap maar schetst alleen het terpengebied van het huidige Friesland en Groningen. Het was toen een stuk natter en de zee kwam verder landinwaarts, zeker bij stormvloeden. Om huis en haard droog te houden, woonden de mensen op kunstmatige heuvels, terpen, waarop hun boerderijen, akkers en vee te vinden waren.

Het boek besteedt maar liefs twee hoofdstukken aan het wonen in dit kwelderlandschap, terwijl Frisia ook bestond uit veengebieden met grote rivieren erdoorheen en de duinen van de huidige westkust. Deze andere landschappen worden wel aangestipt door historicus Hans Mol en archeoloog Gilles de Langen, in hun nieuwe landschapskaart over de periode. Maar zij, of andere auteurs, vertellen verder niets over de Friezen die woonden in de nederzettingen in het duingebied of het veen.

Een uitzondering wordt gemaakt voor Dorestad, de belangrijkste handelsstad van Frisia. Deze stad lag als een drie kilometer lang lint aan de Rijn bij het huidige Wijk bij Duurstede. Dorestad was een schakelpunt tussen handel(-aren) uit Scandinavië in het noorden en het Frankische binnenland. Zowel rijk als belangrijk voor de Franken, dus een ideaal doelwit voor de Vikingen. Deze rijkdommen komen ook terug in het boek, waaronder de beroemde gouden mantelspeld uit het Rijksmuseum van Oudheden.

Het boek geeft nog veel meer voorbeelden van archeologische vondsten die aantonen aan dat de middeleeuwse maatschappij welvarender was dan je misschien zou denken. Sieraden, stoffen van hoge kwaliteit, munten, glas en speelgoed: dit soort voorwerpen zijn ook teruggevonden op de terpen en niet alleen maar in de rijke handelssteden. Hoe de maatschappij in elkaar stak, weten we uit de eerder genoemde Lex Frisionum. Er waren verschillende standen met een onderscheid tussen edelen, vrijen, onvrijen (vaak tijdelijk, bijvoorbeeld om een schuld af te betalen) en helemaal onderaan de slaven, die iemands eigendom waren.

Verschillende visies

Scandinavische hoorn 900-1000, RK parochie Onze-Lieve-Vrouwe-Tenhemelopneming, Maastricht Ruben van Vliet voor het Fries Museum

Er zit wel een nadeel aan het feit dat het boek door meerdere auteurs is geschreven. Ze spreken elkaar soms tegen of houden er net andere beweringen op na. Zo schrijft Annemarieke Willemsen (conservator middeleeuwen bij Rijksmuseum voor Oudheden) dat de Vikingaanvallen voor 800 beginnen, terwijl andere auteurs het bij 810 houden. Dit is echter inherent aan een vakgebied waarbij de bronnen niet altijd duidelijk zijn en nog altijd verschillend worden geïnterpreteerd, denken we dan maar.

Naast de hoofdstukken over specifieke onderwerpen geeft het boek ook vertaalde of hertaalde teksten uit middeleeuwse bronnen over de Vikingtijd. Deze teksten geven een mooi beeld hoe er over de heidense Vikingen en dito Friezen werd gedacht. Dit was nogal gekleurd aangezien alleen de christelijke Franken een schriftelijke cultuur hadden. Zij schreven bijvoorbeeld Annales, jaarboeken met de gebeurtenissen binnen het rijk, inclusief de overvallen door de Vikingen. De christelijke missionarissen beschreven hun missiewerk in de heidense gebieden inclusief allerlei wonderlijke voorvallen en heiligverklaringen van standvastige christenen die een marteldood stierven.

Wij Vikingen is verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Fries Museum te Leeuwarden maar is prima los te lezen. Het is overduidelijk geen tentoonstellingscatalogus, maar er staan wel mooie, bladzijvullende, foto’s in van spectaculaire objecten die te zien zijn bij de tentoonstelling. Het absolute topstuk in dit boek krijgt zelfs een dubbele pagina: de Scandinavische hoorn met een bijbehorend achtergrondverhaal. Al met al een mooi boek met interessante nieuwe inzichten over Nederland in de Vikingtijd. Het bevat zelfs onderzoek dat nog niet officieel gepubliceerd is, en wat de discussie al op gang heeft gebracht op NEMO Kennislink.

Tentoonstelling & boek

De tentoonstelling Wij Vikingen is nog tot en met 15 maart 2020 te zien in het Fries Museum te Leeuwarden. Zie voor meer informatie de NEMO Kennislink Agenda

Eerder verschenen op Kennislink