Maandag, 3 juni, 2019

Geschreven door: Zimmer, Carl
Artikel door: Maanen, Hans van

Ze heeft haar moeders lach - Het grote verhaal over erfelijkheid

Erfelijkheid de genen voorbij

[Recensie] Kan een pil van netto 574 pagina’s je na lezing toch met een licht onbevredigd gevoel achterlaten? Het nieuwe boek van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Carl Zimmer toont aan dat dit inderdaad mogelijk is. Misschien ligt het aan Zimmer, misschien aan het onderwerp, misschien aan mij, maar toen ik het boek ten slotte dichtsloeg, dacht ik vooral: als je een volume van ruim  anderhalve liter van je uitgever krijgt om over ‘the powers, perversions and potential’ van erfelijkheid te vertellen, is dit dan de beste manier om het te vullen?

Zimmer is er, zoveel is zeker, eens goed voor gaan zitten. Hij gooit zijn netten breed uit, hij kent zijn stof, en zijn schrijfstijl is soepel en journalistiek zoals het een gelauwerd leverancier van de New York Times betaamt. U kent het wel: “In [jaartal] keek [naam] door zijn [instrument] en zag iets opmerkelijks. Het zou echter nog [aantal] jaren duren voordat
” of “In [jaartal] zat [naam] in haar werkkamer op de [universiteit] toen zomaar de telefoon ging
” Prima voor de krant, maar halverwege het boek werd ik er gek van. Ook de chronologische opbouw van het boek is volgens voorspelbaar stramien: “Aanvankelijk dacht men dat het [zus] zat, maar later bleek dat het [zo] zat”, met alle hypotheses en theorieĂ«n ertussenin.

Erfelijkheid, is Zimmers boodschap, is steeds wat ingewikkelder dan men denkt: “de wetten van Mendel zijn breekbaar”, noemt hij het. En erfelijkheid gaat over meer dan het doorgeven van genen aan het nageslacht.

Maar nogmaals, wat hij uitlegt, legt Zimmer altijd goed en begrijpelijk, soms prachtig, uit. Van de wet van Mendel, mitosis en meiosis en zelfzuchtige genen gaat het, via een honderd pagina’s durend uitstapje over ras en eugenetica, naar mozaïcisme en chimerisme, epigenetica, overerfbaarheid, genetische manipulatie van embryo’s en natuurlijk CRISPR-Cas9, de meest recente techniek die alles op zijn kop zal zetten. Ondertussen horen we ook over het leervermogen van de mens in het algemeen en zijn dochter in het bijzonder, en alles over het DNA van de auteur (hij heeft genen voor twee erfelijke aandoeningen waarvan hij nog nooit gehoord had).

Geschiedenis Magazine

Gaten

Het is altijd wat flauw om een boek te beoordelen op wat er niet in staat — iedere auteur moet keuzes maken — maar de gaten die Zimmer ondanks alle ruimte laat vallen, zijn wat mij betreft zo frappant dat ze toch wel een opmerking verdienen. Het probleem is, Zimmer lijkt waar geleerden het over hebben (en hadden), interessanter te vinden dan waar gewone mensen het over hebben (en willen hebben). Geen woord wijdt hij aan de beschamende vertoning rond de octrooien van CRISPR-Cas9 en aan de dubieuze praktijken van bedrijven als 23andme en Illumina (waar hij zijn DNA heeft laten bepalen) die het voortdurend aan de stok hebben met regelgevende instanties, geen woord over de haken en ogen van genetische risicoprofielen en van tests op kanker- of alzheimergenen, geen woord over de biologische ‘oorzaken’ van homoseksualiteit, over de discussie rond het ‘agressiegen’ (toch verplichte stof als het gaat over de interactie van milieu en genen) en zelfs niets over de genetische kant van ADHD, schizofrenie en vergelijkbare aandoeningen.

Zimmer haalt alles uit de kast tegen de eugenetica, maar meldt niet dat ‘rasveredeling’ op recessieve genen volslagen ondoenlijk is. Ook aan de pretenties (toch ook met een p) van genoombrede associatiestudies maakt hij geen woorden vuil.

Wie het boek van kaft tot kaft gelezen heeft, kan en wil zeker de krantenberichten rond erfelijkheid weer een tijdje volgen. Of er geen efficiĂ«ntere methoden daarvoor zijn, is een tweede. Wie zich in de erfelijkheid wil verdiepen, zou misschien een (ook niet simpel) leerboek als Quantitative genetics van Falconer en Mackay kunnen nemen, en wie iets van Carl Zimmer wil lezen, kan ik zijn briljante Parasite rex uit 2000 aanraden. Dat lees je echt met rode oortjes uit, en het is slechts 255 pagina’s.

Eerder verschenen in Skepter, het blad van de Stichting Skepsis