Dinsdag, 26 november, 2019

Geschreven door: Ludemann, Eva
Artikel door: Kroes, Richard

Arabier en Seculier

Ook moslims vallen van hun geloof

[Recensie] Mocht u echt een deprimerend boek over de situatie in het Midden Oosten willen lezen, neem dan Arabier en Seculier van historica en journalist Eva Ludemann. Zij behandelt wat je een ‘klein onderwerp’ zou kunnen noemen: moslims in het Midden Oosten die van hun geloof gevallen zijn. Die zijn er, allemaal min of meer ondergronds, maar dankzij sociale media als twitter en facebook slagen ze er in toenemende mate in contact met elkaar te leggen. Ludemann is in die wereld gedoken en heeft enkele van deze afvalligen ook persoonlijk opgezocht en hun verhalen opgetekend.

De titel is ietwat misleidend. Ludemann heeft het niet alleen over Arabieren, maar vertelt over allerlei mensen in het Midden Oosten. Zij heeft zich beperkt tot moslims die van hun geloof gevallen en doorgaans atheïst geworden zijn, en dat valt niet exact samen met ‘seculier’. Maar de titel is te catchy om niet te gebruiken. Verhalen over gelovige moslims die desalniettemin seculier gedachtegoed aanhangen zijn natuurlijk ook interessant, maar daarmee zou het boek tien keer zo dik geworden zijn en de verhalen die Ludemann opgetekend heeft, verdienen een eigen behandeling.

Magnietterij

Die verhalen zijn stuk voor stuk diep triest en ze lijken ook allemaal een beetje op elkaar. Het schema – waar niet elk afzonderlijk verhaal volledig aan voldoet – ziet er ongeveer als volgt uit: een jonge moslim stuit op een wereld van onzinnige, restrictieve, religieuze magnietterij waar hij of zij de zin en het nut niet helemaal van inziet, heeft daar pertinente vragen over (zoals iedere jongere die zich normaal ontwikkelt), probeert daar uit loyaliteit eerst netjes aan mee te doen, soms zelfs in fundamentalistische hoek, gaat uiteindelijk toch lucht geven aan die vragen en zelf op zoek naar antwoorden (dankjewel internet!), stuit op een muur van repressie van ouders en leraren in plaats van op antwoorden en begrip, verlaat (plotsklaps of langzaamaan) het geloof en als dat al in de omgeving bekend wordt, worden ze uitgekotst, bedreigd en/of mishandeld of – en dat is het gunstigste geval – ze moeten dealen met familieleden die dat niet doen, maar wel extreem verdrietig en bang worden.

Heaven

Of die onderlinge gelijkenis het gevolg is van de redactionele keuzes van de auteur, weet ik niet, maar aangezien naar verwachting de spoeling erg dun is, ga ik er eigenlijk van uit dat dat niet zo is. Blijft over de conclusie dat het daar in het Midden Oosten in ieder geval onder moslims een behoorlijk trieste boel is. Ludemann probeert dat nog enigszins te relativeren door tussen de verhalen door verhalen te plaatsen over vergelijkbare extreme vormen van intolerantie uit onze eigen westerse geschiedenis: de wederdopers in Münster bijvoorbeeld – Ludemann noemt het “het Raqqa van de zestiende eeuw” – en woest streng gereformeerden in de Bible Belt nu.

Die hoofdstukken zijn niet de sterkste in haar boek, temeer omdat er kleine, hinderlijke foutjes in staan – waar de redactie van uitgeverij Boom zich trouwens beter op had moeten storten – zoals bijvoorbeeld de formulering ‘koran, thora en bijbel’ (de thora is onderdeel van de bijbel) en een verwijzing naar een passage in de thora: het boek Ketuvim (dat is geen boek uit de thora, het zijn de ‘geschriften’ die samen met de thora en de neviim, ‘profeten’ de Hebreeuwse bijbel, de Tanakh vormen). De boodschap is echter alleszins sympathiek: als het hier uiteindelijk goed gekomen is, dan zal het wellicht daar ook wel goed komen.

Persoonlijke verhalen

Bijster veel helpt dat niet, het beeld blijft even somber. Ik begon mij tijdens het lezen van Ludemanns werk af te vragen hoe het komt dat ik dat sombere beeld veel makkelijker overneem, dan het sombere beeld dat Ruud Koopmans probeert te schetsen in zijn onlangs door mij in veel negatievere termen gerecenseerde boek [Het vervallen huis van de islam/red.] Dat terwijl zijn boek gebaseerd is op cijfers en wetenschappelijk onderzoek. Ludemann komt op zijn best met anekdotisch bewijs.

Ik denk dat daar twee redenen voor zijn. Ludemann komt met persoonlijke verhalen waar de lezer zich veel gemakkelijker mee identificeert dan met Koopmans droge cijfers en waar de lezer bovendien weinig redenen heeft om aan de weergave van die persoonlijke verhalen te twijfelen. Koopmans wil zijn verhaal wetenschappelijk brengen, stapt te haastig door zijn stof heen, laat voor de lezer goed herkenbare sitting ducks in zijn betoog achter, en maakt zo zijn pretentie niet waar.

Mij viel nog wat anders op tijdens het lezen van Ludemanns boek. De werkelijk relevante gebeurtenissen zijn niet die jonge moslims die van hun geloof vallen. De echt belangrijke veranderingen hebben zich een generatie eerder voorgedaan. Ik raakte althans geboeid door die ouders en die leerkrachten die op de meest eenvoudige vragen geen beter antwoord wisten te verzinnen dan straf of de opmerking dat je dergelijke vragen niet mocht stellen. Wie kinderen daarmee opvoedt, vráágt er natuurlijk om. De vraag is dan niet meer óf je kinderen van hun geloof af zullen vallen, maar alleen nog wannéér.

Over die generatie van ouders en leraren leren we in het boek helaas niets. Dat was natuurlijk ook niet het onderwerp. En toch zou het leerzaam zijn juist die opvoeders eens aan het woord te laten. Waarom slaagden zij er niet in om antwoorden op simpele vragen te geven? Hadden ze die antwoorden dan zelf niet? En hoezo dan? En waarom geloven zij dan nog wél? En is dat dan nog wel een ‘geloof’? Wisten ze niet waar ze die antwoorden konden krijgen, dat ze hun kinderen en leerlingen dáárheen hadden kunnen sturen? Waarom repressie, straf en “die vraag mag je niet stellen”? Waarom geen geduldiger antwoorden als “later als je groot bent” of Bomans’ “dat is een mysterie van ons geloof dat wij blijmoedig moeten aanvaarden”? Zijn jullie eigenlijk zélf op zoek gegaan naar antwoorden op die vragen? En waarom dan niet? Wáár – for the love of God – waren jullie dan bang voor?

Nog bonter maken familieleden het die hun afvallige gezinsleden meteen maar vermoorden omdat ze bang zijn dat ze in de hel terecht komen. Als je daar al bang voor bent: wacht dan even af of ze zich wellicht bedenken en doe geen domme dingen waardoor je in ieder geval zeker wéét dat ze in de hel komen. Wat gaat er in vredesnaam in de domme hoofden van die mensen om? What the hell were you thinking?

Stompzinnigheid

Misschien is dat nog wel een derde reden waarom Ludemanns verhaal overtuigender is: de werkelijk ongelofelijke stompzinnigheid waarmee de omgeving reageert op wat niets meer is dan een volstrekt normale fase in het leven van een jongere. Die tart elk onredelijk pessimisme en elke denkbare – en ondenkbare – fictie, dit moet wel waar zijn, dit verzint niemand.

Het boek heeft de ondertitel De opmars van afvallige moslims in de Arabische wereld. Daarmee pretenteert Ludemann ook iets te zeggen over de Arabische wereld als geheel. Zij is niet de enige. Aanleiding voor het schrijven van haar boek was een tweet van een Palestijnse activist waarin deze IS bedankte voor het feit dat er dankzij hen nog nooit zoveel moslims van bun geloof waren gevallen. Zelf schat Ludemann dat ze zo’n 200 mensen gesproken heeft. Dat is een nogal kleine steekproef. Maar goed: eerst waren er geen afvalligen – of kon de islam die makkelijker “in de schoot van de Heilige Moederkerk” houden, zoals Abu al-Ma’ari, waarmee Ludemann haar boek begint? Nu zijn ze er in ieder geval wel en het lijken er – of is dat het gevolg van sociale media waardoor de organisatiegraad stijgt? – meer te worden. Hoeveel meer weet niemand.

Toch valt er iets voor die ‘opmars’ te zeggen. Een bekend Iraans grapje is dat de theocratie in dat land er in ieder geval voor heeft gezorgd dat er hierna nóóit meer een islamitisch republiek zal komen. ’t Is geen geloofsafval, maar schetst wel een vergelijkbaar proces: een religie die zich op zo’n manier opdringt aan het leven dat mensen gedwongen worden zich naar regels en uiterlijkheden te voegen waar ze zelf niet – meer of helemaal – achter staan, holt zichzelf van binnenuit uit.

Gelovigen gaan de dingen die ze doen dan in toenemende mate alleen nog maar doen omdat ze ze doen, of omdat het moet. Van het waarom hebben ze op enig moment geen weet meer, en in het nut hebben ze geen interesse. Aan volgende generaties kunnen ze dat dan ook niet meer doorgeven, terwijl juist dát de kern is. Vragen worden dan natuurlijk wel héél vervelend en wie daarop kiest voor repressie, zal uiteindelijk alleen nog maar de vorm behouden.

Seculiere beer

Die schaal die overblijft, wordt dunner en dunner tot hij de weelde niet meer dragen kan en dan klapt het hele kaartenhuis in elkaar. Dat is helaas geen prettig vooruitzicht. Ik zou niet graag een Iraanse geestelijke willen zijn op de maandagochtend dat Iraniërs elkaar massaal aankijken en constateren: verrek, jij ook niet? En de buurman niet? En… hallo… niemand? Dan gaat de seculiere beer los.

U denkt nu misschien: dat zal toch niet plotsklaps één maandagochtend zijn? Think again: herinnert u zich die televisietoespraak uit de jaren zestig nog van monseigneur Bekkers, waarin hij meldde dat het een zaak van het geweten van echtelieden zélf was hoeveel kinderen ze zouden krijgen? Iedere pastoor die dat nog heeft meegemaakt, zal u bij navraag kunnen vertellen dat daarop de biechtpraktijk volledig instortte, vrijwel letterlijk van de ene op de andere dag.

Anekdotisch bewijs, net als Ludemanns boek, maar toch: hoewel ik meeleef met haar afvalligen, hoop ik dat die opmars een beetje in een tempo gaat dat de niet-afvalligen denktechnisch kunnen bijhouden. Dat die de tijd krijgen om te beseffen dat ze in een ontwikkeling zitten waarin ze nolens volens mee zullen moeten en dat het in ieders belang is dat op een min of meer vredige manier te doen. Bereikt Ludemanns opmars zijn kritische massa te vroeg, dan voorzie ik apocalyptische toestanden. Eigenlijk net als hier in de zestiende eeuw.

Full disclosure: Eva Ludemann werkt in mijn boekhandel om de hoek en heeft me vooraf gewezen op de verschijning van haar boek en mijn moeder heeft nog met monseigneur Bekkers gepingpongd, maar wel vóórdat hij bisschop werd.

Eerder verschenen op apoftegma