Maandag, 18 oktober, 2021

Geschreven door: Prins, Evert Jan
Recensie door: Veen, Evert van der

61 eilanden in de Waddenzee

Europees eilandenrijk

[Recensie] De Groningse tandarts Evert Jan Prins heeft in tien jaar alle – bewoonde en onbewoonde – eilanden en eilandjes in de Waddenzee bezocht. Vervolgens heeft hij daar studie naar gedaan en het resultaat is dit boek op kloek formaat dat rijk voorzien is van prachtige foto’s, regelmatig zelfs twee pagina’s groot. De eilanden in de Waddenzee zijn in dit fraai uitgegeven boek een ‘onuitputtelijke bron van inspiratie’ zoals de reislustige en ondernemende auteur aan het eind van zijn tocht zegt.

Een grote liefde voor de eilanden is de tomeloze drijfveer die gepaard gaat aan de ambitie om werkelijk álle eilanden – ook degenen die ontoegankelijk en verboden zijn! – te bezoeken. Het is dan ook een unieke prestatie die Evert Jan Prins heeft verricht en waarin hij ons op aangename wijze laat delen door boeiende verhalen en interessante historische achtergronden, gelardeerd met sfeervolle foto’s.

Wij denken natuurlijk in de eerste plaats aan ‘onze’ Waddeneilanden maar het aantal onbewoonde eilanden en zandplaten is aanmerkelijk groter dan de bewoonde eilanden. Het Nederlandse aantal van 15 eilanden is bescheiden vergeleken met Duitsland dat maar liefst 40 eilanden rijk is. Denemarken komt niet verder dan zes eilanden die overigens zeer de moeite waard zijn.

De definitie die Evert Jan Prins van een eiland geeft, is ruimhartig: een stuk land dat bij hoogwater niet onderloopt behalve bij springtij. Sommige eilanden zijn strikt genomen een schiereiland geworden omdat ze door een dam met het vasteland zijn verbonden. Aangezien ze hun karakter van eiland wel hebben behouden, tellen ze daarom evengoed mee in de reeks van 61 eilanden. Verreweg de meeste eilanden zijn op natuurlijke wijze ontstaan maar er zijn ook die door mensenhand zijn ontstaan en de functie van kustverdediging hebben.

Boekenkrant

In de inleiding vertelt Evert Jan Prins over de ontstaansgeschiedenis van de Waddenzee en daarna komt elk eiland ter sprake, te beginnen met Razende Bol links onder Texel, een zandplaat die zich met 100 meter per jaar richting Texel verplaatst. Van ieder eiland worden enkele geografische gegevens vermeld en dan volgt een sfeervol reisverslag van de auteur. Soms is het een bezoek van enkele uren, een andere keer een dag maar het kan ook een meerdaags verblijf zijn wanneer het een groter eiland betreft.

Evert Jan Prins heeft een prettige manier van vertellen waarin hij de lezer echt mee op reis neemt. Hij vertelt mooie historische verhalen over bloei door handel en visserij maar ook over verval en opkomend toerisme. Scheepsrampen, dijkdoorbraken en verlies van gedeelten van eilanden krijgen de nodige aandacht en laten zien dat veel eilanden een bewogen geschiedenis achter de rug hebben en meer zijn dan louter een toeristische bestemming die vandaag sterk in de belangstelling staat. Er is dikwijls sprake van verdronken land met verdronken dorpen en menig eiland is ook vandaag de dag in beweging door de voortdurende dynamiek van het water dat geeft én neemt.

Verder typeert Evert Jan Prins dorpen, vertelt over ontmoetingen met bewoners, geeft impressies van het landschap weer en leidt je echt rond op de eilanden en dat 61 keer. Zo is dit boek een uit de kluiten gewassen reisgids die je de prachtige natuur en ook cultuur van de eilanden laat zien.

Grote kaarten laten duidelijk zien waar de eilanden zich precies bevinden. De bewoonde eilanden kennen we wel uit talloze reisgidsen maar ze worden hier evengoed gepresenteerd. Het zijn denk ik vooral onbewoonde eilandjes als Richel, Griend, Het Rif,  Engelsmanplaat en Simonsplaat die voor de lezer onbekend en daarom nieuw zijn die dit boek zo interessant maken. Zo was Rottumeroog in de middeleeuwen bewoond en een belangrijke handelsplaats. Het eiland speelde een rol in de 80-jarige oorlog als steunpunt voor de watergeuzen.

Zo komt de lezer over tal van eilanden interessante bijzonderheden aan de weet. Het Duitse eiland Juist kent de paardenkoets als vervoermiddel en Norderney wordt als ‘koningin van de Noordzee’ beschouwd en is al sinds 1800 een badplaats van allure met een Kurhaus, theater en luxe strandstoelen. Ook op Baltrum en Spiekeroog gaat het vervoer met paard en wagen terwijl de trein op Borkum, Langeoog en Wangerooge het vervoermiddel is.

Sommige eilanden zijn niet toegankelijk voor bezoekers zoals het grootste deel van Minsener Oog en geheel Langlütjen en Trischen. De Noordfriese eilanden die tot Duitsland behoren zijn voor ons denk ik nogal onbekend maar zeer de moeite van het bezoeken waard. Bewoners leefden hier vroeger op warften (terpen). De eilandjes zijn klein maar idyllisch van karakter met schilderachtige dorpen op het Duitse Föhr.

De zes eilanden van Denemarken vormen slechts een klein deel van de 700 eilanden die Denemarken in totaal rijk is (!). Het vervoer naar Mando vindt plaats per tractorbus over de bodem van de Waddenzee. Denemarken heeft in tegenstelling tot Duitsland en Nederland geen beleid omtrent kustbescherming en laat bewust de natuur op z’n beloop. Wanneer wij dat zouden doen, dan had dat voor sommige eilanden al ingrijpende gevolgen gehad maar de benadering hééft ook wel iets.

61 eilanden in de Waddenzee is een meeslepende en informatieve gids die het formaat heeft van een handboek. Het maakt nieuwsgierig naar al die andere Waddeneilanden die we niet kennen maar die evenzeer als onze eigen Waddeneilanden de moeite van het bezoeken waard zijn.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles