Woensdag, 21 augustus, 2013

Geschreven door: Riem, Ineke
Artikel door: Esser, Cathelijne

Zeven pogingen om een geliefde te wekken

(INTERVIEW) Ineke Riem. Doornroosje revisted: slapen om niet werkelijk te hoeven leven

Ineke Riem (1980) debuteerde dit voorjaar met de roman Zeven pogingen om een geliefde te wekken (Arbeiderspers). Een boek dat niet alleen opvalt door de opmerkelijke titel, maar ook door het gekozen genre, een modern sprookje. Een boek dat niet alleen opvalt door vormgeving van omslag en binnenwerk, maar ook door het gekozen genre, een modern sprookje. Riem studeerde Nederlands en Beeld & Taal aan de Rietveld Academie en bracht haar jeugd door op de Zuid-Hollandse eilanden, waar ook haar roman zich afspeelt.

De jonge Lioba uit een dorpje in Zuid-Holland raakt op een dag in een diepe, vreemde slaap, moe van de teleurstellingen die ze te verwerken heeft gekregen. Dorpsbewoners doen pogingen haar te wekken, maar niemand weet wat er precies aan de hand is met Lioba, zelfs dokter Wolff niet. Uiteindelijk ontwaakt ze, maar is de vraag wie nu eigenlijk wie wekt in dit verhaal. Daardoor krijgt het beroemde sprookje een nieuwe dimensie.

In een radio-interview vertelde je dat je roman een sprookje is. Vind je het belangrijk dat we het als zodanig lezen?

‘Het gaat mij in de literatuur om de diepere laag, en schrijven en lezen zijn voor mij manieren om op zoek te gaan naar de kern van het leven en de menselijke ziel. Tegenwoordig komen er veel boeken uit die literair heten maar weinig diepgang bieden. ‘Literair’ betekent niet per se dat de schrijver ook werkelijk iets wil vertellen over wat hij ontdekt heeft over het leven. De term sprookje verwijst voor de meesten van ons wel naar een symbolisch verhaal waarin een diepere wijsheid wordt gevat.

Archeologie Magazine

Op het eerste oog lijkt mijn boek een dorpsroman, of een anti-dorpsroman, maar dat is slechts de bovenste laag. Het gaat ook over bevrijding van een bepaalde bekrompenheid die in jezelf bestaat. Het enige bekrompen dorp waar je uit weg moet zien te komen is het dorp dat tussen je oren ligt, dat is wat ik wil laten zien: dat het belangrijk is om jezelf te bevrijden van overtuigingen die je belemmeren om te zijn wie je bent.’

Waarin verschilt voor jou een gewone roman van een sprookjesroman?

‘Een recensent noemde mijn personages stereotypen. Dat is misschien wel een gevolg van het genre dat ik beoefen. Ook Doornroosje is geen round character. Mijn personages zijn sprookjesfiguren, ze zijn uitvergrotingen van bepaalde overtuigingen of karaktereigenschappen van mijzelf. Vaak stukjes van mezelf waar ik mee worstel of worstelde. Dokter Wolff ontstond bijvoorbeeld uit mijn frustratie over hoe vaak over seks wordt geschreven – op een liefdeloze manier.

Je bedoelt de vijftigtintenreeks?

‘Nee, die was toen nog niet verschenen. Ik bedoelde Nederlandse literaire romans die ik las waarin seks verbonden was met bepaalde egoïstische, of zelfs gewelddadige neigingen van de personages. Ik noem geen titels want het gaat me er niet om een oordeel over die romans uit te spreken.’

Wat Wolff betreft- what’s in a name: hij hunkert naar liefde en wil vrouwen niet ‘nemen’, dat vindt hij een betreurenswaardig eindpunt van eeuwenlange masculiene dominantie. Hij wil vrouwen juist hun heilige seksualiteit teruggeven. Hij krijgt er alleen de kans niet toe, want geen vrouw heeft hem lief. Misschien geldt dat ook voor literatuur, willen we liever niet lezen over liefdevolle seks? 

‘Lezen kun je zien als een mogelijkheid om ervaringen op te doen met andere manieren van leven. Blijkbaar bestaat er bij veel mensen de behoefte om te ervaren wat seks zonder liefde is. Daar is niks mis mee, iedereen zoekt en vindt iets anders in de literatuur.’

Wat fascineert je eigenlijk zo aan Doornroosje?

‘Sprookjes gaan net als mythen over de diepere lagen van de menselijke ziel, dat interesseert mij. Er zijn allerlei interpretaties van Doornroosje, maar het is vooral het slapen dat mij fascineert. Ik zie de slaap als een symbool voor niet werkelijk leven, voor je niet bewust zijn van wie je bent en wat je hier komt doen. Al mijn personages slapen eigenlijk – en doordat ze Lioba proberen te wekken, worden ze zich bewust van wat henzelf in slaap houdt: oude pijn, fixaties, een ongelukkige jeugd, waardoor ze niet het leven leven dat ze in hun hart zouden willen.’

Aanvankelijk had je roman een ander omslag: een foto van een slapende vrouw. Het boek ligt nu in de winkel met een tekening van dezelfde vrouw. Hoe is dat zo ontstaan?

‘Het leek mijn redacteur en mij een goed idee om tussen de hoofdstukken een rustpunt te creëren omdat per hoofdstuk het perspectief wisselt. Eerder had ik al tekeningen bij het boek gemaakt – die niet in de laatste versie terecht zijn gekomen overigens. Dus vroeg mijn redacteur of ik tekeningen wilde maken bij het begin van elk hoofdstuk. Toen die er eenmaal waren, vond de uitgeverij dat de sfeer van het oude omslag niet meer paste bij de sfeer van de rest van het boek. Zo ontstond het idee om het omslag na te tekenen, in dezelfde sfeer. Ik ben er heel blij mee. Het is veel persoonlijker dan een plaatje uit een beeldbank.’

Welke rol speelden de tekeningen die je aanvankelijk maakte?

‘Ze stonden in het slothoofdstuk. Het waren ontwerpen van Lioba voor een onderwaterjurk gemaakt van brieven.’

Waren ze te expliciet, dat ze niet in het boek zijn beland?

‘Toen ik dat hoofdstuk herschreef, nam het inhoudelijk een andere wending en pasten ze niet meer. Maar als je met beeld bij tekst werkt moet je inderdaad zorgen dat het elkaar niet bijt. De tekeningen die nu in het boek staan, zijn dan ook geen illustraties van beschreven scènes.’

Op je website schrijf je dat deze roman verre familie is van Lioba, een toneelstuk van Frederik van Eeden uit 1897. Waaruit bestaat die familieband?

‘De naam Lioba viel me onder de douche in. Later ontdekte ik dat het de naam is van een Engelse abdis uit de tijd van Bonifatius, een van de meest ontwikkelde vrouwen van haar tijd. De naam betekent iets als ‘geliefde’. En ik ontdekte dat Van Eeden een toneelstuk had geschreven dat ook Lioba heette. Het gaat over de noodlottige liefde tussen een voormalige non die met een Vikingkoning is getrouwd en een van de ridders van die koning. Inhoudelijk is er dus geen verband, wel in de naam op zich en in de liefde voor geschiedenis.’

Frederik van Eeden was als psychiater gefascineerd door de slaap, of preciezer: door dromen. Hij correspondeerde erover met Sigmund Freud. Wist je dat?

‘Verbaast me niets! Misschien is het wel de geest van Van Eeden geweest die me de naam van mijn hoofdpersoon heeft ingefluisterd!’

Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *