Woensdag, 28 oktober, 2020

Geschreven door: Aalders, Gerard
Artikel door: Hulspas, Marcel

Wilhelmina, mythe, fictie en werkelijkheid

Een afschuwelijk mens

[Recensie] Ze besloot naar Hoek van Holland te gaan. Waarom, dat heeft ze nooit duidelijk weten te maken. En daar lag, heel toevallig, een Brits oorlogsschip aan de kade. Kom, dacht ze, ik ga aan boord. En ze gaf de kapitein opdracht om naar Zeeland te varen want, zei ze, ze wilde zich aansluiten bij de dappere verdedigers van het vaderland aldaar. Maar o jee, de kapitein zei dat hij geen contact mocht opnemen met de commandant in Zeeland. En dus… terug naar Hoek van Holland? De oorlog was in volle gang. Nee, ze ging maar mee naar Engeland.

Ziedaar het verhaal dat koningin Wilhelmina heeft opgehangen over haar vertrek uit Nederland in mei 1940. Een vertrek dat onnodig was, defaitistisch en bovendien onconstitutioneel. Het werd haar dan ook niet in dank genomen. Na de meidagen zetten heel wat vaderlanders het portret van de majesteit bij de vuilnisbak.

Waarom sloeg ze op de vlucht? Een paar dagen daarvoor had ze het volk nog bezworen dat ze dat nooit zou doen. Het was pure paniek. Ze vertrok zonder het kabinet in te lichten (dat moest zijn eigen vlucht maar regelen), zonder dat er wettelijk iets geregeld was. Tegelijkertijd was de vlucht maanden, zo niet jaren eerder al voorbereid. Maar niet alleen het koninklijk gelieg is betreurenswaardig, minstens zo erg is dat ze haar verhaal nooit heeft bijgesteld. Tot haar laatste snik bleef ze bij die flauwekul over het schip dat ‘toevallig’ in Hoek van Holland lag, en de bewering dat ze wilde vechten en nooit heeft willen vluchten. Zoiets volhouden tegen alles in, dat vereist een diepe minachting voor ‘onderdanen’.

Het is geen best beeld van Wilhelmina dat Gerard Aalders in zijn boek schetst. En dan te bedenken dat hij weinig heeft om haar mee af te drogen. Zij, en vele anderen, hebben hun uiterste best gedaan om de archieven te zuiveren van belastende documenten. Opnieuw, de onderdaan moest dom worden gehouden.

Scènes

Dat er een steekje bij haar los zat, dat hadden degenen die haar kenden al snel in de gaten. Ze was dom, godsdienstwaanzinnig en benepen; ze was volstrekt niet op de hoogte van actuele ontwikkelingen en internationale verhoudingen; ze had last van vreselijke woede-uitbarstingen (een erfenisje van haar vader Willem III), had een hekel aan praktisch alle politici, en ondertussen was ze er volstrekt van overtuigd dat zij het goddelijk recht bezat om het Nederlandse volk te besturen. Tot 1940 was deze door en door domme vrouw vooral een lastpost; na 1940 veroorzaakte ze immense schade.

Historici als Lou de Jong en (vooral) Cees Fasseur komen woorden te kort om te beschrijven hoe belangrijk ze wel niet was, daar in Londen, hoe mooi haar toespraken wel niet waren, en hoe ze heeft geleden onder al dat leed in het bezette Nederland. Aalders schetst bepaald een ander beeld. Churchill en Roosevelt namen haar volstrekt niet serieus en ze heeft hen dan ook vrijwel nooit gezien.

De permanent gedrogeerde Wilhelmina (ze slikte om duistere redenen pervitine, zeg maar amfetamine, zeg maar crack, waardoor ze waarschijnlijk nóg labieler werd) terroriseerde de regering in ballingschap met haar bizarre gedrag en onmogelijke eisen. Dat laatste had vooral betrekking op schoonzoon Bernhard, die volgens haar opperbevelhebber moest worden van de (non-existente) Nederlandse strijdkrachten. Die carnavalstitel werd door Eisenhower wreed afgeschoten (waarbij hij ook duidelijk maakte wat hij van dat ventje Bernhard vond).

Daarna kwam ze met het idee dat het Nederlandse verzet een centrale leiding moest krijgen, en dat Bernhard dan als ‘bevelhebber’ van de ‘Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten’ de vrolijke bevrijding van Nederland zou leiden, waarna Wilhelmina (die een hekel had aan democratie in het algemeen) als een soort verlicht vorstin haar onderdanen zou gaan besturen.

Dergelijke plannen waren gedoemd om te falen – maar daarbij heeft, in de woorden van Aalders:

“de bemoeienis van incompetente ministers en de al even onwetende als slecht geïnformeerde koningin (…) honderden verzetslieden het leven gekost.”

Voeg daarbij de opdracht aan Karel Doorman om de confrontatie aan te gaan met de Japanse vloot, het Englandspiel en het geklungel van ‘Soldaat van Oranje’ Erik Hazelhoff Roelfzema, waarbij tientallen geheim agenten het leven lieten, en men krijgt een eerste indruk van de schade die Wilhelmina (of de pervitine) heeft aangericht. Meer is niet mogelijk. Wilhelmina was in haar nadagen op Het Loo dagenlang zoet met het vernietigen van onwelgevallig archiefmateriaal. En niemand die er iets van zei.

Aalders heeft een reputatie hoog te houden wat betreft dwarse geschiedschrijving. Hij heeft zijn stokpaardjes, ook in dit boek. Die twintig immer herhalende pagina’s over de Council of Foreign Relations konden in drie zinnen samengevat. En dat ellenlange gezeur over het vermogen van de huidige Oranjes is ook irrelevant. Maar verder is dit boek raak.

Ja, Wilhelmina was een ramp. En minstens zo treurig als deze vrouw is de eerbied waarmee ze werd omringd, en nog steeds wordt omringd. De parlementaire enquêtecommissie die na de oorlog het werk van het oorlogskabinet moest doorlichten mocht niks zeggen over de rol van Wilhelmina (geheim! geheim!) maar kwam ondertussen veren tekort om in de koninklijke reet te steken. Wat was ze slim geweest! En zo doortastend! En nuttig! En wat had ze geleden daar op haar Engelse landgoed! Allemaal flauwekul. Latere historici verlegden hier en daar een komma, plaatsten een accentje, maar hielden de mythe van de ‘Moeder des Vaderlands’ recht overeind. Waarin een volk heel klein kan zijn.

Moeder des Vaderlands, dat wilde Wilhelmina zijn. Ze was een groot bewonderaar van Vader des Vaderlands Willem van Oranje. Op een dag besloot ze dat ze Willems wapenrusting wilde dragen, te paard. Tegenspraak duldde ze niet, dus werd de majesteit in al dat ijzer gehesen en op een paard gezet. Ze was een prima ruiter – maar nu donderde ze met een klap op de grond.

Net goed.

Eerder verschenen op Sargasso