Dinsdag, 11 februari, 2020

Geschreven door: Manschot, Henk
Artikel door: Veenstra, Arthur

Blijf de aarde trouw

Nietzsche als gids bij ecologische problemen?

We leven in een tijd waarin de mens steeds een grotere impact heeft op de wereld en het klimaat. Henk Manschot, emeritus hoogleraar filosofie en ethiek, wendt zich in zijn zoektocht naar antwoorden verrassend genoeg tot de nihilistische filosoof Nietzsche.  

[Recensie] Nietzsche diagnosticeerde al in de 19e eeuw: ‘de aarde heeft meerdere ziekten en één van die ziekten heet bijvoorbeeld mens’. Ruim 150 jaar later spreken klimaat rapportages over dat de ‘koorts’ van aarde die wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Het is dus niet gek om te onderzoeken of iemand die een dergelijke voorzienige diagnose heeft gesteld ook een passende remedie heeft voorgeschreven.

Manschots boek telt ongeveer 200 pagina’s en is verdeeld in twee delen. Het eerste deel beschrijft hoe Nietzsche zijn filosofie ontwikkelt door intensief contact met de natuur. Manschot weet die door de natuur geïnspireerde filosofie bijzonder levendig uit te diepen. Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met zijn aanpak: in de voetsporen van Nietzsche trekt hij zelf wekenlang rond in de Zwitserse Alpen en langs de Zuid-Europese rotskusten.

Rotskusten

Archeologie Magazine

Via het belevingsperspectief van de reizende Manschot heb je als lezer directe toegang tot de ervaringswereld van Nietzsche. Je ervaart Nietzsches passie voor de natuur en de intensiteit waarmee hij zijn filosofie leefde. Hoe hij op de rotskusten van het Italiaanse Sorrento zich bewust wordt van zijn taak: ‘de ontmenselijking van de natuur en vervolgens de vernatuurlijking van de mens’. En hoe hij tijdens zijn verblijf in de Zwitserse Alpen meer en meer in contact komt met de dieren.

Tegen die achtergrond van de kusten, de Alpen en de talrijke dieren bespreekt Manschot vervolgens in een aantal scenes Nietzsches meesterwerk Aldus sprak Zarathustra. De meest grijpende scenes vertellen over de waarheid zoekende ‘hogere mensen’ die Zarathustra, Nietzsches alter ego, bezoeken in zijn grot hoog in de bergen. Ondanks Zarathustra’s onderwijzingen zijn ook die hogere mensen uiteindelijk niet in staat zijn naturalistische filosofie werkelijk te begrijpen.

Het tweede deel reflecteert op Nietzsches ‘terrasofie’. Hiermee bedoelt Manschot een filosofie waarin de relatie van de mens met de aarde – ‘terra’ – een centrale plaats inneemt. Deze terrasofie gaat uit van lokaal gesitueerde mensen die het leven en het samenleven omarmen.

Manschot benadrukt dat de terrasofie die hij uitwerkt een verkenning is. Hoe kunnen wij leren wij om onszelf te ‘aarden’? Wat betekent het concreet om het leven een experiment te laten zijn? En hoe stellen wij ons open voor het lokale perspectief? Een van de suggesties die Manschot uitwerkt is om ons te laten informeren door inheemse culturen die het directe contact met de natuur nog niet zijn kwijt geraakt.

Het wordt duidelijk dat Manschot worstelt om Nietzsches filosofie geschikt te maken voor de ‘ecologische ethiek van solidariteit’ die hij voor ogen heeft. Deel twee is dan ook niet altijd even geslaagd. Zo spreekt Manschot over de ecologische uitdagingen als de ‘footprint’ van de mens op aarde, ‘earth overshoot day’, diersoorten die uitsterven etc. Manschot spreekt zich schuldbewust uit: we leven nu in het antropoceen, het tijdperk waarin de impact van mens op de aarde onontkoombaar is!

Maar is een dergelijke positie te rijmen met de filosofie van Nietzsche? Nietzsche maant ons in de Genealogie van de moraal om te leren van de roofdieren. Hij legt uit dat als een roofdier de natuur domineert, dat dier niet goed of slecht is, hij staat gewoon in zijn kracht. Dat een roofdier alle lammetjes opeet, Nietzsches favoriete prooidieren, is ook prima. Ze smaken immers lekker mals. Het laatste wat het roofdier moet doen is zich daar schuldig over voelen. Dat is tactiek van moraliteit: om de roofdieren aan te praten dat hun kracht en dominantie slecht is. En zodoende gaat het roofdier, de mens, lijden onder zijn eigen geweten.

Dergelijk Nietzscheaans lijden is zichtbaar bij veel ecologisch bewuste mensen. Zo ken ik liefhebbers van Thailand die vol schuldgevoel in het vliegtuig naar Thailand zitten, omdat ze zoveel CO2 produceren. Of mensen die zich schuldig voelen bij het krijgen van een derde kind omdat zo de ‘carbon footprint’ van de mens nog groter wordt. Dát schuldgevoel is een voorbeeld van de ziekte die Nietzsche ‘mens’ noemde. Manschot citeert de ziekte mens dan ook in de verkeerde context. De ziekte is niet dat de mens impact heeft op de natuur en de aarde koorts bezorgt, integendeel. De ziekte is dat wij onszelf een normatief ecologisch schuldgevoel aanpraten. Nietzsche zou wellicht zeggen dat de mens als toproofdier juist trots en zelfverzekerd uit moeten roepen: ‘we leven nu in het antropoceen’!

Daarbij is het ook twijfelachtig of Nietzsche zou meegaan in de kritiek van Manschot op het neoliberalisme. Nietzsche wordt juist vaak geassocieerd met het neoliberalisme. Het economische survival of the fittest van ongereguleerde markten is immers exact het darwinistische selectie proces dat ook in de natuur plaatsvindt. Bovendien leiden vrije markten ertoe dat de excellerende individuen komen bovendrijven. Deze boven-mensen bedenken de toekomstgerichte oplossingen die de mens de weg wijzen bij specifieke problemen.

Tesla

In het kader van de milieuproblematiek zou Nietzsche zo maar hebben kunnen wijzen op Elon Musk, de inspirerende CEO van autoproducent Tesla. Zijn paradigmabrekende visie op mobiliteit zorgt voor een enorme versnelling van het elektrisch rijden. De Tesla is voor mij een typisch een nietzscheaanse auto is. Het is leuk dat die auto CO2-neutraal is, maar het is vooral ook de snelste, meest geavanceerde productieauto die momenteel beschikbaar is. De Tesla-rijder hoeft zichzelf niet schuldbewust klein houden door zo weinig mogelijk te rijden en in de kleinste auto. Nee, hij kan zo veel en zo hard rijden als hij wil en bij voorkeur in de grote Tesla SUV. Een dergelijke toekomst gerichte houding, waarin de excellentie van de mens wordt benadrukt om uitdagingen te overwinnen, dat zou de basis zijn van een meer authentieke nietzscheaanse terrasofie.

Aan de ene kant is het jammer dat een nietzscheaanse terrasofie niet uit de verf komt. Ook Manschot lijkt een van de waarheid zoekende ‘hogere mensen’ die de profeet-ziener Zarathustra om advies komen vragen in zijn grot, maar die uiteindelijk toch niet in staat lijken om tot de essentie van Nietzsches boodschap door te dringen.

Toch raad ik het boek aan. Allereerst is deel één een oorspronkelijke kennismaking met Nietzsche; het laat zijn gepassioneerde relatie met de natuur zien en als lezer raak je bevangen door de intensiteit waarmee Nietzsche filosofie leefde. Ook deel twee is zonder meer interessant. De lezer moet wel in het achterhoofd houden dat het geen ‘nietzscheaanse terrasofie’ is, maar die van Manschot. Met dat voorbehoud zet zijn reflectie aan tot nadenken en discussie.

Een discussie die bovendien midden in de actualiteit staat. Zo komt zijn boodschap verrassend dicht in de buurt van de documentaire Down to earth, die momenteel furore maakt in de bioscopen. Deze zelfgemaakte documentaire vertelt de ervaringen van een Nederlands gezin dat alles verkoopt, afscheid neemt van het moderne stadsleven en jarenlang leeft met inheemse stammen en culturen. Bij die stammen vragen zij aan de stamhoofden, de ‘wisdom keepers’, hoe we moeten leven in een tijd waarbij wij verwijdert zijn geraakt van de aarde.

Ik betrap mijzelf erop dat ik in mijn eigen down-to-earth-achtige vriendenkring Manschot aan het citeren ben en daarmee ook nog indruk weet te maken. De kracht van het boek is voor mij dan ook dat het actuele thema’s aanspreekt, en die benadert aan de hand van de mannen en vrouwen van onze eigen westerse wijsheid traditie.

Eerder verschenen op iFilosofie