Zondag, 2 december, 2018

Geschreven door: Slavoj Žižek, Slavoj
Artikel door: Reinewald, Chris

Žižek’s Jokes (Did you hear the one about Hegel and negation?)

Filosoof als lolbroek

[Recensie] Voor de immens populaire Sloveense filosoof Slavoj Žižek (69) typeren schuine of politieke moppen het schuren van onze samenleving. Doorgeslagen nationalisme, ‘moleculair’ racisme, feminisme, neo-dogmatisme, antisemitisme, quasi sociaalbewogen liberalisme en het volgzame geloof in rechtse en linkse kerken. Maar doe je met een op grapdichtheid geselecteerde bloemlezing uit zijn oeuvre de filosoof-popster terecht?

Het bewijs van onze behoefte aan ‘eventisering’ – iets tot een grote gebeurtenis maken – leverde de Sloveense filosoof Slavoj Žižek een paar jaar terug zelf met twee uitverkochte Westerkerken in Amsterdam. Als ‘event’ stelt Žižek zijn toehoorders zeker niet teleur. Hij denkt hardop, sneller dan zijn schaduw. Meervoudige tics: aan neus voelen, gesnuif, over ogen strijken, zijn baard bepotelen, geslis, shirt rechttrekken. Inhoudelijk gaan zijn betogen vele kanten op, met Hegel, Lacan, Freud en ook Hitchcock als ijkpunten.

Als nostalgisch marxist verlangt Žižek naar het midden-Europa van voor 1989 waar je in een koffiehuis geen koffie-zonder-room kon bestellen: alleen koffie-zonder-melk. Met dezelfde weemoed typeert hij ook de communistische samenleving waar grappen subtiel commentaar leverden op het geloof der kameraden.

Rondleiding in een Oost-Europees museum. De bezoekers staan voor een schilderij met de titel Lenin in Warschau. Op het doek in kwestie is echter een bedscène met een man en een vrouw te zien, waarin een slimme kunstkijker de echtgenote van Lenin, Nadezjda Konstantinovna Kroepskaja herkent.

Bazarow

“Maar waar is Lenin dan?”
Onverstoorbare gids: “Ik noemde de titel toch al: Lenin is in Warschau.”

Moppen schetsen in kort bestek een pijnlijke situatie. Humor die de realiteit wil maskeren maar die daardoor juist benadrukt. Een mop moet daarom perfect verteld worden. Timing met alles erop en eraan.

Corruptie bij de ordehandhavers in Joegoslavië. Politieman komt thuis en treft zijn vrouw, naakt en verhit in het echtelijke ledikant, aan. Hij vermoedt het een en ander en kijkt onder bed.

Zijn vrouw verbleekt. Gefluister. De politieman komt weer overeind met een brede grijns. “Sorry, schat. Vals alarm.” In zijn hand houdt hij een stapel bankbiljetten.

Een mop kan zo dwingend zijn dat hij wíl verteld worden. Het neemt bezit van de moppentapper, ook als die zich verontschuldigt voor het vulgaire karakter ervan. Žižek doet dat nooit. Sterker nog. Hij schept er juist intellectueel genoegen in om eenzelfde gore mop in meer variaties en andere politieke contexten te vertellen.

Maar door juist alleen de – inderdaad hilarisch smerige – moppen uit grotere betogen te lichten, blijft deze bloemlezing vederlicht; zoals het moppenboekje van Max Tailleur dat aan een touwtje op de wc hing.

Slotvraag: Is Slavoj Žižek serieus te nemen?
Hij citeert Groucho Marx die zei: “Deze man lijkt een idioot, maar laat je daardoor niet voor de gek houden. Deze man ís echt een idioot.”

Dit nu is komische humor en filosofie tegelijk.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles