Vrijdag, 9 juni, 2017

Geschreven door: Kranenborg, Pieter
Artikel door: Cuijpers, Anke

Astronaut

Debuut van een geboren verteller

[Recensie] Een van mijn favoriete verhalen in de verhalenbundel Astronaut, het debuut van Pieter Kranenborg, is het openingsverhaal Yuki yuki snow snow. Meteen vanaf de allereerste zin plof je er middenin. “Wanneer had het ook al weer gesneeuwd?” De verteller stelt de vraag aan een aantal vrienden waarmee hij een tijd in Japan doorbracht, en allemaal hebben ze verschillende antwoorden waarin het al dan niet sneeuwt. Uiteindelijk is de vraag of en wanneer het gesneeuwd heeft natuurlijk niet van wezenlijk belang, maar het gevoel van heimwee en vriendschap dat de verteller bevestigd wil zien. Wat het verhaal, en de hele bundel, zo bijzonder maakt is de overrompelend sterke verteltoon. Hier is iemand aan het woord die de kern van een verhaal in een paar simpele zetten naar boven weet te halen. Kranenborg laat het korte verhaal bovendien tot de laatste zin voortduren.

De bundel telt acht verhalen. Astronaut, het titelverhaal, begint met een raadsel voor de lezer. Welk van de drie dingen die de verteller noemt is gelogen: het feit dat zijn vader een astronaut is, dat zijn buurmeisje Debussy speelt of dat zijn broer in Zweden woont. Het verhaal behelst echter meer dan het simpel oplossen van een raadsel, het kantelt en ontvouwt zich tot uit het raadsel dat de verteller ons opgeeft een klein en kwetsbaar verhaal tevoorschijn komt. Pas op het einde begrijp je hoe weergaloos gekozen die titel is.

Kijkdoos is eveneens een kleine, gelaagde vertelling waarin een meisje gaat logeren bij haar oom die een observatorium bezit. In aanvang bepaalt vooral de ongemakkelijke onhandigheid die soms tussen pubers en hun volwassenen ooms en tantes heerst het verhaal. Eenmaal in het observatorium aangekomen en naar de sterren turend door het oculair ontspint zich tussen oom en nicht een gesprek over sterrenstelsels waaronder de rouw om de gestorven tante voelbaar borrelt.

Reizen als thema

Heaven

In de meeste verhalen in deze bundel is er sprake van een vertellend personage die de lezer meevoert langs kernthema’s als heimwee, ontheemding, reizen en volwassen worden. Een reis van de qua leeftijd nog jonge schrijver naar Japan is inspiratiebron geweest voor een aantal verhalen.

In Lifter besluit het hoofdpersonage, omdat al zijn vrienden reizen, Japan al liftend te gaan verkennen. “Lifters,” zegt hij ergens in dit verhaal, “zijn uitvreters. Omdat ze betalen met conversatie.” Toch blijft hij op zijn initiatiereis al snel in een klein plaatsje hangen waar eigenlijk niet zo bar veel te zien is. Hij maakt foto’s en verzint de dingen die hij meemaakt. Alleen aan zijn broer biecht hij op dat hij in die ene plaats blijft hangen. Hij begint pas weer te reizen als hij de wandelaar wil ontmoeten, een man die van mening is dat afstanden te abstract zijn geworden, die daarom de afstand wil voelen door te lopen. En die op luttele afstand van de verteller zijn traject blijkt te wandelen.

In alle verhalen wordt er iets of iemand verplaatst, raken mensen of dingen ontheemd. In Nachtwolken vindt een jonge man zijn plek in Amsterdam niet helemaal. Ook hier probeert de hoofdpersoon een wereld te creëren die klein genoeg is om herkenbaar te zijn. Hij wordt tramconducteur omdat hij dan telkens dezelfde rondjes kan draaien. Alles wat nieuw is, zoals nachtwolken of je plek in de toekomst, blijkt moeilijk te vinden:

“Ik weet nog dat ik op een middag in de tramcabine zat, en op schema reed, in unison, en dacht: de tijd is als een grote ritsluiting. Het heden is een hand die de glijder omhoog trekt en daarmee het verleden vastlegt, de momenten onherroepelijk in elkaar haakt. Intussen is de toekomst weids, nog ongebonden. Een groot stuk stof waar nog geen rechte lijn in te herkennen is. Maar de hand met de glijder gaat steeds verder omhoog en trekt samen wat ooit volledig gescheiden was.”

Alhoewel geen enkel verhaal oninteressant is, zijn niet alle verhalen van gelijke sterkte. In lieverlingelande komt de dood uit China vertelt over een man die niet begrijpt waarom hij de verstorende factor is in een vergrijzend dorp als hij een handeltje in doodskisten opzet. Het weliswaar humoristische verhaal heeft in plaats van een deelnemende verteller een interviewstijl waarmee in vogelvlucht het merendeel van het dorp aan het woord komt, maar daarmee blijft het ook afstandelijker, waardoor het plot wat op een vondst lijkt.

Het verhaal De wolken in begint zo:

“’Who the fuck is Camer Abe Waking?’
‘Wat?’
‘Dat staat daar, man,’ zegt Logan en hij wijst naar een bordje voor in de bus. Logan is me aan het dollen, er staat één woord, camerabewaking. Ik heb geen idee wat het betekent, maar herken ‘camera’ en het plaatje.”

Wat volgt is een relaas over een paar vrienden die vanuit Liverpool naar Amsterdam afreizen en daar vooral de coffeeshops bezoeken. Het verhaal ontspoort niet, de roes van alcohol en wiet weken het verdriet om een verbroken relatie los. En dat verdriet druppelt door de stoere vriendenpraat tot op het einde de verteller besluit in het bushokje te blijven staan. Waar het om gaat bij op reis gaan is namelijk thuiskomen. Precies waar die elementen schuren weet Kranenborg zijn verhalen te vinden. Chapeau!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles