Zaterdag, 22 juni, 2019

Geschreven door: Galbraith, Robert
Artikel door: Kops, Istvan

Witte dood

Een spel van kat en muis

[Recensie] Het eerste dat aan Witte dood opvalt, is de enorme omvang van het boek. Met 736 pagina’s is Witte dood een bijzonder lijvige thriller. De vraag is natuurlijk of het verhaal al die pagina’s rechtvaardigt en of elke schrijver daarmee weg zou kunnen komen. Maar goed, het scheelt natuurlijk als je als schrijver met een hele reeks bestsellers je sporen hebt verdiend. Achter het pseudoniem van Robert Galbraith gaat niemand minder dan J.K. Rowling schuil, de schrijfster die furore maakte met de Harry Potterreeks. Onder de naam Robert Galbraith heeft ze inclusief Witte dood inmiddels vier thrillers afgeleverd met Cormoran Strike en Robin Ellacot in de hoofdrollen. Samen runnen ze een detectivebureau en dat gaat niet altijd even gemakkelijk vanwege financiële problemen en hun moeilijke persoonlijkheden. Cormoran Strike is een wat nurkse oorlogsveteraan die in Afghanistan een deel van zijn been verloor en nu met een prothese rondloopt. Aanvankelijk doet hij zijn zaken in zijn eentje af, maar hij krijgt al snel hulp van de doortastende Robin Ellacot. Ze moeten aanvankelijk niet veel van elkaar hebben, maar later groeien ze steeds meer naar elkaar toe.

Het verhaal van Witte dood begint nauwelijks 12 uur na het einde van het vorige deel uit de Cormoran Strike-serie (Het slechte pad). In de proloog, die maar liefst 35 pagina’s in beslag neemt, begeeft Cormoran Strike, die nog duidelijk gehavend is na zijn confrontatie met zijn laatste tegenstander, de Shacklewell Ripper, zich naar het huwelijk van Robin Ellacot en haar levenspartner Matthew Cunliffe. Het is een huwelijk dat overduidelijk niet lang stand zal gaan houden. Matthew is er  niet van gediend dat Robin voor Strike werkt en verder lijken ze ook niet echt goed op elkaar aan te sluiten. Het is een wat vreemd begin van Witte dood.

Het hoofdverhaal speelt zich een jaar later af als Cormoran Strike wordt benaderd door de zwakzinnige Billy, die in zijn jeugd een moord denkt te hebben gezien. Aanvankelijk neemt Strike hem niet al te serieus, maar toch laat het verhaal hem niet helemaal los. Hij besluit om een voorzichtige achtergrondcheck naar Billy te doen en stuit daarbij op diens broer Jimmy, een anarchistische activist. Als hij vervolgens door de Engelse Minister van Cultuur in dienst wordt genomen, omdat hij wordt gechanteerd met een duister geheim uit zijn verleden, stuit hij opnieuw op Jimmy. Wat volgt is een spel van kat en muis tussen verschillende partijen die elkaar op slinkse manieren politiek buiten spel proberen te zetten. Het spel neemt echter een dramatische wending als de Minister van Cultuur wordt vermoord.

Robert Galbraith neemt de tijd om alle verhaallijnen uit te zetten en om de vele personages uitgebreid te introduceren. Dat leidt zeker in de eerste helft van het boek af en toe tot een erg laag verhaaltempo. Het boek had op dit punt gemakkelijk met minder ballast gekund, zodat het verhaal wat sneller van de grond zou zijn gekomen. Het had het geen kwaad gekund als er hier en daar grondig in het verhaal was gesneden, maar gelukkig vergoedt de soepele vertelstijl van de schrijver wel het één en ander. Het gebrek aan spanning is wellicht een groter probleem. Het nalopen van alle mogelijke lijntjes naar verdachten met hun motieven is op zich niet zo’n punt, maar na 400 of 500 pagina’s is de lol er wel vanaf. De enige cliffhanger in het verhaal is ver voorbij de driehonderd pagina’s, maar die relatief onverwachte hobbel wordt vrijwel moeiteloos genomen. Als eenmaal vlak voor het einde van het boek de identiteit van Strikes tegenstander bekend is dan voelt dat bijna als een opluchting. Het voorgaande neemt niet weg dat er in al die pagina’s een prima verhaal zit verscholen over de Britse politiek en de Britse adel. Het deel waarin Robin infiltreert in de regeringsgebouwen van Westminster is prachtig leesmateriaal.

Geschiedenis Magazine

Een groot pluspunt van Witte dood zijn net als in de voorgaande delen de personages. Die staan weer helemaal als een huis. Dat geldt vooral voor de twee hoofdpersonages die meer zijn dan alleen personages. Vooral Strike maakt indruk als een zowel fysiek als mentaal getormenteerde man die nog steeds moeite heeft met zijn familieverleden en zijn geamputeerde been. Meer dan eens loopt hij tegen zijn beperkingen aan als hij op surveillance is of als hij een belager af moet weren. Soms doet zich wel de vraag voor of Robert Galbraith zich niet te veel verliest in het uitdiepen van haar personages. Regelmatig wijdt ze pagina’s lang uit over het privéleven van zowel Strike als Ellacot. Hoewel de frictie en de aantrekkingskracht zeker een grote meerwaarde hebben voor de serie had het hier eerlijk gezegd wel iets minder gekund.

Witte dood is al met al een behoorlijk complex boek met een knap geconstrueerd plot en interessante personages, maar ook een boek dat af en toe dreigt te bezwijken onder te lang uitgesponnen scènes en een te traag verhaaltempo. Hopelijk heeft het volgende boek uit de Cormoran Strike weer wat meer vaart en spanning.

Voor het eerste gepubliceerd op De Leesclub van Alles