Dinsdag, 26 februari, 2013

Geschreven door: Berg, Sabine van den
Artikel door: Boers, Anoek

Wissel

De borsten van mijn vader

Het is niet makkelijk als je vader Han ineens Hannah wordt, dat is grofweg de boodschap van Sabine van den Bergs derde roman Wissel. Vanuit het perspectief van dochter Ada beschrijft Van den Berg wat er gebeurt wanneer je vader ineens borsten krijgt, make-up gaat gebruiken en als ‘vrouwen onder elkaar’ met je wil praten over menstruatie en je ontmaagding.

Ada en haar broertje Otto groeien samen op in een doodnormaal gezin. Puberende Ada maakt zich zoals alle tienermeisjes vooral zorgen over haar cupmaat, haar jongere broertje speelt met autootjes, haar moeder zorgt voor het huis en haar vader als huisarts voor zijn patiënten. Niets aan de hand zou je zeggen, totdat papa ineens een jurk aantrekt. Hij kiest vanaf die dag voor zichzelf, en wisselt niet alleen van geslacht maar ook van persoonlijkheid. De nieuwe papa die Hannah heet, wil de bloemetjes buiten zetten en iedereen mag het weten.

Voor Ada verloopt de wissel echter niet zo vanzelfsprekend. Ze verzet zich tegen het gedrag van haar vader, ze wil haar moeder en haar broertje beschermen en ze wil vooral die raar ruikende mevrouw met de dikke laag plamuur niet in haar huis.

‘Niet deze situatie met de oorbellen en zijn verkleedkleren is allesbepalend, nee, dat zal maar een speldenprik zijn in een reeks gebeurtenissen, het is De Weg die hij is ingeslagen. Alle cellen in mijn lichaam verzetten zich ertegen en schreeuwen: Dit willen we niet! Tegelijk word ik bevangen door een gevoel van twijfel; misgun ik mijn vader zijn geluk? Dat laatste is te verwarrend, het is gewoonweg Te Veel, daarom kan de twijfel niet bestaan.’

Trouw

De pientere Ada is in staat tot een vergaande analyse van de situatie. Wanneer haar moeder in een shocktoestand belandt en dagenlang bewegingloos op de bank zit, houdt ze het huishouden draaiende, terwijl haar vader zich vooral bezighoudt met de aanschaf van vrouwenkleren, die hij opstapelt in zijn nieuwe flatje.

Het verhaal is doordrenkt met gedachtegangen en overwegingen van het meisje, dat oeverloos onbeduidende herinneringen oproept aan de tijd dat ze nog wel een vader had. Bij elk van deze momenten haalt Ada een metafoor aan die helaas enkele regels later tot op het bot wordt uitgekleed. Zo laat Van den Berg weinig aan de verbeelding van de lezer over, omdat iedere opgebouwde beeldspraak uitputtend wordt uitgelegd.

Huid

Zo ook bij het ‘treinverhaal’, een verhaal dat Ada aan haar broertje vertelt om hem duidelijk te maken wat haar mening is over vaders ‘verandering’. Elke avond voordat Otto gaat slapen vertelt ze hem over de trein waar ze in zitten. Haar vader heeft het stuur vast, haar moeder zit er geblinddoekt naast en de kinderen proberen hen te bereiken. Steeds doorlopen ze een volgende wagon, en steeds komen ze in de meest fantasierijke situaties terecht die gemakkelijk terug te koppelen zijn naar de gebeurtenissen van die dag. Zo komen ze een echtpaar tegen in een van de coupés. De man heeft geen huid, de vrouw bestaat uit niets anders dan huid. Samen zouden ze een compleet lichaam zijn, maar hoe vaak ze het ook proberen, de huid past niet op het lichaam. De analogie met de werkelijkheid ligt er dik bovenop, toch kan Otto het niet nalaten te zeggen:

 ‘De Man Zonder Huid en zijn vrouw willen bij elkaar zijn, maar het kan niet. Net als wij met papa.’

Op deze manier bouwt Van den Berg steeds metaforen op, en breekt ze met hetzelfde gemak weer af. De lezer wordt telkens door haar aan de hand genomen en hoeft daardoor niets meer zelf te doen. Het lijkt alsof Van den Berg bang is om los te laten, het verhaal op zichzelf te laten staan. Daardoor komt de roman af en toe over als een probeersel, als iets dat nog op de tekentafel ligt en wat een hele goede roman zou kunnen worden – maar dat nog niet is.

Talloze prachtige thema’s worden verwerkt, maar geen van alle komt echt tot zijn recht. Zo wordt er gehint naar het feminisme en de man-vrouwverhouding, worstelt Ada met een negatieve liefde, wordt de rolverdeling in het gezin ondersteboven gegooid en lijkt Ada zelfs automutilatie te overwegen. Als een olifant in een porseleinkast stampt het personage van haar egoïstische vader hier doorheen, maar juist wanneer je denkt dat de spanning een hoogtepunt bereikt, legt Ada zich neer bij de situatie. Zelfs een plottwist op de laatste pagina kan er niets aan veranderen: het boek blijft geforceerd aanvoelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *