Maandag, 27 januari, 2020

Geschreven door: Macfarlane, Robert
Artikel door: Vaes, Mik

Benedenwereld

Niks blijft verborgen

[Recensie] Eindelijk is het me gelukt een boek van Robert Macfarlane te lezen. Er staat er al jaren een in de kast te wachten maar deze nieuwe was eerst aan de beurt, geïntrigeerd als ik was door het onderwerp. Macfarlane schrijft over landschappen dus over natuur, en mensen. Benedenwereld duikt onder het landschap, de bodem in. En die bodem blijkt helemaal niet zo ‘rotsvast’, zo solide te zijn als ik dacht.

Onder de grond bevinden zich grotten, onderaardse meren en hele rivieren. Mijnschachten, verlaten trein- en metrotunnels, rioolbuizen, hele gangenstelsels die door mensen gebruikt werden en nog worden. Mensen die veiligheid zoeken voor oorlogsgeweld, die ruimte zoeken om onzichtbaar te zijn, om onder grenzen door te reizen of om kunstschatten te bewaren. En sommige mensen laten graag hun aanwezigheid zien, maken markeringen om te bewijzen dat ze daar waren. Eeuwenoude grottekeningen en moderne graffiti.

Wat we ook ondergronds kunnen vinden zijn machines die in mijnen gebruikt zijn en daar achtergelaten, militaire bases inclusief het biologische, chemische en radioactieve afval. Volgens het Pentagon zou het voor altijd veilig bewaard blijven onder de eeuwige sneeuw van Groenland. Helaas, klimaatverandering stuurt roet in het eten.

En er is ook heel veel leven onder het aardoppervlak. Er zijn steeds meer bewijzen voor grote ecosystemen van plantenwortels met allerlei organismen en schimmels. Draden die communicatie verzorgen tussen verschillen exemplaren van een soort en zelfs tussen de soorten onderling. Peter Wohlebben schrijft hier onder andere al over in Het verborgen leven van bomen en Het geheime netwerk van de natuur. En Richard Powers in Tot in de hemel.

ScĂšnes

Macfarlane gaat op zoek naar wat er allemaal onder grond te vinden is. Hij schrijft boeiend over hoe hij oude grotten bezoekt, gletsjers beklimt, op vistocht gaat, complete onderaardse steden ontdekt en in onderaardse rivieren zwemt. Hij reist de hele wereld rond om verleden met heden te verbinden. De invloed van de natuur op mensen te onderzoeken. En vice versa. Daarbij levert hij de nodige kritiek op hoe wij, mensen, omgaan met de aarde en de natuur. Hij heeft het over het antropoceen en wat dat betekent voor ons en onze omgeving.

Ik leerde een hoop nieuwe begrippen zoals solastalgie, spoorfossielen, holobionten: ‘samenwerkende, samengestelde organismen, ecologische eenheden die bestaan uit biljoenen bacteriĂ«n, virussen en schimmels die de taak van het samenleven coördineren’ (dit gaat over mensen dus ;-)).
Soorteenzaamheid: de intense eenzaamheid waarmee we onszelf opzadelen door de aarde te ontdoen van de andere levensvormen waarmee we haar delen.
Symbioceen, een suggestie van Glenn Albrecht om in plaats van het begrip antropoceen te gebruiken. Symbioceen staat dan voor een “dankzij menselijk vernuft” door sociale organisatie gekenmerkt tijdperk “waarin symbiotische, elkaar wederzijds versterkende, levenscheppende soorten en processen worden overgenomen die in levende stelsels worden aangetroffen”, zoals het wood wide web.
Unweder: stond vroeger voor zulk extreem weer dat het uit een ander klimaat of tijd afkomstig leek. Onder andere Groenland kampt hier nu mee.

Niet alleen een nieuw begrip maar zelfs een hele nieuwe geologische term en “waarschijnlijk een markeringselement van toekomstige antropoceen en een symbool voor onze tijd” is plastiglomeraat: een keiharde samenklontering van zandkorrels, schelpen, hout en zeewier die door gesmolten plastic bijeen wordt gehouden en die ontstaat wanneer mensen strandafval in kampvuren verbranden.

Ondanks de soms ingewikkelde en onbekende termen en begrippen leest het boek redelijk makkelijk. Macfarlane neemt je mee op zijn reizen over de hele wereld. Het heeft af en toe wel iets weg van een avonturenroman. Al zijn sommige stukken taaier dan andere. Ook afhankelijk van de interesse en voorkennis van de lezer natuurlijk.

De schrijver spreekt veel wetenschappers, onderzoekers, activisten en mensen die hun omgeving als hun broekzak kennen en hem mee nemen op hun tochten en avonturen. Hij filosofeert over nieuwe politieke systemen gebaseerd op de natuur waarbij de mens verder zou moeten denken dan de twee systemen die we nu toepassen om over die natuur te praten (‘het vrije markt model’ vs ‘het socialistische onbaatzuchtige model’). Over dat er een ander denken en dus een andere taal moet ontstaan om de natuur beter te kunnen begrijpen. En dus te waarderen en respecteren. “Een grammatica van de bezieldheid.”

Na het lezen van dit boek is het me duidelijk geworden dat alles wat ooit, bewust of onbewust, begraven, ondergestopt, verborgen, opgesloten of in permafrost bevroren is, op een gegeven moment weer op zal duiken. Veelzeggend is het dan dat het laatste hoofdstuk gaat over de opslag van radioactief afval, de gevaarlijkste variant, ergens diep onder de grond. Alwaar het miljarden jaren veilig en onaangeroerd zou moeten blijven om het leven op aarde niet voortijdig uit te roeien. Dit hele boek is een waarschuwing tegen het geloof dat het ons zal lukken dingen voor eeuwig te begraven.

Eerder verschenen op Haasblog