Donderdag, 14 mei, 2020

Geschreven door: Daalen, Da van
Artikel door: Stoel, Jan

Wilfried Put - Beelden, Tekeningen, Penningen 1932-2016

Ik moet het niet van de snelheid hebben, maar van de tijd

[Recensie] Hoe komt het dat Wilfried Put (1932-2016) vooral bekend is bij beeldhouwkenners? Kunsthistoricus Lot Fakkeldij wijt dat aan Puts bescheidenheid en geringe ambitie om carrière te maken; ook geldingsdrang was hem vreemd. Het ging hem om de kwaliteit van een kunstwerk. Dat vond hij belangrijker dan kwantiteit. Hij werkte net zo lang aan een beeld tot hij tevreden was, haalde daardoor deadlines vaak niet. Zo had hij de opdracht gekregen een beeld te maken van Gysbert Japicx, de grondlegger van de Friese literatuur. Put twijfelde zo lang dat het beeld niet klaar was toen koningin Juliana het in 1966 moest onthullen. Ze onthulde een gipsen beeld gekleurd met brons-oxide. “Sommige beeldhouwers moeten het van de snelheid hebben, ik van de tijd,” zei hij over zichzelf. Hij maakte zo’n zeventig beelden en zestig penningen.

Over Put is nu een schitterende monografie/oeuvrecatalogus verschenen. Doordacht, tot in de puntjes verzorgd, alles gedocumenteerd. Een enorme klus, want Wilfried Put documenteerde zijn werk niet. Da van Daalen, die bijna veertig jaar met de kunstenaar samenleefde, heeft met tomeloze energie eraan gewerkt om – met de professionele distantie die daarbij nodig is – de publicatie tot een monument voor Put te maken. “Wilfried vond het wel goed om samen met mij een boekje over zijn werk te maken.” Bij zijn dood was het nog niet af. Met de hulp van vormgever Mieke Mens en kunsthistoricus Lot Fakkeldij (die onder meer in gaat op de plek die Put in de beeldhouwkunst inneemt) werd het uiteindelijk een kloek werk. De tekeningen zijn niet gecatalogiseerd, simpelweg omdat het er teveel waren. Het boek bestaat uit drie delen: een biografie, een catalogus en in het middengedeelte een fotogalerij van beelden, tekeningen en penningen die een beeld geven van Puts werkwijze en zijn oeuvre. Jan Teeuwisse, directeur van Museum Beelden aan Zee (in 2017 was er een expositie in dit Museum over zijn werk) heeft het over een integer en bescheiden oeuvre waarin Puts aanleg voor het monumentale blijkt. “Zijn benadering leidde tot abstrahering zonder verlies van de zichtbare realiteit.”

Hoe fijnzinnig vormgever Mieke Mens te werk is gegaan ziet men al op de cover. De drie disciplines waarin Put werkte Beelden (het belangrijkste), Tekeningen en Penningen zijn subtiel met respectievelijk de kleuren blauw, geel en oranje aangegeven, kleuren die ook de afdelingen in het boek markeren. Op de cover staat een gipsen beeld, met als titel ‘Wind VII’. Voor Put waren de gipsen beelden autonoom. Dat beeld is goed gekozen, want Put hield zich dertig jaar lang bezig met het onderwerp ‘Vrouwen in de wind.’ In 1977, toen hij jurylid was voor de Prix de Rome stelde hij ‘wind’ voor als thema voor de beelden van de deelnemers aan de eindkamp. Aanvankelijk waren zijn beelden met als thema wind nog figuratief, vrouwen waarvan de kleding opwaait, later wordt het meer een spel van abstracte vormen. De volumes zijn altijd helder. Het geeft precies de ontwikkeling aan die Put doormaakte.

Wilfried werd geboren in De Rijp als zoon van een uit Friesland komende hoofdonderwijzer die zijn liefde in Amsterdam gevonden had en in De Rijp neergestreken was. Het gezin telde elf kinderen. Al jong tekende Wilfried de wereld om zicht heen: koeien en schapen, vrouwen lopend in de wind op de dijken, stoeiende broers, landarbeiders. Die onderwerpen komen later in zijn werk terug. Hij volgde een opleiding tot smid/bankwerker, wilde niet in een fabriek gaan werken, maar ‘mooie’ dingen maken. Hij volgt verschillende opleidingen en studeert in 1961 aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam af als beeldhouwer. Hij kreeg les van Piet Esser en Paul Grégoire. Esser, die in beoordelings- en aankoopcommissies zat, zorgde ervoor dat Put meteen grote opdrachten kreeg. Het waren gouden jaren voor de figuratieve beeldhouwkunst omdat 1,5% van de kosten van een bouwwerk aan kunst besteed moest worden. Zijn beeld De IJzergieter (Hillegom) werd wel vergeleken met die van de Dokwerker van Mari Andriessen. Beide beelden waren symbolen van kracht en intensieve arbeid. Kenmerk van Puts werk zijn beweging en kracht. Hij wilde een verstilde beweging vastleggen. In zijn beelden zijn niet veel details te zien, juist door de vereenvoudiging is goed zichtbaar wat hem interesseerde en fascineerde.

Bazarow

Wat de monografie bijzonder maakt is dat je de ontwikkeling van de totstandkoming van een kunstwerk, het zoeken, het aftasten van de essentie, het steeds opnieuw proberen, het verfijnen zo goed kunt volgen. Het begint bij Put allemaal bij de basis, het tekenen. Hij werkte het liefst met een stomp zacht 4B-potlood, nieuwe potloden brak hij doormidden. Hij vond dat het een vrije lijnvoering gaf. De techniek waarmee hij penningen maakte, uitgaand van een tekening, komt uitgebreid aan de orde. Hij startte vanuit de figuratie, maar gaandeweg werd de penning gestileerder. Hij zocht lang: “Alles van diegene die erop staat moet er ook staan, alles wat je van die persoon weet, raap je op en stop je in het portret. Je moet de geportretteerde ‘aanraken’. ”Dat hem dat lukte bewijst een briefje van Charlotte van Pallandt, toch niet de minste, die hem complimenteert met de penning die hij van haar maakte: “Het is mooi door zijn eenvoud van modelé  en gevoeligheid.”

Erkenning kreeg Wilfried Put zeker voor zijn werk en tot op hoge leeftijd was hij docent beeldhouwen. Ontdek het prachtige werk van deze boeiende kunstenaar in een juweel van een monografie.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles