Maandag, 28 oktober, 2013

Geschreven door: Van Steenberge, Kris
Artikel door: Swart, Rein

Woesten

Indrukwekkende dorpsgeschiedenis

Naast zijn werk als docent en toneelregisseur vond Kris van Steenberge de tijd om een dikke roman te schrijven over het West-Vlaamse dorp Woesten waar hij zelf opgroeide. Zijn debuut speelt zich af rond de Eerste Wereldoorlog. Van Steenberge vertelde afgelopen zomer op Manuscripta dat hij daarvoor putte uit verhalen van zijn grootvader over de vele verwikkelingen in het dorp dat een louche buurtschap had, maar waar ook een Duitse intellectueel zich vestigde en een kasteelheer woonde.

Een van de hoofdpersonen in Woesten is Elisabeth Mazereel, de knappe vijftienjarige dochter van de smid die te midden van alle kwezels in het dorp een verlichte uitzondering is. Net als meneer Funke, die uit Duitsland naar een leegstaand huis in het dorp getrokken is. Samen bespreken ze boeken die hij haar voorlegt. Elisabeth heeft de leeftijd dat ook jongens haar interesseren. Ze heeft een oogje op Hendrik en hij op haar, al heeft die keuze niet de goedkeuring van haar ouders. Hendrik komt namelijk uit een armoedig buurtschap, waar de bewoners erg volks zijn en waar veel geweld gepleegd wordt.

Elisabeth heeft geen gemakkelijk bestaan. Uiteindelijk zal ze door doodslag om het leven komen. Haar liefde voor Hendrik krijgt geen kans en haar echtgenoot Guillaume is een liefdeloos, berekenend heerschap die dokter in het dorp wordt. Elisabeth krijgt een tweeling van hem: twee jongens, van wie er Ă©Ă©n heel knap en de ander zwaar gehandicapt is. Guillaume weigert de laatste zelfs een naam te geven, terwijl hij de eerste zoon, de knappe Valentijn, voortrekt. Het wezen dat als Nameloos door het leven gaat, wordt door zijn moeder liefdevol opgevoed maar heeft een kille verstandhouding met zijn vader. Als hij door de politie wordt ondervraagd over de dood van zijn moeder, kijkt het op het horloge, de enige gift van zijn vader:

“Ik wist niet meer van uur of tijd. Zelfs zijn zakhorloge was geen bondgenoot meer. Integendeel, het voelde koud aan telkens als ik het opdraaide leek er iets in mijn keel meer dichtgeschroefd te worden, alsof de man die het me ooit geschonken had, me tergend langzaam de lucht kwam ontnemen.”

Wordt Vervolgd

Verrassende compositie

Woesten bestaat uit vijf delen en heeft een verrassende compositie. Na het eerste deel beleven we de dorpsgeschiedenis niet meer vanuit het oogpunt van Elisabeth, maar vanuit dat van respectievelijk Guillaume, Nameloos en Valentijn. In het laatste deel ronden de twee broers, die ondanks de tegengestelde aanpak van hun vader toch aan elkaar gehecht zijn, het verhaal af. De keuze voor deze compositie doet soms denken aan een invuloefening, maar er zijn nog genoeg niet opgehelderde zaken die de aandacht van de lezer vangen – zoals het geval met de dorpspastoor die een kwalijke rol speelt bij de dood van Elisabeth.

In het tweede deel van het boek leren we meer over de cijferfetisjist Guillaume, die getuige was van de dood van zijn vader – een zeepzieder – en daardoor getraumatiseerd raakte. Door zijn gefortuneerde moeder werd hij op een internaat geplaatst en later studeerde hij medicijnen. Zij was het niet eens met zijn keuze voor de dorpse Elisabeth en verbrak het contact met haar zoon. De lezer beseft al snel dat het huwelijk geen voorspoed zal kennen. Guillaume wil de kanker, zoals hij zijn gebrek aan liefde noemt, wel in zichzelf wegsnijden, maar vlucht in de drank.

Het derde, vierde en vijfde deel gaan over de zoons, die ook het nodige doormaken. Nameloos vlucht na lange tijd misbruikt te zijn in een klooster. Zijn hedonistische tweelingbroer Valentijn beleeft de Eerste Wereldoorlog als soldaat en verliest aan het front allebei zijn benen.

Opstelachtige stijl

Het verhaal wordt niet lineair verteld en daardoor ontstaat een aardige afwisseling. Vaak wordt een tekstfragment met een statement afgesloten. Over Guillaume staat er: ‘Iedereen kende hem. Niemand wist wie hij was.’ Soms is de laatste zin net iets te mooi.

De stijl is gedegen, op het opstelachtige af. Soms laat de schrijver zijn voorzichtigheid los, bijvoorbeeld over een officier die te doen had met de Engelse hospita van Valentijn, die zowel haar man als zoon in de oorlog verloor. ‘De officier was er ook niet goed van,’ had de vrouw steeds weer gezegd, zoals verslagen moeders doen. Van Steenberge blijft maar doorgaan over dit voorval. Hij maakt het op cabareteske wijze belachelijk.

Het taalgebruik is verzorgd. Het lichte Vlaams zorgt voor een mooie sfeer. De schrijver gebruikt originele beelden, zoals over Hendrik die graag met Elisabeth door het leven wil gaan en ‘zijn voetzool midden in haar hart zet,’ zoals Van Steenberge dat noemt, als Elisabeth een cadeautje van hem weigert.

“Zoiets kon ze niet aannemen. Hij moest zijn geld voor betere dingen gebruiken. Maar hij zette zijn voetzool midden in haar hart, door zonder aarzelen te antwoorden dat hij niets of niemand kon bedenken, in heel de godverdomse wereld niet, aan wie hij zijn geld beter kon besteden.”

Indrukwekkende dorpsgeschiedenis

Hoewel Woesten ietwat geforceerd naar een einde voert, geeft dit debuut in een verrassende compositie een indrukwekkend beeld van de intriges in een Vlaams dorp aan het begin van de twintigste eeuw. Ik heb begrepen dat de tweede roman van Van Steenberge in de maak is en neem aan dat hij daarin enkele beginnersfouten vermijdt en een nog smakelijker prozawerk aflevert.


Eerder verschenen op Recensieweb