Zaterdag, 2 augustus, 2008

Geschreven door: Creyghton, Job
Artikel door: Voskamp, Nico

Witte duinen

Veel woorden die niets zeggen

Witte duinen van Job Creyghton is netjes vormgegeven, je krijgt zin om het te gaan lezen. De achterflap belooft een verhaal over een man die oog in oog met zijn dochter komt te staan en beseft dat hij straks alleen zal achterblijven. Goede ingrediënten voor een eventueel schrijnend verhaal in een fijne stijl, met puntige dialogen, een fraai uitgewerkt thema etcetera. Openslaan dat boek en lezen maar! Dan komt de teleurstelling: geen enkele van die positieve punten is te vinden. Het enige wat we in Witte duinen lezen zijn veel woorden om niets te zeggen.

Het verhaal is voor iedereen te volgen. Toneelschrijver scheidt van vrouw en voedt dochter op. Dochter gaat langzaamaan haar eigen weg en vervreemdt van hem. Op een dag verdwaalt ze in de besneeuwde duinen met haar vriendje. Toevallig volgt hij haar net die dag en weet de twee te redden. Daarbij ontdekt hij iets akeligs, en komt ook nog geen stap dichter bij zijn dochter.

Het thema dat Witte duinen verwoordt, is de ambigue relatie tussen ouder en kind. Eerst is er de onvoorwaardelijke liefde, dan het opgroeien, de bezorgdheid, de botsingen in de puberteit, het loslaten en op het eind blijft het lege nest over, waarmee de cirkel rond, en de ouder weer alleen is. Dat staat er ook wel allemaal, het komt alleen niet tot leven.

Dat ligt om te beginnen aan de breedsprakige stijl. Schrijven is schrappen; een belangrijk advies dat Creyghton in de wind lijkt te hebben geslagen. Op een bepaald punt in het verhaal zegt de hoofdpersoon ‘Ik vloekte’. Daarna nogmaals, en dat vier keer op vijf bladzijden. Dan hebben we de boodschap wel gekregen. Een redacteur had in zo’n geval (en alle andere uitweidingen in het verhaal) de schade hebben kunnen beperken.

Boekenkrant

De dialogen, zijn die beter? Nou nee. De meeste woordenwisselingen vallen onder het kopje ‘soapdialogen’. Voorbeeld van een gesprek tussen hoofdpersoon Aernoud en Rosa; een scène die naadloos in As the World turns kan:

‘Rosa zweeg.
“Ik hou van jou,” zei hij.
Ze glimlachte. “Toch,” zei ze.
Hij knikte.
“Ik weet het,” zei ze, “dat maakt het zo moeilijk.” Ze zweeg even. “Ik hou ook van jou, maar anders,” en weer was het even stil… “Op dit moment misschien wel meer dan ik ooit heb gedaan.”
“Wat bedoel je daarmee?”

Nog een storend element zijn de uitgebreide beschrijvingen van gevoelens. Elk schrijvershandboek adviseert dat je de innerlijke wereld van je personages beter kan laten zien dan vertellen. Hier gebeurt het omgekeerde, het wemelt van de passages als: ‘Hij werd lichtelijk ongerust’, ‘Hij begon echt ongerust te worden maar hij voelde zich ook licht opgelaten’, ‘Hij merkte aan zijn adem dat hij in paniek raakte’, en:‘Hij had een erg slecht humeur toen hij opstond.’

Jammer dus, deze misgeslagen plank.. Het is zoals Aernoud opmerkt over een door hemzelf geschreven toneelstuk: ‘…er zat geen vaart in, het heen en weer was te stroperig en soms nogal overdreven…, het zat hem niet in de woorden, niet in de zinnen, niet in de afwisseling; ergens in de combinatie van wat hij op papier had gezet, ging er iets mis.’ Dat kunnen we van harte onderschrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.