Donderdag, 14 januari, 2021

Geschreven door: Blokhuis, Leo
Artikel door: Jager, Koen de

Berlijn

[Recensie] In Berlijn laat muziekjournalist Leo Blokhuis zien wat de invloed is van de muziek die in de loop der jaren in de Duitse hoofdstad is gemaakt. Het is de plek waar verschillende muziekstijlen samen zijn gekomen. Theater- en klassieke muziek, popmuziek en het gebruik van (vaak primitieve) elektronica zorgen voor iets wat kosmische Musik wordt genoemd en Blokhuis toont de invloed aan op de hedendaagse popmuziek.

Het vertrekpunt is de Eerste Wereldoorlog en de staat van het land Duitsland in die tijd. De Weimarrepubliek is jong en er is politieke onrust. Rosa Luxemburg, een jonge politica wordt vermoord en hier duiken we meteen de muziek in. Bertold Brecht schrijft een lied over de moord, Ballade vom ertrunkenen Mädchen. We nemen dan een reuzensprong naar David Bowie, die het nummer ook heeft vertolkt als The Drowned Girl. En dat is ook de opzet van het boek, om de hele boog te maken van de ontwikkeling tot aan de muziek van David Bowie en de muziek die deze vernieuwer in Berlijn heeft gemaakt, tot aan zijn invloed en de invloed van andere Duitse bands op de muziek van nu.

In die vroege periode zijn vernieuwers belangrijk zoals de componisten Arnold Schönberg en Paul Hindemith. Componisten, maar ook schilders als Kandinsky en Kokoschka passen in dat beeld. Het gaat hen om het uitdrukken van emoties en expressionisme, niet zozeer om mooie klanken en beelden. De Amerikaanse componist Edgar Varèse komt naar Berlijn en hij experimenteert met elektronische muziek, net als Hindemith. Frank Zappa is fan van Varèse en wordt door hem beïnvloed. Ook de film is belangrijk en films als ‘Metroplis’ inspireren bands Queen en Kraftwerk.

In de Tweede Wereldoorlog vluchten veel kunstenaars naar het buitenland. Veel kunst wordt in Duitsland door Hitler en zijn bewind als Entartet beschouwd en wordt verboden. Maar er gebeurt ook iets belangrijks, voor de muziek wel te verstaan;

Wordt Vervolgd

“In de donkeren jaren waarin de nationaalsocialisten voor een creatieve kaalslag in Duitsland zorgen, bloeit er nog een roos door de scheur in het zwarte asfalt. Harold Bode werkt in 1937 […] aan het Warbo Formant Orgel.”

Dat orgel overleeft de oorlog niet maar Bode ontwikkelt door en komt met de Melochord. Als Bode in Amerika belandt bouwt ene Robert Moog verder op zijn werk en een beetje muziekliefhebber weet dan dat de eerste commerciële synthesizer het licht ziet. Het geluid van de Moog is op talloze hits te horen (I Feel Love van Donna Summer en Autobahn van Kraftwerk om maar iets te noemen).

Na de oorlog is de scheiding tussen de Duitslanden een feit en wordt de muur gebouwd. Berlijn is cultureel kapot en achtergebleven geallieerden worden op hun rock-‘n-roll getrakteerd door Nederlandse indo-rockers, maar ook door The Beatles die daar optreden. Gelukkig wordt er volop geëxperimenteerd en Pierre Schaeffer is daar een voorloper in. Hij gebruikt concrete geluiden voor zijn opnames, zoals treingeluiden in zijn Etude aux chemins de fer. Zijn invloed op Kraftwerk en Bowie is onmiskenbaar. Amon Düül is zo’n experimentele band die oerklanken gebruikt in zijn optredens. Ook Popol Vuh is een band die bekend wordt met zijn dromerige muziek en is een vertegenwoordiger van de kosmische Musik.

De Duitse experimentele muziek slaat aan in Groot-Brittannië. Brian Eno is fan en Mike Oldfield laat zich met zijn Tubular Bells ook inspireren. David Bowie wordt ook aangetrokken door de ontwikkelingen in Berlijn en verhuist naar de stad. Blokhuis besteedt relatief veel aandacht aan de drie ‘Berlijnse albums’ die Bowie uitbrengt en die, soms tot verdriet van zijn platenmaatschappij, afwijken van wat hij daarvoor uitbracht. Ook zijn vriendschap met Iggy Pop en diens belangrijke album The Idiot worden toegelicht. Blokhuis legt uit hoe de invloeden van de Berlijnse muziekscene doorwerken in hun muziek, met name de invloed van groepen als Kraftwerk en Neu!. Ook Kraftwerk krijgt veel aandacht en dat is niet voor niets. Hun invloed op groepen als U2, The Human League en Orchestral Manoeuvres in the Dark is onmiskenbaar. Tenslotte besteedt Blokhuis nog aandacht aan de Neue Deutsche Welle. Dat is de stroming die de punk en new wave voortzet in Duitsland. Een groep als Einstürzende Neubauten is de grondlegger van de industrial; muziek met een straffe Motorik-beat gemaakt met bouwmateriaal, elektrisch gereedschap, gebroken glas en metalen voorwerpen. Blokhuis waagt zich aan beluistering;

“[…] feit is dat je veel doorzettingsvermogen nodig hebt om het debuutalbum Kollaps uit 1981 integraal te beluisteren. Ik heb het gedaan, huisgenoten en passanten kwamen regelmatig vragen wat er precies gesloopt werd, terwijl de Poolse bouwvakkers bij de buren zich waarschijnlijk afvroegen of iemand hen in de zeik zat te nemen. Maar toch, bleef ik mezelf voorhouden: luister, vrij van alle bestaande conventies die over muziek bestaan, omarm Varèses definitie van muziek, namelijk dat het ‘georganiseerd geluid’ is en vind iets niet meteen ‘gek’ of ‘raar’.”

Het is met 227 pagina’s geen dik boek en er zitten veel prachtige illustraties in, maar de grote meerwaarde zit hem erin dat Blokhuis in kort bestek een heldere uiteenzetting geeft van de ontwikkeling van de muziek in Berlijn vanaf de Eerste Wereldoorlog tot nu. Hij schetst ook het tijdsbeeld waarin die muziek gemaakt werd en het allerbelangrijkste; Blokhuis heeft een lange Spotify-lijst gemaakt met alle muziekfragmenten die hij in het boek noemt (zoek op Spotify naar Leo Blokhuis Berlin). Je gaat van Schönberg en Stockhausen via Marlene Dietrich en Bertold Brecht naar David Bowie, Kraftwerk, Brian Eno en U2. Neem de tijd om ook te luisteren naar Einstürzende Neubauten en Neu!, Amon Düül, Wolf Biermann en Pierre Schaeffer. Dat is zeer de moeite waard.

Eerder verschenen op Quis leget haec?