Zaterdag, 13 juli, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Pontororing, Rita

Babel

Aan de verteller

[Blog] Er zijn van die boeken die niet zo recent zijn maar heel erg de moeite waard om genoemd te worden. Deze week (Nieuwsbrief Kinderboeken van 13 juli 2019) worden twee boeken uitgelicht die min of meer met uitvinden te maken hebben.

Allereerst Babel van auteur/illustrator Arnoud Wierstra,  een tekstloos prentenboek. Zie het boek ook als een kinderkunstboek. Het boek is gebaseerd op De toren van Babel, het werk van Pieter Breughel de Oude. Dit werk hangt in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.

Het lijkt alsof de auteur met dit prentenboek wil vertellen dat het verhaal over de toren van Babel  gezorgd heeft voor spraakverwarring. Lees Babel, dit tekstloos boek heeft geen taal nodig, de illustraties spreken voor zich.

Heel bijzonder aan dit boek is, dat het ook boeiend kan zijn voor volwassenen, een kennismaking met werk van Pieter Breughel.

Wandelmagazine

Een heel ander boek is het boek van Anna Woltz, Zondag, maandag, sterrendag over uitvinder Nora. Volgens recensent Jaap Friso een boek met korte zinnen en zonder moeilijke woorden om begrijpend (voor)lezen te bevorderen.

[Recensie] Babel, doet een beroep op je vertelkunst. Lees eerst de korte beschrijving achterin het boek. Dit is een boek dat u als verteller van te voren goed moet bekijken, want dat bent u, verteller en géén voorlezer. Dat vraagt om een heel andere invalshoek.

Vertel als inleiding dat dit boek gaat over een man die een grote droom heeft. Praat erover dat  de man eigenlijk een uitvinder is. Vraag het kind welke uitvinding de man uit het boekje heeft gedaan. Bekijk de man met de vleugels goed. Praat over welke mogelijkheden er  zijn als je kunt vliegen.

Bekijk de bladzijde waarop mensen staan die de uitvinder uitlachen. Waarom doen ze dat? Is dat aardig?

De man wordt uitgejouwd door kinderen. Wordt hij gepest? Hoe zou dat voelen?

Vraag of de man misschien vrienden heeft die hem helpen.

Goede voorbereid? Dat is echt een vereiste bij dit boek. Dan zult u merken dat kinderen heel enthousiast raken. Ze zullen zelf details zien en benoemen. Mente van 4: “Die mensen lachen hem uit. Dat is niet leuk. Waarom doen ze dat?”

Wat heel leuk is aan dit boek, het is iets heel anders. Het boek prikkelt de fantasie. Er is veel gelegenheid tot interactie. Kinderen moeten nadenken over hetgeen ze zien. Stimuleer om vragen te stellen. Het boek geeft geen alledaagse beelden, maar kinderen kunnen leren van de illustraties. Bijvoorbeeld over de werking van de katrol.

Vertel oudere kinderen het verhaal over  de toren van Babel. Arne van 6: “Daarom praten wij in Nederland anders dan in China.”

Het is eveneens een boek om daarna kennis te maken met musea waar prehistorische voorwerpen te zien zijn. En het is absoluut geen saai boek. Het is echt een boek om ook met jonge kinderen de illustraties als het ware te bestuderen. Nogmaals! Goede voorbereiding is vereist.

Het is ook een praatboek over dromen en ideeën die kinderen hebben. Achterin het boek legt Arnoud Wierstra uit waarom hij dit boek heeft geschreven. Hij spreekt dan over “Droomtoren”.

Misschien is het geen boek dat een kind uit zichzelf zal pakken. Als verteller moet u het boek zelf regelmatig in handen nemen en er enthousiast over vertellen. Dit is een heel bijzonder boek dat het echt waard is om bekeken te worden.

Arnoud Wierstra: “Veel plezier met dit boek en met het bouwen aan je eigen toren van Babel”.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles