Woensdag, 17 juni, 2020

Geschreven door: Kempowski, Walter
Artikel door: Veen, Evert van der

Zwanenzang 1945

Een indrukwekkend boek over het dramatische einde van WOII

Walter Kempowski was een Duitse schrijver die in 2007 overleed. Hij is tientallen jaren bezig geweest om een reeks boeken over de Tweede Wereldoorlog, samengesteld uit dagboeken en brieven, te schrijven en daar mogen we hem dankbaar voor zijn. Dit boek Zwanenzang 1945 vormt het tiende en laatste deel in deze serie. In tegenstelling tot de eerdere delen is alleen dit boek in het Nederlands vertaald.

Uit dit enorme werk blijkt de grote persoonlijke betrokkenheid van Kempowski bij deze periode. De kracht van dit boek schuilt erin dat we dicht bij de toenmalige geschiedenis komen en dan vanuit een menselijk perspectief.

Hoewel het gaat om een tijdsbestek van enkele weken is het aantal documenten dat op deze allerlaatste fase van de Tweede Wereldoorlog betrekking heeft zeer groot. In het voorwoord schrijft de uitgever: “hij (Kempowski) maakte schreef niet alleen geschiedenis, hij maakte geschiedenis,” pagina 11.

In dit boek komen we getuigenissen van zeer uiteenlopende mensen tegen: Hitler, Goebbels, Speer, Eva Braun maar ook politici uit het geallieerde kamp. Verder hooggeplaatste Britse, Amerikaanse en Russische militairen en soldaten van lagere rangorde, tal van krijgsgevangenen, burgers, vluchtelingen, mensen in concentratiekampen en dwangarbeiders. Zo wordt de oorlog vanuit hun uiteenlopend perspectief voelbaar voor de lezer.

Wordt Vervolgd

Ieder deel begint met een bijbeltekst en een citaat. Opmerkelijk zijn de woorden van Goebbels in een radiotoespraak op 20 april 1945. Hij schildert een visioen van een herlevend Duitsland en Europa: “We zullen weer bevriend zijn met alle volkeren van goede wil en samen met hen zullen we de ernstige wonden helen die het edele gelaat van ons continent ontsieren,” pagina 18.

De verjaardag van Hitler op 20 april is niet zoals andere jaren. De ondergang hangt overduidelijk in de lucht, de sfeer is vreemd en dreigend. De angst voor de naderende Russen is groot, zowel in Hitlers bunker als onder de Berlijnse bevolking. Totaal buiten de werkelijkheid zijn de lovende woorden van Goebbels over Hitler op 20 april 1945: “In de hele wereld kijken vandaag miljoenen mensen naar deze man, mensen die nog twijfelen en zich afvragen of hij een uitweg ziet uit het grote ongeluk dat de wereld heeft getroffen. Hij zal de volkeren die weg wijzen, en wij kijken naar hem op, vol hoop en met een diep, onwankelbaar geloof,” pagina 51.

Indrukwekkend is de beschrijving van een fotografe die de resten van een concentratiekamp bij Leipzig bezoekt. Ook zijn er heftige getuigenissen uit de concentratiekampen van Theresienstadt, Dachau en Buchenwald.

In het deel over 25 april 1945 komt de waanzin van de Duitse verdediging van Berlijn verpletterend naar voren. Indringend zijn de verhalen vanuit de Rijkskanselarij en de bunker van Hitler en de stafbesprekingen die hier nog steeds plaatsvinden.

Tegelijk ontmoeten het Amerikaanse en Russische leger elkaar bij de Elbe. Een Amerikaanse soldaat tekent daar over op: “Op het historische moment van de ontmoeting tussen twee naties zwoeren alle aanwezige soldaten plechtig – gewone soldaten, Amerikanen en Russen – dat ze alles zouden doen wat in hun vermogen lag om zoiets nooit meer te laten gebeuren, waar dan ook ter wereld,” pagina 148 – 149.

In het deel over 30 april 1945 staat een opmerkelijk verhaal over Richard Strauss die door zijn naamsbekendheid als componist ontkomt aan de vordering van zijn huis.

De laatste contacten van mensen in de nabije omgeving van Hitler met hem zijn opmerkelijk evenals het testament van Hitler dat in delen staat afgedrukt. Ook het afscheidsmaal met Hitler is vrij bizar om te lezen evenals de voorbereidingen voor zijn en Eva Brauns suĂŻcide en verbranding.

De chaos in Berlijn is nu totaal. Uit alle getuigenissen spreekt ontreddering, angst en onzekerheid in het compleet verwoeste Berlijn. Veelzeggend zijn de lijstjes met suĂŻcides als een klein maar sprekend getuigenis van de velen die het leven voor gezien houden. Van heel andere orde zijn de dodenmarsen.

Het laatste deel ademt een heel andere sfeer en beschrijft de sfeer van bevrijding die vooral gekenmerkt wordt door opluchting. Meerdere mensen maken een vergelijking met het einde van de Eerste Wereldoorlog waar de vreugde veel uitzinniger en meer onbevangen was. Een opmerkelijk detail is het laatste bevel van de Wehrmacht: “Met onmiddellijke ingang wordt de Duitse groet vervangen door de vroegere groet en wordt de hand tegen de hoofdbedekking gelegd. Einde,” pagina 377. In datzelfde bericht staat ook: “De unieke prestatie van front en vaderland zal in een later rechtvaardig oordeel van de geschiedenis haar definitieve waardering vinden,” pagina 489.

Een Duitse officier schrijft tijdens zijn vlucht: “De dag zal komen dat de geheiligde namen van onze doden met trots genoemd zullen worden. Bij die roemrijke verhalen zullen de harten van ons volk sneller kloppen,” pagina 392. Er zijn dus mensen die tot het bittere einde in de nazistische ideologie blijven geloven…

In dit laatste deel is ook veel aandacht voor de vredesonderhandelingen en ondertekeningsceremonies waarbij de verslagen houding van de Duitse afvaardiging opvalt.

Dit vaak verbijsterende boek brengt de lezer huiveringwekkend dicht bij het heftige einde van de Tweede Wereldoorlog. De laatste weken en dagen waren voor militairen en burgers bepaald geen gelopen race. Het einde betekende in feite voor iedereen – weliswaar in verschillend opzicht – een ware bevrijding.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles